vrijdag 25 mei 2012

Désanne van Brederode


Modern dédain : pamflet

Querido 2006, 47 pagina's

Wikipedia: Désanne van Brederode (1970)

Korte bespreking
Pamflet van filosofe en romanschrijfster Van Brederode [1970], die eerder 'Ave verum corpus, ' Mensen met een hobby', 'Het opstaan' en recent het dagboek 'Barsten' schreef. In dit vurig geschreven pamflet-achtige essay neemt zij het op voor de hogere kunst en cultuur. Ze ageert fel tegen het moderne dédain dat ze bespeurt ten opzichte van elitaire kunst, en is sterk tegen het opleuken van theater, literatuur en musea om het voor een groter publiek aantrekkelijker en hapklaar te maken. Ze constateert dat kunst en cultuur versimpelen en te oppervlakkig worden en breekt een lans voor diepgang, stilte, kennis en schoonheid. Ze betreurt de minachting en teloorgang van de kunsten en levert met dit pamflet een leesbare bijdrage in de discussie over de nivellering van kunst. Een opiniestuk voor beleidsmakers en geïnteresseerden in kunst en cultuur.

Fragment (van pagina 12)
Het dédain voor alles wat de massa leuk vindt is verdwenen. De ivoren toren is neergehaald, de smetvrees overwonnen. Er wordt niet meer geoordeeld over de hoofden van de zogenaamde domme kudde heen, eerder is er sprake van een handreiking, een poging tot verbroedering.

() Wij houden mensen niet eens dom; wij maken ze dom. Door te spelen dat wij ons werk, onze interesse eigenlijk net zo aanstellerig vinden als ons publiek. Door het publiek te laten denken: kijk, die auteur kan gewoon in vier zinnen samenvatten waar zijn boek over gaat, waarom had hij dan vierhonderd pagina's nodig? Door ons werk openlijk te reduceren tot een paar autobiografische anekdotes, waardoor het publiek kan denken: met wat ik zelf heb meegemaakt kan ik dus ook een boek schrijven. Door artikelen op bestelling te schrijven, in lengte, inhoud en vorm aangepast aan wat de redactie meent dat 'men' aankan. Wij zijn gezwicht voor het dédain van de Jan Smits en Eruk Hulzeboschen ten aanzien van alles wat moeilijk is. Maar dat is niet het ergste.
  Het ergste is dat we collectief het geloof verloren hebben in de aangeboren neiging van mensen om opwaarts te streven. We reiken kinderen al geen complexe materie meer aan omdat we denken: dit zul jij toch niet waarderen. We geringschatten onszelf, maar ook ons (toekomstige) publiek. Bij voorbaat al. Ongezien. Dat is niet denigrerend meer, maar door en door nihilistisch. Wij zijn het die de erudiete, esthetisch gevoelige, intellectuele, geletterde, stille zwoeger met eeuwigheidsambities langzaam maar doeltreffend uitroeien. We durven niet meer hoog te staan, eenzaam en groots te zijn, en kunnen daarom ook niemand tot lichtend voorbeeld zijn. We verbieden zoiets als hunkering naar een diepgaand geestelijk leven, door te doen of het niet bestaat. Dat is om je dood te schamen.
  Het wordt tijd voor onversneden traditioneel dédain jegens iedereen die besmet is met modern dédain.  (pagina 46-47)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen