woensdag 18 april 2018

Ontgroei

Ontgroei - 'degrowth': een vocabulaire voor een nieuw tijdperk
onder redactie van Giacomo d’Alisa, Federico Demaria, Giorgos Kallis 
Jan van Arkel 2016, 351 pagina's € 24,95

Korte beschrijving op website uitgever
Ontgroei is een goudmijn voor iedereen die twijfelt aan huidige waarden en of we wel op de goede weg zijn. Het biedt een scala van begrippen waarmee we een nieuw perspectief kunnen duiden en zo onze toekomst een wending kunnen geven tot waarachtige bloei.

‘Degrowth’ of ‘ontgroei’ biedt een integraal en werkelijk duurzaam toekomstbeeld. Het is een ‘tegenmodel’ van denkers en doeners, waarbij hoofd, hart en handen elkaar vinden.

Ons huidige maatschappijmodel werkt niet meer. Breed gedragen doelen als ‘groei’ en ‘ontwikkeling’ verwijderen ons alleen maar van een veilige toekomst en een zinvolle levensvervulling. En waar krimp vaak tegenover groei wordt gesteld, biedt degrowth ‘bloei’ als alternatief. Deze ‘ontgroei’ vraagt wel om een ander denkraam en andere prioriteiten.

Dit boek, Ontgroei, biedt / is een waaier van ruim 50 onderwerpen, die elk een aspect van degrowth aan de orde stellen. Zappend door het boek kom je alle onderdelen kritisch en verkennend tegen, en de hoofdstukken grijpen in elkaar doordat er steeds verwezen wordt naar de andere thema’s. Ze zijn verdeeld in zienswijzen, bouwstenen, praktijken en verwante bewegingen.

Ontgroei reikt je een nieuw vocabulaire aan om een nieuw denkbeeld te kunnen vormen, verwoorden en uit te dragen.

Fragment uit

€ 19,99

dinsdag 17 april 2018

Lisa Doeland, Naomi Jacobs & Elize de Mul

Onszelf voorbij : kijken naar wat we liever niet zien
De Arbeiderspers 2018, 208 pagina's - € 18,50

Informatie over Lisa Doeland (1982), Naomi Jacobs (198?) en Elize de Mul (198?)

Korte beschrijving op website uitgever
Vol overgave storten we ons op self-tracking en mindfulness, zijn we baas in eigen moestuin en gaan we op vakantie het liefst back to basics in een joert. De grimmige buitenwereld archiveren we liever met snapshots en selfies dan dat we de barricaden op gaan.
De onstuitbare focus op onszelf en ons individueel welzijn lijkt een antidepressivum waarmee we ons teveel aan angst in de hand houden en onze onzekerheid bedwingen. Ondertussen duren humanitaire, economische en ecologische crises voort.

Aan de hand van filosofen als Jacques Derrida, Donna Haraway, Don Ihde, Søren Kierkegaard en Socrates biedt Onszelf voorbij een perspectief op de mens in verwarrende tijden.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 16 april 2018

Arjen Kleinherenbrink

Alles is een machine
Boom 2018, 275 pagina's - € 20,00


Arjen Kleinherenbrink (1984)

Korte beschrijving op website uitgever
Arjen Kleinherenbrink deinst niet terug voor de Grote Vragen. In dit kraakhelder geschreven boek laat hij eens en voor altijd zien hoe onze realiteit écht in elkaar zit.

Reductionisme
Al eeuwenlang proberen filosofen, theologen en wetenschappers de veelheid aan dingen te rangschikken en organiseren om grip te krijgen op de werkelijkheid. Dat doen zij via een terugkerend patroon: telkens wordt één ding verheven tot ordeningsprincipe van veel of zelfs alle andere dingen. Deze entiteit geldt als reëel, terwijl alle andere objecten en gebeurtenissen secundair zijn. Beroemde voorbeelden zijn God, het Subject, de Markt en recenter Genen en het Brein. In Alles is een machine laat Arjen Kleinherenbrink overtuigend zien waarom dit reductionisme een foutieve en rampzalige denkwijze is.

Machinisme
Vervolgens presenteert Kleinherenbrink een alternatieve metafysica die de dingen centraal stelt. Daarmee breekt hij radicaal met een eeuwenoude filosofische traditie. In plaats van alles te reduceren tot één centraal mechanisme, beargumenteert hij dat ieder ding zelf een machine is: een actieve en zelfwerkzame kracht die niet te reduceren is tot iets anders. Alles is een machine zet deze gedachte systematisch uiteen, maar de resulterende metafysica is allesbehalve droge kost. De lezer zal merken dat zelfs de meest vertrouwde objecten stukken vreemder zijn dan we normaal denken. In deze meeslepende gedachteoefening verandert Kleinherenbrink onze kijk op de werkelijkheid.

Fragment uit

Brainwash-radio: Filosoof Arjen Kleinherenbrink over het post-fact tijdperk (april 2017)

Terug naar Overzicht alle titels

Peter Sloterdijk 2

Wat gebeurde er in de 20e eeuw?
Boom 2018, 235 pagina's  - € 24,90

Oorspronkelijke titel: Was geschah in 20. Jahrhundert? (2016)

Wikipedia: Peter Sloterdijk (1947)

Korte beschrijving op website uitgever
‘Met al haar strijd en gruwelen is de twintigste eeuw een puur fantoom geworden, dat vanuit het levensgevoel van de huidige generaties niet meer te reconstrueren valt – en waarvoor geen andere toekomst lijkt weggelegd dan die van een arsenaal aan mythen en een barbaarse stortplaats van geweldsscènes.’

Wat gebeurde er in de twintigste eeuw? biedt een aanzet tot nieuwe perspectieven op ecologie, globalisering, geschiedenis en economie. Peter Sloterdijk laat zien dat de mens een gerichtheid naar buiten heeft: we willen steeds meer en steeds verder. Bedrijven moeten alsmaar groeien en de nieuwste technologische ontwikkelingen zijn steeds weer de overtreffende trap van de vorige. Tegelijkertijd hebben we een niet te ontkennen behoefte aan geborgenheid. Of het nu een veilige relatie, een huis of een sociale gemeenschap is: het is die geborgenheid die de motor is van veel van ons gedrag. De essays in Wat gebeurde in de twintigste eeuw? over onder meer globalisering, extremisme, moderniteit en het Antropoceen laten zich situeren in dit spanningsveld.

Fragment uit 3. Het experiment 'Oceaan'
We begrijpen nu dat de globalisering van de geluksexperimenten niet verkrijgbaar is zonder globalisering van de bijwerkingen. Dit is een moreel veeleisend en economisch duur inzicht, met deels tragische implicaties. Aan de ene kant zien we steeds beter in waarom en met welk recht moderne actoren zich storten op ondernemingen die hen naar de andere oever moeten brengen; we begrijpen hoe iedere individuele experimentator in zijn eigen tunnel van kansen zit en vooruitgang boekt door zich op een klein aantal elementen te richten, met name op kosten en baten, en talloze uiterlijke factoren te negeren. Tegelijk zien we elke dag duidelijker dat deze modus operandi niet langer compatibel is met de feiten van de co-existentie van miljarden gelukzoekende, door netwerken verbonden experimentatoren op de globe.
  Dit was het grote inzicht van ingenieur Buckminster Fuller, die in zijn visionaire geschrift Operating Manual for Spaceship Earth uit 1968 toe oproept eindelijk een algemene codex te maken voor de navigatie  op het schip aller schepen.  Het argument is vandaag de dag nog even actueel als toen het voor het eerst werd opgeschreven. De overgrote meerderheid van de mensen in prehistorische en historische tijden bevolkten het ruimteschip aarde zonder enig besef dat ze zich aan boord bevonden van een kosmisch vehikel. Toen ze de oceanen gingen bevaren, begonnen mensen zich een beeld te vormen van hun werkelijke situatie. Pas in de huidige tijd zijn omstandigheden ontstaan die het verlangen naar een algemeen regelinstrument voor het management aan boord onontkoombaar maken. Zolang mensen uitsluitend in lokale categorieën dachten en de actieradius van hun handelingen klein en bescheiden was, leek hun bestaan op de toestand van mieren op een Perzisch tapijt: hoe druk ze daarop ook heen en weer lopen, ze kunnen het patroon van het tapijt niet ontwaren.
  Vanuit het standpunt van Buckminster Fuller betekent globalisering bovenal een gebeurtenis in de geschiedenis van het denken - of liever gezegd een omwenteling in de ethiek van het weten: globalisering is de snelle opheffing van het recht op onwetendheid. De evolutionaire reserves in het dulden van ignorantie, die de aarde haar bewoners schijnbaar voor altijd ter beschikking had gesteld, werden binnen een paar honderd jaar opgebruikt. Sinds ondernemingsgezinde mensen globaal handelen, zijn ze op weg naar een tijdperk waarin ze alleen nog geholpen zijn bij een wetende omgang met de gegeven omstandigheden aan boord van het grote schip - waartoe vooral het inzicht behoort dat ze op al te veel punten niet genoeg weten om zinvol handelend te kunnen optreden zonder schade te berokkenen. (pagina 64-65)

Lees ook Je moet je leven veranderen : over antropotechniek van Peter Sloterdijk (uit 2011)

Terug naar Overzicht alle titels

Tim O'Reilly

De nieuwe economie : hoe gaat de technologie de wereld veranderen en wat betekent dit voor ons?
Karakter uitgevers 2018, 448 pagina's - € 29,99

Oorspronkelijke titel: WTF? : What's the future and why it's up to us (2017)

Wikipedia: Tim O'Reilly (1954)

Korte beschrijving op website uitgever
Wat hebben zelfrijdende auto’s, on demand dienstverlening, kunstmatige intelligentie en inkomensongelijkheid met elkaar gemeen? Het zijn signalen dat we halsoverkop afstormen op een wereld die door technologie wordt bepaald, op manieren die we niet begrijpen en waarvoor we alle reden hebben bang te zijn. Maar weinigen hebben zo’n vooruitziende blik voor nieuwe technologieën als Tim O’Reilly.

In De nieuwe economie onderzoekt hij de dringende vraag hoe wij de technologieën die we creëren de baas kunnen blijven, voordat zij ons de baas worden. Welke keuzes moeten nu gemaakt worden om in de toekomst een wereld te krijgen waarin we willen leven? Met de technieken die hij met zijn grensverleggende onderneming heeft gebruikt om eerdere innovatiegolven te voorspellen en te verklaren, creëert O’Reilly een denkkader voor de innovaties van de 21e eeuw. Welke veranderingen veroorzaken deze technologieën bij de overheid, op de financiële markten en in het onderwijs, het bedrijfsleven en de economie als geheel en hoe kunnen wij die veranderingen vormgeven?

In deze sterke combinatie van biografie,handboek voor bedrijfsstrategie en strijdkreet trekt O’Reilly lering uit netwerkplatforms als Amazon, Google, Facebook, Airbnb en Uber en laat hij daarmee zien dat onze economie en financiële markten steeds vaker worden aangestuurd door algoritmen.

Fragment uit 12. De regels herschrijven
De juiste vragen stellen
Ik ben geen econoom, politicus of financier die meteen een antwoord paraat heeft op de vraag waarom de status quo wel of niet veranderd kan wordne. Ik benene technoloog en ondernemer met oog voor dicrepanties tussen het bestaande en het mogelijke, die vragen stelt waarop de antwoorden de weg naar een betere toekomst kunnen zijzen.
  Waarom wordt kapitaal nauwelijks belast, terwijl er zoveel van is dat het veelal ongebruikt blijft in plaats van productief in de economie te worden ingezet? Waarom wordt arbeidsinkomen zwaarder belast, terwijl een van de problemen waar onze economie mee kampt, is dat de totale consumptieve vraag achterblijft omdat gewone mensen te weinig te besteden hebben? Dit is wat economen als de voormalige minister van Financiën Larry Summers bedoelen als ze het hebben over 'seculiere stagnatie'.  Hij schrijft dat 'de grootste rem op de wereldeconomie momenteel aan de vraagzijde, niet aan de aanbodzijde zit'.
  Waarom behandelen we louter financiële beleggingen precies hetzelfde als echte bedrijfsinvesteringen? Feitelijk gaat slechts zo'n 15 procent van alle geldstromen vanuit financiële instellingen naar bedrijfsinvesteringen,' zegt Rana Foroohar. 'De rest wordt rondgepompt in een gesloten financiële cirkel, met de koop en verkoop van bestaande activa als vastgoed, aandelen en obligaties. 'Er is een zekere liquiditeit in het systeem nodig, maar 85 procent? Zoals we in het volgende hoofdstuk zullen zien, heeft slechts een klein deel van de bevolking toegang tot deze enorme geldstroom, die onophoudelijk kapitaal wegzuigt uit de reële economie. (pagina 318)

Fragment uit 16. Werken aan dingen die ertoe doen
Het is heel gemakkelijk om dingen alleen op lokaal niveau te verbeteren, maar uiteindelijk loop je tegen de consequenties aan. Onze samenleving heeft veel weg van een piramidespel. We lenen van andere landen om onze consumptie te financieren en we lenen van onze kinderen door ze met schulden op te zadelen, de niet-hernieuwbare hulpbronnen op te maken en grote uitdagingen zoals de inkomensongelijkheid, de klimaatverandering en de wereldgezondheidssituatie niet aan te pakken. (pagina 409)

Youtube - Tim O'Reilly: "WTF?: What's the Future and Why It's Up to Us" | Talks at Google (december 2017)


Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 5 april 2018

Femke Halsema 3

Macht en verbeelding
Lemniscaat 2018, 96 pagina's - € 4,95

Verscheen als Essay in de Maand van de Filosofie 2018

Wikipedia: Femke Halsema (1966)

Korte beschrijving
Het thema van de Maand van de Filosofie (april 2018) is 'Verbeelding aan de macht'. Ter gelegenheid daarvan verschijnt zoals gebruikelijk een essay dat aansluit bij het thema, dit jaar geschreven door Femke Halsema (1966), publiciste, programmamaakster en bestuurster, tot 2011 Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Zij stelt in 'Verbeelding en macht' dat de huidige politiek technocratische en repressieve trekken vertoont, wars van utopische vergezichten die in de jaren zestig en zeventig opgang maakten. Zij pleit voor een politiek waarin intellectuele en artistieke verbeeldingskracht weer een rol van betekenis spelen. Voor een breed publiek.

Tekst op website uitgever
De laatste jaren keren utopische vergezichten weer voorzichtig terug aan de intellectuele randen van de politiek, nadat utopische in de afgelopen decennia in het verdomhoekje van grootheidswaanzin en totalitair verlangen was terechtgekomen. Maar rechtvaardigen intellectuelen daarmee niet gevaarlijke politiek ideeën, zoals Bolkestein ooit schreef?

Of gedijt de democratie nu just goed op intellectuele en artistieke en artistieke verbeeldingskracht, zoals de revolutionaire jongeren in de jaren zestig lieten zien? Is onze moderne politiek door de weerzin tegen verbeelding niet hol, technocratisch en repressief aan het worden?

'Dit essay richt zich op de lastige verhouding tussen macht en verbeelding. Ik onderzoek de vraag of verbeeldingsrijke vergezichten zich kunnen verzoenen met de politieke praxis - en zo ja: hoe dan?' - Femke Halsema

Fragment uit Verbeelding en macht
Soms waan ik mij terug in de jaren tachtig.
  Als Mark Rutte verkondigt dat 'visie een olifant is die het uitzicht belemmert', is het alsof een iets beter verstaanbare kopie van no-nonsense premier Ruud Lubbers het woord voert. Het Nederlandse kabinet stapelt, net als het vorige en dat daarvoor, technocratische controlemaatregelen op inferieure wetsaanpassingen en laat verder de markt zijn gang gaan, nu en dan overbodig gestimuleerd door lastenverlichting. De grote, met elkaar samenhangende problemen van onze tijd - zoals de internationale migratie, de klimaatverandering, het voedselprobleem, de uitputting van natuurlijke hulpbronnen en de ongelijke verdeling van kapitaal - blijven onaangeroerd. Ze worden - soms letterlijk - buiten de deur gezet of onschadelijk gemaakt in abstracte, cijfermatige doelstellingen, waarvan pas jaren later bewezen kan worden dat ze niet zijn gehaald.
  Aan de uiteinden van het publieke debat krijgt, tegenover dit technocratische en zielloze beheer van staat en samenleving, defaitisme ruim baan. Rechts populisten proberen te betogen dat vrijheid vooral betekent dat verdrinkende vluchtelingen in de Middellandse Zee 'dobbernegers' mogen worden genoemd, als zij al niet drukdoende zijn de aanstaande ondergang van het 'Avondland' te voorspellen. Aan de andere uiterste kant van het spectrum vindt een competitie in ideologische zuiverheid plaats waarbij een antwoord op de vraag wordt gezocht of  'de antikapitalistische positie [wel] verenigbaar [is]  met een positie van antiracisme en antiseksisme.' Bij zo'n vlucht in theorievorming en abstracties verdwijnt alle creativiteit en hoop op verandering.
  Ondertussen deint de samenleving mee op de grilligheden van de internationale economie, zonder dat het lot van arme ouderen, van werkloze jongeren met een verstandelijke beperking of van asielzoekers in jarenlange afwachting van een oordeel over hun toekomst werkelijk verbetert. Net zomin leidt de herhaalde vaststelling dat het onderwijssysteem jongeren uit kwetsbare milieus benadeelt, dat de financiering van de volksgezondheid tot vermijdingsgedrag en gezondheidsschade leidt, en het migratiebeleid grote aantallen statelozen en illegalen produceert, tot wezenlijke hervormingen van de publieke instituties. De regerende technocraten beschouwen hervormingen als te ingrijpend en ongewis, terwijl de defaitisten op beide politieke flanken deze als zinloos beoordelen - als een knieval voor de neoliberale, kapitalistische orde of juist voor de multiculturele heerschappij. (pagina 53-54)

Lees ook van Femke Halsema: Geluk! : voorbij de hyperconsumptie, haast en hufterigheid (2008) en Nergensland : Nieuw Licht op migratie (2017)

Terug naar Overzicht alle titels

Sidney Vollmer

On/Off : op zoek naar balans in digitale tijden

Nijgh & Van Ditmar 2017, 383 pagina's - € 22,50

Bio: Sidney Vollmer (1983)

Korte beschrijving
Mediawetenschapper Sidney Vollmer (1984) is geen onbekende als het gaat om technologische snufjes; vanaf jongs af aan komt hij, dankzij zijn vader, in aanraking met de videorecorder, de mini-discplayer en zelfs de allereerste iPod. Vollmer heeft er niets op tegen dat de technologische wereld zich uitbreidt, maar merkt aan zichzelf dat hij lijdt aan een overdaad van te veel keuzes en begint te kampen met een heuse verslaving. Vollmer slaagt er vervolgens in zich meer te gaan verdiepen in de wereld áchter die technologie en in wat er allemaal schuilgaat achter het verzamelen van al die data; wat kunnen wij als consument hiertegen doen en kunnen we dit maar blijven toestaan? Volledig tegen alle vooruitgang is Vollmer niet; hij wil de lezer er alleen op wijzen dat het Silicon Empire met hen meekijkt. Het boek is op een ietwat humoristische, informatieve en persoonlijke manier geschreven. Vooral bedoeld voor een breed publiek dat zich meer wil verdiepen in de werkelijke wereld van dit digitale tijdperk en hoe je het beste daarmee om kunt gaan. Normale druk.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels