donderdag 24 mei 2012

Jonathan Safran Foer

Dieren eten
Ambo/Manteau 2009, 335 pagina's - € 12,50

Oorspronkelijke titel: Eating animals (2009)

Wikipedia: Jonathan Safran Foer (1977)


Korte bespreking
Dit boek is een analyse, een aanklacht en een bekentenis. Het gaat over het eten van dieren, over de relaties tussen mensen en dieren, over industrieel dieren fokken, vangen en doodmaken. Het gaat ook over de ontwikkelingsgang van de auteur, over zijn verhouding tot eten, over zijn jeugd en zijn ouderschap. Daarnaast is het een fel boek over dieren en hun lijden dat hun door mensen wordt aangedaan, over de ontaarding van menselijk gedrag, over milieu- en klimaatpolitiek en, uiteraard, over vegetarisme. In zekere zin is het een loodzwaar boek, maar het is geschreven met een lichte ondertoon. Niet om te suggereren dat het allemaal wel meevalt - dat doet het namelijk niet - maar om het leesbaar te houden en de lezer niet voortijdig te verliezen. De auteur maakt aannemelijk dat industriële productie van vlees en vis niet een geïsoleerd verschijnsel is, maar samenhangt met een aantal grondpatronen van onze samenleving. Dat maakt het vooruitzicht op een oplossing niet groter, zij het dat de waarde en betekenis van het morele gebaar van de enkeling niet moeten worden onderschat. Een boek om langer over na te denken en op z'n minst blijvend onrustig van te worden. De Amerikaanse schrijver (1977) brak door met de roman 'Alles is verlicht'.

Fragment uit het afsluitende hoofdstuk Verhalen vertellen
Nog even los van de concrete veranderingen die een boycot van de bio-industrie met zich meebrengt, kan alleen al het besluit om heel bewust te gaan eten enorme krachten losmaken. Hoe zou de wereld eruitzien als we drie keer per dag, bij iedere maaltijd, ons gevoel en ons verstand zouden activeren, als we de morele verbeeldingskracht en de pragmatische wil zouden hebben om ons meest fundamentele consumptiepatroon te veranderen? ()
Misschien klinkt het naïef om te suggereren dat het kiezen voor een vegaburger in plaats van een kipburger van wezenlijk belang is. Maar wie had in de jaren '50 van de vorige eeuw kunnen bedenken dat de plek waar je in een bus of restaurant ging zitten van wezenlijk belang zou zijn in de strijd tegen racisme? En toen César Chávez in 1965 begon met zijn campagnes voor de rechten van landarbeiders leek het al even onwaarschijnlijk dat stoppen met het eten van druiven een einde zou maken aan het slavenbestaan van seizoenarbeiders. (pagina 269-270)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen