woensdag 25 december 2013

Dave Eggers

De cirkel
Lebowski Publishers 2013, 445 pagina's - € 22,50

Oorspronkelijke titel: The circle (2013)

Wikipedia: Dave Eggers (1970) en zijn Nederlandse website

Korte beschrijving
De Cirkel is de naam van een enorm softwarebedrijf waar de jonge Mae in dienst treedt. Al snel merkt ze dat dat meer is dan een kille organisatie: de werknemers worden niet gezien als robots of nummers maar als individuen, en omdat iedereen deel uitmaakt van een grote warme gemeenschap, wordt er heel veel prijs gesteld op deelname aan groepsactiviteiten. Mae heeft niet door wat de lezer wel spoedig begrijpt: de enorme sociale druk, het gebrek aan privacy en het blinde positivisme verhullen een organisatie die met haar geavanceerde media-technologie de maatschappij wil gaan beheersen – misschien met de beste bedoelingen, maar toch… Briljante visionaire roman, een soort update van Orwells '1984' die zijn kracht niet alleen aan de boodschap ontleent maar ook aan Eggers' inventiviteit bij de futuristische, maar zeker niet onmogelijke technologische snufjes, zoals een draadloze camera zo klein als een lolly en een in een mens geïmplanteerde 'tracking'-chip. Binnen het huidige privacy-debat een bijzonder actuele roman, maar ook daarbuiten voorbestemd een klassieker te worden. Kleine druk.

Klik hier voor een greep uit enkele recensies.

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 17 december 2013

Sendhil Mullainathan


Schaarste : hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen
Maven 2013, 360 pagina's - € 22,--

Oorspronkelijke titel: Scarcity: why having too little means so much (2013)

Wikipedia: Sendhil Mullainathan (1872) en Eldar Shafir ()

Korte beschrijving
In dit boek bieden Harvard-econoom Sendhil Mullainathan en Princeton-psycholoog Eldar Shafir een baanbrekend nieuw perspectief op menselijk gedrag. Sleutelwoord: schaarste. Mentale scherpte is de gunstige bijwerking van schaarste; het leeuwendeel van het boek gaat echter over de destructieve gevolgen ervan. Aan de hand van eigen onderzoek en spraakmakende voorbeelden tonen de auteurs aan dat de gevolgen van schaarste veel verder gaan dan tot nu toe bekend. Ze presenteren uiteenlopende gedragsexperimenten die aantonen hoe schaarste het denkvermogen van mensen verlamt. Armoede zorgt er voor dat men moeilijk nieuwe vaardigheden aan kan leren en gebrek aan tijd leidt ertoe dat we steeds onverstandigere beslissingen nemen. Deze inzichten hebben verregaande gevolgen op vele terreinen (onder andere armoedebestrijding, scholing, obesitas, verkeersveiligheid en werkloosheid). Met eindnoten en register. Wat drukke typografie, spaarzaam geïllustreerd. Een belangrijk en vernieuwend boek voor een redelijk omvangrijke lezerskring.

Klik hier voor een artikel van Rutger Bregman over dit boek (De Correspondent, dinsdag 17 december 2013) (Waarom arme mensen domme dingen doen).

Klik hier voor de Introduction (full text, Engels)


Fragment uit 7. Armoede
Een van de dingen waaraan het de armen vooral ontbreekt, is bandbreedte. Door het gevecht om de eindjes aan elkaar te knopen houden ze minder van dit essentiële middel over. Dit tekort is niet van de gebruikelijke psychologische soort, die te maken heeft met een gebrek aan voedingsstoffen of te veel stress vanaf de vroege jeugd waardoor de hersenontwikkeling wordt belemmerd. Evenmin wordt de bandbreedte door armoede blijvend aangetast. De bandbreedte heeft te lijden onder de cognitieve belasting van het dagelijks gevecht om rond te komen; stijgt het inkomen, dan neemt ook de cognitieve capaciteit toe. De bandbreedte van de boeren herstelde zich zodra de betalingen voor de oogst binnen waren. Armoede legt in essentie beslag op een groot deel van de bandbreedte en vermindert de cognitieve capaciteit.
  Voor vrijwel alle aspecten van ons gedrag is bandbreedte nodig. We gebruiken haar om onze kansen bij een speeltje poker te berekenen, de gezichtsuitdrukking van andere mensen te beoordelen, onze emoties in de hand te houden, onze impulsen te onderdrukken, een boek te lezen, creatief te denken. Vrijwel alle hogere cognitieve functies doen een beroep op de bandbreedte. Maar een belasting van de bandbreedte wordt gemakkelijk over het hoofd gezien. Misschien kun  je je het 't beste zo voorstellen: stel dat je met iemand in gesprek bent die duidelijk tegelijkertijd iets anders aan het doen is, surfen op het internet bijvoorbeeld. Als je niet wist wat hij deed, hoe zou hij dan op je overkomen? Duf? Verward? Afwezig? Een belasting van de bandbreedte kan hetzelfde beeld geven.
Als je de armen wilt begrijpen, moet je je dus voorstellen dat je met je gedachten elders bent. Je hebt de afgelopen nacht slecht geslapen en je bent niet zo helder. Het kost veel moeite om jezelf in de hand te houden. Je bent afwezig en raakt snel van streek. En dat elke dag. (pagina 205-206)

Insight: Ideas for Change - Sendhil Mullainathan (18 maart 2013) (1.689 views op 31 december 2013)



TED - Solving social problems with a nudge (februari 2010) (350.267 views op 31 december 2013)
In zijn boek heeft hij het niet expliciet over nudge, als een manier om mensen de 'goede' dingen te laten doen, maar impliciet wel. Dit filmpje is een vooraankondiging van zijn boek over Schaarste.



Debat in Nederland
Verslag bezoek Eldar Shafir aan de Balie Amsterdam 11-12-2013
Een tip van een Lezer van Stavast: Are poor people stupid? Duur: 7:34.

Terug naar Overzicht alle titels

Nienke Wijnants

Wie ben ik en wat wil ik? : dertigers en veertigers op zoek naar authenticiteit en geluk
Prometheus/Bert Bakker 2013, 292 pagina's - € 18,95

Klik hier voor een artikel in Volzin: "Dertigers zijn apathisch" (6 november 2013)

Korte beschrijving
De auteur, psychologe en loopbaanadviseur, schetste in haar bestseller 'Het dertigersdillemma' (2008)* de loopbaan- en levensvragen van hoger opgeleide dertigers. Keuzestress, verslaving aan geluk en de druk om het perfecte leven te leiden waren thema's waarin vele dertigers zichzelf herkenden. In dit nieuwe boek dat een meer filosofische invalshoek heeft, zijn het vooral de zingevingsvragen van dertigers die centraal staan. Wijnants geeft daarbij een uitvoerig overzicht van wat wetenschap, religie en filosofie door de eeuwen heen aan antwoorden op de vraag naar de zin van het leven hebben aangedragen. Dit wordt afgewisseld door voorbeelden uit de vele gesprekken die zij met twintigers en dertigers voerde over het thema authenticiteit, zingeving en geluk. Ook fenomenen als mindfulness, onthaasting en consuminderen komen aan de orde. De combinatie tussen filosofie, praktijk en actualiteit maakt dit tot een toegankelijk boek met bruikbare tips en adviezen, niet alleen voor dertigers en mensen die met hen te maken hebben, maar voor iedereen die moeite heeft met het maken van keuzes. Met een literatuurlijst en een register van persoonsnamen.

Fragment uit 1. De ondraaglijke lichtheid van het consumentisme
We zijn gemiddeld bijna drie keer zo rijk als onze grootouders op onze leeftijd waren, maar zijn we daarmee ook drie keer zo gelukkig? Volgens mij niet. Onze huizen puilen uit van d elektronische gadgets, onze kasten staan bol van de kleding, en het speelgoed van de kinderen past allang niet meer in dat handige klepbankje. Voor velen van ons voelt het inmiddels als een fysiek last; het gewicht van wat we aan spullen met ons meezeulen, nog uit willen zoeken of op moeten ruimen.
Met de groeiende welvaart is ons algemeen welbevinden niet evenredig toegenomen. Jazeker, een bepaalde financiële basiszekerheid is een belangrijke factor in hoe gelukkig mensen zich voelen, maar exponentiële toename in rijkdom doet ons geluksgevoel vervolgens niet proportioneel stijgen. Sterker nog, er zijn onderzoeksresultaten die aangeven dat ons algehele psychische welbevinden afneemt naarmate onze rijkdom boven een bepaald niveau toeneemt. En terwijl het voor sommigen wellicht nog moeilijker te bevatten is dat meer rijkdom minder gelukkig maakt het feit dat consumeren op zich ons een intens leeg gevoel kan bezorgen, dat weten velen van ons inmiddels uit ervaring.

FENNEKE, 33
Je zou zeggen dat ik het nu wel weet: dat het kopen van die zoveelste tas me niet echt blij gaat maken, maar waarom blijf ik het dan doen? Soms realiseer ik me opeens glashelder dat ik behalve mijn 'dagelijkse brood' écht niks meer nodig heb. Tot ik weer in de stad loop .... (pagina 19)

Terug naar Overzicht alle titels




Sonja Lyubomirsky

De mythes van geluk : wetenschappelijke inzichten in wat ons écht gelukkig maakt
LeV 2013, 317 pagina's- € 19,95

Oorspronkelijke titel: The myths of happiness 2013

Wikipedia: Sonja Lyubomirsky

Korte beschrijving

Velen van ons denken dat als we nu niet gelukkig zijn, we dat wel worden als we met de juiste persoon getrouwd zijn, de ideale baan vinden of rijk zijn. Anderen zijn juist doodsbang voor de keerpunten in hun leven en vrezen ongelukkig te worden als ze hun baan verliezen, ziek worden of ouder worden. De auteur, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Californië, laat aan de hand van wetenschappelijk onderzoek zien in hoeverre dit soort denkbeelden is gebaseerd op misvattingen. Belangrijke thema's die aan de orde komen, zijn 'hedonistische adaptatie' (waardoor we na een positieve levensgebeurtenis weliswaar een periode van blijdschap ervaren, maar daarna weer terugkeren naar ons oude geluksniveau) en onze (onderschatte) veerkracht en vermogen om trauma's te vertalen in groei. Naast wetenschappelijke inzichten biedt het boek volop praktische tips om meer voldoening uit het leven te halen. Het is toegankelijk geschreven en gericht op een breed publiek. Achterin is een uitgebreide bibliografie per hoofdstuk opgenomen. Prettig geschreven boek over een populair onderwerp. De meerwaarde ten opzichte van andere literatuur over het onderwerp bestaat vooral uit de wetenschappelijke inslag.

Fragment uit de Inleiding - De mythes van geluk
Bijna iedereen gelooft in wat ik de mythes van geluk noem: de de overtuiging dat als we in ons volwassen leven maar bepaalde dingen bereiken (huwelijk, kinderen, werk, rijkdom), we voor eeuwig gelukkig zullen zijn: en dat we door  mislukken of tegenslagen (gezondheidsproblemen, geen levenspartner, weinig geld) voor eeuwig ongelukkig zullen zijn. Deze beperkte opvatting van geluk is cultureel bepaald en houdt hardnekkig stand, ondanks overweldigend bewijs dat ons welzijn zich niet langs zulke zwart-witte lijnen beweegt.
Eén zo'n geluksmythe is de veronderstelling: 'Ik word gelukkig als ... (vul maar in). Ik word gelukkig als ik die promotie in de wacht sleep, als ik 'ja, ik wil' zeg, als ik een kind krijg, als ik rijk ben, en ga zo maar door. Het is niet zeer dat we níet gelukkig  worden als die dromen uitkomen. Want dat zal zeker gebeuren. Het probleem is dat als je die hebt bereikt - ook al geven ze aanvankelijk nog zoveel voldoening - ze ons niet zo intens gelukkig maken (of niet zo langdurig) als we denken. Dus, als we door het bereiken van die doelen niet zo gelukkig zijn als we hadden verwacht, krijgen we het gevoel dat er iets aan ons mankeert of dat we vast de enigen zijn die dat gevoel hebben. (pagina 11)

Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 6 december 2013

Cees Guikers

Vlinderlicht : gedachten over een echt vrije samenleving
VOC Uitgevers 2013, 152 pagina's - € 14,95


Website die hoort bij dit boek.
Cees Guikers (1952).

Korte beschrijving
Hoe komt het toch dat in onze moderne westerse wereld de groeiende materiële welvaart hand in hand gaat met toenemende immateriële armoede en een steeds breder gevoeld onbehagen? Op die vraag geeft de auteur – eigenaar van een geo-ICT-bedrijf en publicist – in dit vlot lezende boek zijn antwoord. Hij gaat daartoe terug naar de zestiende eeuw waar de oorsprong ligt van de wortels van onze huidige westerse wereld en maakt vandaar de logische overstap naar geld en groei als factoren waardoor wij gevangen zitten in onze huidige economische systemen. Maar we kunnen uit deze zelfgebouwde gevangenis ontsnappen door te veranderen. Hoe? Door andere spel- en gedragsregels te gaan hanteren en daarmee anders te gaan sturen. Geen Netto Binnenlands Product meer, maar het Netto Binnenlands Resultaat waarin meewegen efficiency, symbiose, sociale cohesie en ethiek. Deze veranderingsgedachten werkt de auteur uit met behulp van recente citaten over veranderen en duurzaam ontwikkelen. Oftewel een oproep tot het starten van een transformatie. Een tekst die je aan het denken zet..

Fragment uit het Woord vooraf|
Hoe komt het toch dat in onze moderne westerse wereld de groeiende materiële welvaart hand in hand gaat met toenemende immateriële armoede en een steeds breder gevoeld onbehagen? Die vraag houdt me al mijn hele leven bezig.|
Vaak heb ik gedacht dat het aan mijn gemode ligt. Net zestig geworden ben ik oud genoeg om het als een leeftijdskwestie te kunnen afdoen. Maar in het algemeen ben ik een blijmoedig en energiek mens, heeft een dag te weinig uren en kan ik, niet in de laatste plaats als opa en francofiel, heel erg van het leven genieten.
Nu is de angst voor barbaren van alle tijden, aldus Barrico. Toch kan dat mijn onrust niet wegnemen. Om mij heen en in de samenleving zie ik veel verstandige en vaak nog jonge mensen, die zich ook grote zorgen maken over de kwaliteit van ons bestaan en de toekomst van de wereld voor onze kinderen en kleinkinderen. Dat heeft mij zeer gemotiveerd op mijn zoektocht naar antwoorden.
Wat ik heb ontdekt en hoe ik de wereld anders ben gaan zien, staat in dit boek. Het is vanzelfsprekend mijn manier van kijken en mijn werkelijkheid. Iedereen ziet zijn eigen regenboog. Ik nodig je graag uit om over mijn schouders mee te kijken en je te verbazen. Ik hoop oprecht dat het je aan het denken zet! Maar vooral dat je er nieuwe energie van krijgt, doordat je ineens begrijpt aan welke kant van de kar je moet trekken. (pagina 7)

Terug naar Overzicht alle titels


Wij en de media

Wij en de media : kritische reflecties over media, waarheid & vertrouwen
Pelckmans/Klement 2013, 204 pagina's - € 21,50

Korte beschrijving
Beschouwingen over de veranderende plaats van de media in de moderne samenleving. Acht auteurs uit Nederland en België, filosofen en communicatie wetenschappers, informeren en gaan kritisch in op de urgente thema's. Naast fundamentele vragen over de betrouwbaarheid van informatie en de mogelijke en gewenste rollen van de media in de samenleving en het journalistieke metier, komt ook de verhouding van de traditionele en de nieuwe social media aan bod (zoals Twitter en blogs). Hoe kan worden gedacht over de eventuele inbreng daarvan in de professionele media, en hoe over participatie door journalisten daaraan? Welke spanningsvelden liggen daartussen en wat zijn bijvoorbeeld de richtlijnen die een persbureau als Reuters aan zijn journalisten daarvoor geeft? Ingegaan wordt ook op wat nieuws eigenlijk is en wat feiten zijn èn aan manieren om op een verantwoorde wijze te voorzien in de toenemende behoefte – zeker bij menige jongere – aan duidingen. Interessant en relevant voor de bewuste nieuwsmaker en de kritische nieuwsconsument.

Fragment uit de Inleiding - Waarheid en vertrouwen, de media en "wij"
Zoals het kiezen in de supermarkt moeilijker wordt als we uit een groter aanbod moeten kiezen, zo neemt het oordeelsvermogen af naarmate de informatie toeneemt. Door een teveel aan informatie worden we overrompeld, we beginnen te duizelen en de wereld verliest zijn werkelijkheid. Verlangen we uit die roes te ontwaken en weer wat greep op de wereld te krijgen, dan moeten we de informatie kunnen filteren of kanaliseren zodat we de relevante van de irrelevante kunnen onderscheiden, grappen van waarschuwingen, waarheid van leugen.|
De aanbieders van die massa informatie zijn blijkbaar niet blind voor onze beoordelingsproblemen. Zij stellen zelfs de tools ter beschikking waarmee de gebruiker zijn beoordelingsnood zou moeten lenigen. Zoekmachines zoals Google beslissen in onze plaats over de relevantie van de informatie: bij het ingeven van een zoekterm verschijnt een lijst resultaten waarbij we kunnen veronderstellen dat het resultaat dat bovenaan staat, het meest aansluit bij de gezochte term. Maar, wie beslist daarover? (pagina 9)

Terug naar Overzicht alle titels

Ronald van den Hoff

Society 3.0 : a smart, simple, sustainable & sharing society
Stichting Society 2011, 452 pagina's - € 15,00

Website die hoort bij dit boek

Dit boek staat op de literatuurlijst van de Easycratische bibliotheek (Martijn Aslander & Erwin Witteveen).
Ze formuleren het zo:
Society 3.0 is een hoopvol lees- en doeboek voor iedereen die zich realiseert dat onze huidige samenleving toe is aan een nieuw waardesysteem. Society 3.0 biedt visie en vraagt om visie. Alles in dit lekker leesbare boek draait om jou als wereldmens en jouw rol in Society 3.0, een aanlokkelijk perspectief. Durf jij het nog grotendeels regenteske Nederland aan te pakken?

Fragment uit Wereldburgers banen de weg naar Society 3.0

Een hele generatie mensen is de weg kwijt. Idem dito voor onze organisaties in het bedrijfsleven en bij de overheid: zij dwalen als dinosaurussen in de duisternis. De meteoriet is allang ingeslagen en veroorzaakt het uitsterven van de westerse economische- en democratische samenleving zoals we die nu kennen. Een hele generatie mensen denkt nog steeds dat alles vanzelf weer beter wordt. Dat de economie en daarmee de financiële welvaart alleen maar weer  kan groeien. Hoe dat zou moeten gebeuren weten ze niet. Niet door de gevestigde orde in elk geval, want daarin is hun vertrouwen tot het nulpunt gedaald. Onze situatie vertoont de vijf kenmerken van Adams. Een hele generatie dreigt daarmee in de valkuil van de decadentie te stappen, voor zover we daar al niet aan het inglijden zijn. Decadentie betekent letterlijk 'ergens van afvallen.

De toekomst belooft weinig goeds. De politiek kenmerkt zich door fragmentatie en polarisatie: zowel lokaal als landelijk ontbreekt een duidelijke meerderheid waardoor de politieke besluiteloosheid toeneemt. De oude bedrijven  en bestuurders zien geen andere uitweg meer dan de (Europese) overheid te vragen om meer rechtenbescherming van de oude positie. De belastingtarieven zullen blijven stijgen. De overheid heeft geld nodig en weigert categorisch de inhoud van de dienstverlening fundamenteel te herijken. Ons democratisch bestel is uitgehold. Er is een kloof tussen het electoraat en een handjevol politiek partijleden, die ons land hooguit indirect besturen. Als aandeelhouders-op-afstand. (pagina 111-112)|

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 2 december 2013

Een oefenende bibliotheek

Op zaterdag 30 november 2013 stonden in de 'Bossche editie' van het Brabants Dagblad meerdere artikelen onder de kop De toekomst van de bibliotheek. Als opwarmertje voor het Nieuwscafé-debat in de lokale Verkadefabriek op maandag 2 december 2013. De Bossche gemeenteraad buigt zich in 2014 over de vraag of de centrale bibliotheek moet verhuizen naar een andere locatie.

Debat
Overal in Nederland wordt over de bibliotheek gepraat. Bibliotheken staan onder druk. Denk aan teruglopende uitleningen, minder leden, dalende subsidies, internet, ontlezing. Her en der vallen bibliotheken om en worden diensten en producten soberder. Aan de andere kant wordt ook door veel bibliotheken gezocht naar andere vormen van dienstverlening. Openbare Bibliotheken zijn bij uitstek organisaties die bezig zijn met het thema Oefenen voor een andere tijd.

Stellingen
In het Brabants Dagblad stonden drie artikelen. Een algemeen artikel (Boek en bieb wankelen: oude idealen in de knel), geschreven door kunstredacteur Mieske van Eck. Zij bepleit verder in Stelling 1 (Boek hoofdzaak, rest is flauwekul) dat de bibliotheek terug keert naar haar centrale rol van uitlener van boeken en minder de nadruk legt op ontmoeting en debat. Een andere journalist van het BD - Paul Roovers - neemt in Stelling 2 (Boeken aan de kant, eerst koffie) een andere, haaks daarop staande positie in. Een moderne bibliotheek is in zijn ogen vooral een plaats waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, (samen)werken, lezen, zich informeren, een cursus volgen enzovoorts.Oh ja, en een kopje koffie drinken.

Gesomber
Een aardige poging om het debat op te starten, maar beiden vergeten iets. Ze noemen internet en ontlezing maar er zijn andere redenen waarom het met dé Openbare Bibliotheek relatief slecht gaat. Relatief, want ondanks al het gesomber is tóch 1 op de 10 volwassen lid van de bibliotheek en komen ook veel niet leden regelmatig binnenlopen. Voor de meest uiteenlopende dingen. Maar er is wel reden voor zorg. Veel gemeentes zien zich - door van hogerhand opgelegde bezuinigingen en teruglopende inkomsten - gedwongen kritisch te kijken naar deels door hen bekostigde voorzieningen. Daar is niets mis mee. Voor de bibliotheek hoeft geen uitzonderingspositie te worden ingeruimd. Muziekscholen, Volksuniversiteiten, lokale omroepen en musea voegen allen op hun eigen manier zinvolle zaken aan de lokale gemeenschap toe en staan ook onder bezuinigingsdruk.

Een bredere analyse
Mieske van Eck en Paul Roovers komen in 'hun' stelling al snel to the point. Ze bepleiten wat een bibliotheek anno 2013 zou moeten (gaan) doen. En besteden weinig woorden aan de reden waarom de Openbare Bibliotheek (samen met de mediabranche) niet alleen vanwege mogelijke bezuinigingen onder vuur ligt. Ze hadden meer werk kunnen maken van de analyse. Hieronder een poging.

Creativiteit
Om te beginnen zou iedereen die een uitspraak doet over de toekomst van de bibliotheek moeten nadenken over creativiteit. Wat is het? Wat is het belang daarvan voor onze samenleving? En, als we het eens kunnen worden over de conclusie dat creativiteit belangrijk is (én blijft), hoe we als samenleving kunnen stimuleren dat 'we' creatiever worden dan nu.
Er zijn veel definities van creativiteit. De laatste jaren wordt steeds vaker de definitie van sir Ken Robinson aangehaald. Hij bezigt om de haverklap deze zin: I define creativity as the process of having origninal ideas, that have value. Ik definieer creativiteit als het proces waarin originele ideeën ontstaan, die waardevol zijn. Belangrijk is de toevoeging achter de komma. Niet alle originele ideeën zijn waardevol of zinvol. Denk maar even aan het 'voorstel' van Monty Python voor een Ministry of Silly Walks. Een prachtig, origineel idee: een ministerie voor rare loopjes, maar niet echt zinvol.

Een strijd
Wekelijks kom je ergens het 'verhaal' tegen dat China of India of Brazilië of binnenkort zelfs Afrika 'ons' aan het voorbij lopen zijn. Nog even en het is met ons gedaan. Honderdduizenden slimme jongeren studeren daar af, en zullen met onvoorstelbaar nieuwe dingen en diensten (gaan) komen. Het enige wat we daar tegen kunnen doen is meer jongeren hoog opleiden. Waardoor ze vanzelf creatief zullen worden en blijven. Overal in het Westen kun je politici horen die pleiten voor excellent onderwijs. Vernieuwing. Investeren.
In de praktijk gebeurd er vaak het tegendeel.

Ondanks de scepsis over politici die beweren te (gaan) investeren in het onderwijs, is wel duidelijk dat we in Nederland steeds meer hoogopgeleide mensen hebben gekregen. De aantallen zijn geëxplodeerd. Los van de constatering dat dit alleen kon omdat jaar na jaar de normen daalden, is voor iedereen die er oog voor heeft steeds duidelijker geworden dat veel hoogopgeleide jongeren over het algemeen gebrekkig algemeen ontwikkeld zijn. De meesten zijn tijdens hun opleiding redelijk ingewijd in het vak waarin ze afstuderen, maar bij de meesten is kennis van andere 'dingen' minimaal.  Dat is jammer voor die jongeren. En de samenleving.

Legostenen
Creativiteit draait in de visie van sir Ken om het proces waarin originele ideeën komen bovendrijven. Die waarde hebben. Het probleem met mensen die weliswaar hoogopgeleid zijn (in een bepaald segment, of vak) is dat er weinig verrassende gedachtes opkomen als je niet in staat bent verbindingen te leggen tussen op zich losstaande 'zaken' van buiten jouw 'domein'. De Bulgaars-Amerikaanse Maria Popova (van de website Brain pickings) bepleit dat ieder van ons probeert zo veel mogelijk legostenen te verzamelen. Figuurlijk gesproken. Probeer zo veel mogelijk 'dingen' op te pikken. 'Dingen' waar je op het eerste gezicht niets aan hebt. Sterker: aan de meeste opgedane fragmenten heb je waarschijnlijk niets in je leven. Maar. Maar... heel af en toe komt als het nodig is, zomaar (vanzelf) ogenschijnlijk uit het niets een oude legosteen bovendrijven. Die je koppelt aan 'iets' waar je mee bezig bent. Wat je moet oplossen. Wilt oplossen. Of, dat gebeurt ook wel eens, soms krijg je 'zomaar' een idee en begrijp je niet waar het vandaan komt.

Voor alle duidelijkheid. Opzoeken is prima. Niets mis mee. Je hoeft niet alles te 'weten', maar als je in je leven weinig 'zinloze' weetjes hebt opgedaan kun je weinig verbindingen maken.

Wat heeft dit met de bibliotheek te maken?
In Nederland lopen veel mensen rond die denken dat een bibliotheek vooral zinvol is voor kinderen en jongeren. Volwassenen zijn 'klaar'. Die redden zichzelf wel. Weten wat ze willen. Deels klopt dit ook wel. Maar aan de andere kant zou elke volwassene zich zelf moeten voorhouden dat het zéér zinvol is om (liefst regelmatig, structureel) kennis te nemen van nieuwe, andere, soms 'rare' legostenen. Bijna drie jaar geleden hield een Amerikaan daar een mooi pleidooi voor.

Filter bubble
Eli Pariser sprak in maart 2011 tijdens een TED-talk over zijn boek The Filter Bubble : about how personalized search might be narrowing our worldview. Hoe ieder van ons omringd wordt door een filter bubbel. Die bubbel hadden we allemaal (ook) al voor de komst van internet. Om als mens te kunnen functioneren dien je alle op je afkomende informatie te filteren. Het is onmogelijk om alle brokjes info tot je te laten doordringen. Je móet selecteren.

Kern van het verhaal van Eli Pariser is dat we allen als mens geneigd zijn om informatie die ons welgevallig is (ons bevestigd in onze kijk op de werkelijkheid) gemakkelijk 'door te laten' en alles wat onze redelijk vastliggende visie op de werkelijkheid in twijfel trekt te negeren of minder op te slaan. Menselijk. Heel menselijk. Maar wel gevaarlijk. Door de komst van internet en met name door de komst van toepassingen als Google, Facebook, Twitter en andere sociale media worden we - mits we ons daar niet bewust van zijn - meer en meer opgesloten in onze filter bubbel. Google presenteert op basis van ons zoekgedrag bepaalde 'antwoorden' en andere niet. Pariser noemt het jezelf abonneren op een krant waarin alleen artikelen staan die jouw kijk op de samenleving onderschrijven, en alle kritische stukken die ons aan het twijfel zouden kunnen brengen weglaat.

Ontplooiingsfonds
In oktober 2013 voegde de econoom Henk van Tuinen zonder het te weten een element aan dit debat toe. Tot nu is zijn boek Ons land kan menselijker : naar een economie die de samenleving verbetert in de media volstrekt genegeerd. Een mogelijke reden is dat hij zich zeer kritisch uitlaat over 'de media'. Centrale stelling is dat we in het Westen onze uitbundige levensstijl zullen moeten inbinden. De aarde trekt het niet meer; zeker niet als ze in China, India, Brazilië en binnenkort Afrika vrolijk mee gaan doen.
In dit dunne boekje trekt hij de conclusie dat we in het Westen in 'de val' zijn gelopen om steeds maar meer te gaan consumeren. Producten en diensten die feitelijk niet veel toevoegen aan een 'gelukkig leven'. Henk van Tuinen schreef de Nederlandse tegenhanger van Hoeveel is genoeg? van vader en zoon Skidelsky. Maar hij doe het op zijn manier. Zeer lezenswaardig (het is niet voor niets door De Bezige bij uitgegeven).
In tegenstelling tot de Skidelsky's en andere critici van onze huidig economisch model en samenleving komt hij met een voorstel om iets te veranderen. De oprichting van een Ontplooiingsfonds. Een onafhankelijk club. Vooral los van politiek en consumenten. Die aan personen, instellingen en organisaties geld geeft die met zinvolle plannen komen om tegenwicht te gaan bieden aan de almachtige, alom aanwezige reclame- en marketingbranche. Henk van Tuinen weet dat we in het Westen doorlopend worden bestookt met boodschappen om te blijven consumeren. Producten en diensten. Die we vaak niet nodig hebben. Een grotere auto. Een tweede huis. Een derde vakantie. Nog meer voedsel. Een 'macht' waar 500 miljard euro's in omgaat. Denk bijvoorbeeld aan een campagne om ons te overtuigen van het feit dat gewoon kraanwater net zo goed is als water uit een flesje met daarop een label (sorry: brand).

De bibliotheek als ontplooiings-machine
De oproep van sir Ken om creatief te zijn, de stenen van Maria Popova, de filter bubbel en het ontplooiingsfonds van Henk van Tuinen komen wat mij betreft samen in een Openbare Bibliotheek. Die samen met andere partners (zoals kranten, volksuniversiteiten, muziekscholen, musea) continue bezig is om haar bezoekers te verleiden kennis te nemen van 'andere' geluiden. Om eens een andere steen uit te proberen. Zich te informeren over 'dingen' die men niet kent.

Een Openbare Bibliotheek als plaats (vooral dát) waar iets gebeurt. Een workshop. Een cursus. Quiz. Tentoonstelling. Enquête. Debat. Een bibliotheek waar nog steeds veel (en uiteenlopende) boeken staan. Niet alleen de bestsellers. Kranten. Tijdschriften. Digitale databanken. Wifi gratis. Bibliothecarissen die 'iets' kunnen met de meest uiteenlopende vragen

Een plek waar je - liefst - zeven dagen per week terecht kunt. Waar koffie is. Goeie. Waar je kunt verblijven. Werken. Ontmoeten. Afspreken. Zwijgen. Praten. Lachen. Ontroerd raken. Kortom: een plek als het hart van een lokale gemeenschap. Waar iedereen binnen mag komen. Consumptie niet verplicht. Een inspirerende plek. Een bibliotheek die een verhaal vertelt. Of anderen (individuen, organisaties) een plek aanbiedt om hun verhaal te brengen.

Ik koop al mijn boeken zelf
Of:  - een eigentijdse variant - ik haal alle relevante boeken illegaal van het net. Dus waarom hebben we nog een bibliotheek nodig? Ik kan alles - tóch - binnen de muren van mijn huis halen. Of opslaan op mijn device. Waar! Helaas. Maar, deels waar!

Voor een groot deel is dit ook onzin. Iedereen die meent een bibliotheek niet nodig te hebben omdat er een boekhandel is, weet niet wat een moderne boekhandel is. Dat is - alweer helaas - een plek geworden waar nieuwe boeken gemiddeld twee maanden in de schappen staan. Is het boek dan niet 'aangeslagen' dan verdwijnt het uit de winkel en maakt plaats voor het nieuwste 'waan van de dag-boek'. Uiteraard kan elke boekhandel alles bestellen, maar iedereen die meent dat een boekhandel een plek is om je breed te oriënteren houdt zichzelf voor de gek.

Aan de andere kant heeft iedereen die op de tennisclub een usb-stick met 7 duizend illegale ebooks 'koopt' ook een probleem. Waar te beginnen? Welk boek is belangrijk, zinvol, leuk, interessant? Het is het verhaal van de supermarkt met 24 soorten jam. Dat aanbod verkoopt amper. Pas nadat de keuze is beperkt tot zes smaken trekt de vraag weer aan.

Ritme, discipline
Voor beiden (koper en downloader) geldt nog iets anders. Een waarheid als een koe, maar desalniettemin wél waar. Een boek (gekocht, geleend, legaal of niet) is geen gelezen boek. Lezen kost tijd. Helaas. Niet toevallig komt het woord discipline bovendrijven. Of ritme.
Het oude (uitleen)model van de openbare bibliotheek had een disciplinerende werking. Leden mogen per keer een x-aantal boeken lenen. Voor drie weken. Bij de Noord Oost Brabantse Bibliotheken sinds enige jaren vier weken. Daarna moet het boek teruggebracht worden of er wordt boete berekend. Dat disciplineert om meerdere redenen. Je moet het boek binnen 3 of 4 weken uitlezen; dus lees je regelmatig. Je wilt de boete ontlopen dus breng je het op tijd terug. En door dat te doen ontstaat er een ritme in je leven: om de 3 of 4 weken ga ja naar de bieb. Zoekt boeken uit. Leest kranten en tijdschriften. Bezoekt de tentoonstelling. Blijf je jezelf ontwikkelen. Mensen en gadgets helpen je daarbij. Marli Huijer spreekt er in januari 2014 over.

Met zeven duizend boeken op je e-reader hoef je nooit meer naar de bieb. Je kunt tot aan je dood vooruit. Vooruitgang! Hoera! Maar het moet wel allemaal uit je zelf komen. De discipline om de eerste duizend te gaan lezen. Allemaal waar, maar ook weer niet toevallig komt op dit moment de naam van de Belgische hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe bovendrijven. Die in 2012 een zeer kritisch boek schreef over onze neoliberale samenleving. Op de vraag van Wim Brands (van het tv-boekenprogramma) wat het grootste probleem van onze tijd is gaf hij als antwoord: eenzaamheid. We hebben circa 1,5 miljoen eenzame mensen en veel organisaties, instellingen, bedrijven en overheidsorganen zijn volop bezig dit aantal omhoog te duwen.

De ideale bibliotheek
Is nog steeds een plek. Waar mensen uit een gemeenschap naar toe kunnen gaan. Waar ze andere mensen ontmoeten. Punt.
Consumpties niet verplicht. Een plek met een breed, verrassend aanbod. Boeken. Kranten. Tijdschriften. Databanken. Tentoonstellingen. Activiteiten. Een plek waar je alleen kunt werken, studeren. Maar ook een plek waar je samen kunt werken, overleggen, vergaderen, bespreken, ontmoeten. Een plek die liefst zeven dagen in de week open is. Met goede koffie. En thee. Niet té luxe. Geen grand café waar het belangrijkste is om gezien te worden. Nee, een Openbare Bibliotheek is een plek waar je gezien wil worden omdat je daarmee het signaal afgeeft dat je aan jezelf werkt. Blijft werken. Je op zoek bent naar verrassende nieuwe legostenen. Die je misschien in je leven of baan zou kunnen gebruiken. Niet als doel op zich (dat verzamelen van zoveel mogelijk steentjes), maar omdat je WEET dat elk breed georiënteerd mens beter in zijn of haar vel zit. Prettiger leeft. Zich minder laat leiden door anderen. Kortom een plek voor burgers die weten dat onze samenleving alleen kan én zal overleven als die doorlopend in zichzelf blijven investeren. En weten dat - ondanks al het internet-hosanna-'gedoe' - lezen helpt.

De medewerkers van de bibliotheek
Zoals in het begin van dit (wederom lange) artikel al werd gezegd is de openbare bibliotheek bezig met het jaarthema van de Noord Oost Brabantse Bibliotheken: Oefenen voor een andere tijd.
We proberen van alles uit. En zijn  nog veel meer van plan.
Ondanks die constatering is er ook veel hetzelfde gebleven. Mieske van Eck refereert in haar artikel (Boek en bieb wankelen: oude idealen in de knel) aan een oud woord: volksverheffing.

Dat is terecht. Een 'moderne' bibliotheek is daar nog steeds mee bezig en mensen die in een bibliotheek werken vervullen daartoe een vijftal rollen. Die door elkaar heen lopen. We zijn om te beginnen producer (we laten 'iets' tot stand komen; denken er bewust over na), soms impresario (die een spreker of een tentoonstelling of leraar 'binnenvliegen'), regelmatig leraar (die 'iets' aan een groepje uitlegt), om de haverklap ook conciërge (die koffie zetten, een beamer aansluiten, kaartjes verkopen), maar bovenal en doorlopend zijn we verbinder.

Verbinders
Een Openbare Bibliotheek is een plek waar verbindingen gelegd worden. Tot stand komen. Tussen ideeën en mensen.Waar nieuwe dingen tot stand kunnen komen. Een plek die in een samenleving die zichzelf als creatief ziet moet blijven bestaan. Sterker: waar nog meer in zou moeten worden geïnvesteerd. Elke gemeenschap verdient er een. En niet alleen om kinderen van de basisschool te leren lezen. Of laaggeletterden digitaal vaardig te maken. Nee, elke burger van zo'n creatieve samenleving zal zich doorlopend moeten blijven ontwikkelen. Dat kan alleen, lekker met al je digitale devices in je eigen 'hol', maar een mens is en blijft een sociaal dier. Laat de openbare bibliotheek zo'n plek blijven. Wees als burgers blij dat jouw woonplaats zo'n relatief dure instelling overeind houdt. En maak er gebruik van. In de 'moderne' bieb komen beide 'stellingen' samen: boeken én koffie. Maar bovenal: verbinding. Oh ja, en - als het moet - BYOD.

(2 december 2013)
Hans van Duijnhoven

Homepage Achtergrondartikelen


donderdag 28 november 2013

Rob Hengeveld

Wildgroei : overbevolking en de ontwrichting van milieu en samenleving
Zwerk 2013, 427 pagina's - € 24,50

Oorspronkelijke titel: Wasted world : how our consumption challenges the planet (2012)

Website Rob Hengeveld

Korte beschrijving
De wereldbevolking is zo exponentieel gegroeid, dat we nu sneller afval produceren en grondstoftekorten laten zien dan het systeem kan bijhouden. Om de hiermee samenhangende milieuproblemen te lijf te gaan, zullen overheden maatregelen moeten nemen om de bevolkingsgroei actief te beperken. Deze boodschap poogt de auteur, ecoloog en voormalig hoogleraar dierecologie, onderbouwd over te brengen op de lezer. Daartoe maakt hij de samenhang tussen met name bevolkingsomvang, klimaat, landbouw en economie, voor de lezer inzichtelijk. Vanuit kennis van die samenhang kun je komen tot échte oplossingen om de vernietiging van ons milieu te stoppen. Daartoe beschrijft hij de processen van gebruik, verspilling en recycling van energie, materiële hulpbronnen en ruimte. En zijn conclusie is de lastige maar niet te negeren boodschap dat de échte oplossing om de ontwrichting van ons milieu en onze samenleving te stoppen, gezocht moet worden in het reguleren van de onstuimige groei van de wereldbevolking. Voorzien van enkele figuren en een literatuurlijst.

Fragment uit de Inleiding
Dit boek gaat over problemen die voornamelijk het gevolg zijn van het te grote aantal mensen op aarde. Het is geen optimistisch boek en het trekt geen optimistische conclusies. Het wil een waarschuwing zijn en duidelijk maken waarom de huidige situatie een bedreiging vormt voor de toekomst. Het geeft een ontnuchterende beschrijving van de verkwistende manier waarop wij met onze grondstoffen omspringen; van hongersnood en epidemieën; van de vernietiging van eeuwenoude sociale verbanden, gewoonten en culturen; van verbeten strijd om de laatste hulpbronnen. Maar het boek is niet alleen maar somber: als we de juiste maatregelen nemen is er nog hoop. We moeten onze aantallen drastisch en snel beperken. Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk als we niet alleen weten, maar ook werkelijk begrijpen wat er aan de hand is. Dit boek wil dat begrip en dat noodzakelijke inzicht geven. (pagina 11)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 27 november 2013

Russell Shorto

Amsterdam : geschiedenis van de meest vrijzinnige stad ter wereld
Ambo 2013, 402 pagina's - € 29,95

Oorspronkelijke titel: Amsterdam : a history of the world's most liberal city (2013)

Wikipedia: Russell Shorto (1959) en zijn website

Korte beschrijving
Rode draad in deze geschiedenis van Amsterdam is de Nederlandse opvatting over liberalisme, de tolerantie, waardoor de stad een unieke positie in de wereld verwierf. De Amerikaanse journalist die zich al eerder verdiepte in de Nederlandse invloed op Amerika, meent dat in het DNA van de Nederlanders een vorm van vrijheid is ingeprent, door de gezamenlijke strijd tegen het water, het individueel inrichten van het nieuwe land en het ontbreken van feodalisme. Er ontstond een pragmatische vorm van tolerantie die vrijdenkers, godsdienstballingen en ondernemers naar Amsterdam trok waardoor handel en creativiteit in de gouden eeuw konden opbloeien. Met de VOC werden die waarden over de wereld verspreid. Shorto toont aan dat vrijheid van godsdienst, het gedogen van wiet en prostitutie niet anders dan in Amsterdam konden ontstaan. Dat tolerantie ook keerzijdes kent, illustreert hij onder andere met de massale deportatie van joden in de Tweede Wereldoorlog. Een diepgaande, vloeiend geschreven geschiedenis die leest als een roman. De blik van de buitenlander geeft bovendien een frisse kijk op ons eigen karakter. Met enkele katernen illustraties, grotendeels in kleur, eindnoten, een literatuuroverzicht en register.

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 14 november 2013

Over bubbels en stenen

Daar sta je dan.

Bijna twee jaar nadat je een ruw idee op een groep, redelijk sceptische collega's losliet.  Die niet meteen begrepen waarom ik een groep lezers om me heen wilde verzamelen. Mensen die samen met mij boeken gingen lezen. Geen romans. Zeker niet. Ik wilde ook geen leesgroep opstarten. Zoals er al zo veel zijn. Nee. Ik zocht een groep jonge mannen. Hoogopgeleid. Die op hun eigen gebied ongetwijfeld niet dom zijn, maar buiten dat specifieke terrein weinig weten. Noem het gebrek aan algemene ontwikkeling of diepgang. Mannen die op mijn uitdaging wilden ingaan: een jaar lang elke week een serieus non-fictie boek lezen. En daar met elkaar over willen praten. Waarom? Omdat iedereen in de 21e eeuw op zijn of haar manier creatief moet zijn. Nieuwe dingen tot stand brengen. Verbindingen kunnen leggen tussen uiteenlopende zaken die je hebt opgepikt. En, de crux van het verhaal, iedereen die veel en divers leest neemt al lezende heel erg veel elementen op. Onlangs noemde de gangmaakster achter Brain Pickings (ene Maria Popova) dat legostenen verzamelen. Waarmee je kunt bouwen. De meest verrassende combinaties maken. Het gaat om de hoeveelheid én diversiteit van de stenen in je rugzak. Té veel hoogopgeleide mannen (en vrouwen) hebben ondanks hun hoge opleiding weinig, en vaak wat eenvormige stenen verzameld. Lezen helpt. Daar was én ben ik als bibliothecaris van overtuigd.

Het idee werd die ochtend redelijk sceptisch onthaald. Waarom mannen? Jonge? Mogen vrouwen echt niet meedoen? En waarom die leeftijdsgrens? Achteraf hadden ze gelijk. Mijn collega's van de Noord Oost Brabantse Bibliotheken. Ik liet mijn voorkeur voor jonge, hoogopgeleide mannen los. In juni 2012 melden zich na een oproep veel mensen aan. Geen jonge, hoogopgeleide mannen. Integendeel. Het gros van de deelnemers was veertig jaar en ouder. En vrouwen overheersten. Zoals meestal in onze Openbare Bibliotheekwereld. De meeste deelnemers waren wel hoog opgeleid.
We gingen lezen, kwamen regelmatig samen. En in september van dit jaar begon het tweede seizoen van de Lezers van Stavast. De lijst omvat medio november 2013 ruim 200 titels. En blijft groeien. Er zijn veel schrijvers die (zonder dat ze het weten) schrijven over ons jaarthema Oefenen voor een andere tijd.

Vernieuwend? Innovatief?
Dagelijks worden deze begrippen over ons uitgestort. Nederland moet vernieuwd worden. Innovatiever worden. Meedoen in de (rat?)race naar de top. Iedereen moet creatief bezig zijn. In staat zijn om te gaan met onzekerheden.
Als burger die veel teksten tot zich neemt wordt je steeds moedelozer van deze prietpraat. Vaak is het newspeak. Ze zeggen A, maar in de praktijk wordt het haaks daarop staande B bedoeld.

Love = War. Afslanken = Kapotbezuinigen. Meten = Niet weten. Humaan beleid = Vluchtelingen de deur wijzen. Voorstel = Dictaat.


Iets dergelijks gaat ook op voor innoveren. Je kunt als bibliothecaris (of employee in een andere sector) wekelijks een congres, seminar of workshop bijwonen over innoveren. Vernieuwen. Werk 2.0. Functionaris 3.0.


Is innovatie copy - paste?
Maar het is maar zeer de vraag of degenen die aanwezig zijn vervolgens thuis gaan innoveren. Alsof je zoiets kunt leren. De realiteit is eerder het tegendeel. Iedereen die naar zo'n bijeenkomst is geweest gaat een kunstje van een ander herhalen. Copy - paste. Echte vernieuwingen kun je niet ergens ophalen. Echt nieuwe dingen moet je zelf opstarten. Hoe? Gewoon, door je eigen gezond verstand te volgen en op zeker moment IETS te gaan doen.

"Go, make something happen" is de leefregel van de Amerikaanse publicist (en vernieuwer) (hij wel) Seth Godin. Maar altijd vanuit een analyse van de samenleving, of de omgeving waarin je 'rondloopt'. Je moet wel stelling durven nemen.Maar dat kan alleen goed als je een zeer brede kijk hebt op hetgeen zich in onze samenleving afspeelt. Heb je dat niet, dan neem je stelling vanuit een bubbel.

Elk mens is van nature geneigd informatie die op je afkomt door je eigen filter heen te halen. Dit brokje tekst, film, muziek sluit aan bij mijn voorkeuren, dingen die ik leuk of belangrijk vind. Ze bevestigen mijn kijk op de samenleving. En zijn derhalve welkom, onthoud ik beter. En andere brokken, die daar haaks op staan negeer ik. Of zijn op een andere manier ook een bevestiging van wat ik al weet. Eli Pariser hield in het voorjaar van 2011 een veelbekeken TED-speech over dit inzicht dat hij in zijn boek "The Filter Bubble: What the Internet Is Hiding from You" uitvoerig heeft beschreven.

Rol van een Openbare Bibliotheek
Een goede Openbare Bibliotheek, en ik noem het woord goed bewust, probeert mensen in haar werkgebied te verleiden kennis te nemen van 'dingen' die 'men' nog niet kent. Waarom? Omdat het voor de samenleving goed (wederom) is als mensen breed in het leven staan. Niet blijven hangen in hun bubbel. Veel bijzondere stenen in hun ransel stoppen.

Vernieuwend
De eerder genoemde Seth Godin is een interessant man. Die zich nadrukkelijk in het publieke domein manifesteert. Over veel dingen een mening heeft, en die ventileert. Dagelijks verschijnt zijn miniblog. Artikelen die later vaak terecht komen in boeken of ... in een manifest. In 2011 verscheen zijn visie op het onderwijs: Stop stealing dreams (what are schools for). Daarin houdt hij een pleidooi voor een ander onderwijssysteem. Een systeem dat jonge mensen uitrust voor de 21e eeuw. Niet de 20e waarin mensen klaargestoomd werden voor een samenleving vol zekerheden: een beroep en baan voor het leven.
Seth Godin weet dat we in de 21e eeuw allen op onze eigen manier als een kunstenaar door het leven moeten bewegen. Het gaat niet om kunst maken zoals een schilder of cineast. Nee, ieder van ons zal met zijn of haar gegeven talenten moeten woekeren en doorlopend 'iets' nieuws laten ontstaan. Noem het kunst. In de 21e eeuw zullen we doorlopend bezig om binnen onze omgeving verbindingen tot stand te brengen. Unieke verbindingen tussen ideeën, mensen, instellingen enzovoorts. En, een herhaling van hierboven, naarmate mensen meer legostenen hebben (opgedaan, verzameld) kunnen er meer unieke verbindingen tot stand gebracht worden. En is die bewuste man of vrouw succesvoller, maar nog belangrijker: zit die persoon lekkerder in zijn vel. Is gelukkiger.

In dat onderwijs manifest houdt hij voor veel zaken een pleidooi. Allereerst is hij zeer enthousiast over lezen en schrijven:
In the connected age, reading and writing remain the two skills that are most likely to pay off with exponential results. Reading leads to more reading. Writing leads to better writing. Better writing leads to a bigger audience and more value creation. And the process repeats.
Vervolgens heeft hij het op zeker moment over de Openbare Bibliotheek. Dat is: a place, still. Een bibliotheek verdwijnt in zijn ogen niet in de cloud, maar blijft in zijn ogen een plek, een fysieke plaats waar mensen naar toe kunnen gaan. Om samen met anderen te werken aan .... de meest uiteenlopende dingen. Dit idee sluit ook perfect aan bij de constatering van de Belgische psychiater Paul Verhaeghe (in zijn Identiteit) dat in onze samenleving 1,5 miljoen mensen in Nederland eenzaam zijn. En dat een bieb 'iets' kan doen om daar iets aan te doen.
Even verderop benoemt hij vijf rollen voor een modern bibliothecaris.

Vijf rollen en vernieuwend bezig zijn
Een bibliothecaris vervult in die moderne bibliotheek (waar uitlenen minder belangrijk wordt) vijf rollen. Die door elkaar heenlopen. En het is - onuitgesproken - niet de bedoeling dat die rollen krampachtig van elkaar gescheiden worden. Integendeel. Een goede bibliothecaris is producer (die iets tot stand laat komen), impresario (die af en toe iemand of een tentoonstelling 'invliegt'), leraar (die af en toe iets uitlegt aan een groep mensen), conciërge (die pc's aansluit, koffie zet, stoelen aanschuift) én als allerbelangrijkste is hij of zij een VERBINDER.

Bingo
Dat alles zat en zit in de Lezers van Stavast groep. En in Boeken proeven. Wijsheid in crisistijd. This magic moment, KennisMakers, Het geheim van het Pivot park (werktitel), binnenkort het Media Event
Maar het zat ook in veel 'dingen' die we als bibliothecaris oude stijl jaren geleden ook al deden. Nieuw is wel de notie dat we als bibliotheek mensen samen moeten brengen. Rondom een zinvol, waardevol onderwerp. Actief stimuleren dat er groepen bezig zijn binnen onze muren. Noem het tribes. Of stammen. Het doet er niet zo veel toe: als er maar iets gebeurd wat waarde heeft. In de 21e eeuw zullen bedrijven, instellingen en organisaties afgerekend worden op de vraag of zij bijdragen aan het laten ontstaan van waardevolle, zinvolle 'dingen'. Echte waarde(n).

Klik hier voor een stuk of 25 'beelden' die zich de laatste maanden, jaren opdrongen en allen iets zeggen over onze huidige tijd en samenleving.
En hier voor een pagina van waaruit je door kunt klikken naar legostenen die ik het afgelopen halfjaar heb verzameld.
Blogs: Who's in control? - Voor ik dood ga, wil ik - Oefenen voor een andere tijd

(donderdag 14 november 2014)
Hans van Duijnhoven

Homepage Achtergrondartikelen



donderdag 31 oktober 2013

Ray Kurzweil 2

Het bouwen van een brein : het geheim van het menselijk denken ontrafeld
De Wereld  2013, 320 pagina's - € 24,95

Oorspronkelijke titel: How to create a mind: the secret of human thought revealed (2012)

Wikipedia: Ray Kurzweil (1948)

Korte beschrijving
Raymond Kurzweil is een gepassioneerd uitvinder, ondernemer en toekomstverkenner. In die laatste hoedanigheid is hij een transhumanist, die van mening is dat de mens zichzelf in de naaste toekomst zal overstijgen. In dit boek, een vervolg op zijn bestseller 'De singulariteit is nabij' (2011)*, ontwikkelt hij een theorie over de werking van ons brein, met name de neocortex, die hij de 'patroonherkenningstheorie' heeft gedoopt, en laat hij zien hoe die theorie enerzijds kan helpen om de werking van ons brein te begrijpen en anderzijds bruikbaar is bij het ontwikkelen van allerlei vormen van kunstmatige intelligentie. Een uitermate boeiende materie. Probleem met de groeiende lijst populaire boeken van Kurzweil is, ook hier weer, dat zijn gedrevenheid ten koste gaat van de helderheid van zijn tekst en dat de grens tussen zijn kennis van nu en zijn visie op de toekomst vaak maar moeilijk is te vinden. Voorzien van illustraties en figuren in zwart-wit, eindnoten en afzonderlijke registers op onderwerpen en personen.

Klik hier voor een kritische reactie op de ideeën van Ray Kurzweil (Futuristische dromen van Ray Kurzweil zijn bedrog)

Klik hier voor zijn boek De singulariteit is nabij (2005/2011)

Fragment uit hoofdstuk 6. Transcendente vermogens (over creativiteit)
De volgende stap is natuurlijk het vergroten van de neocortex zelf met behulp van zijn niet-biologische equivalent. Dit zal onze ultieme creatieve daad zijn: het creëren van het vermogen om creatief te zijn. Een niet-biologische neocortex zal uiteindelijk veel sneller zijn en zal snel het soort metaforen kunnen zoeken dat Darwin en Einstein inspireerde. De niet-biologische neocortex kan systematisch alle overlappende grensgebieden van onze exponentieel groeiende kennis onderzoeken.
Sommige mensen maken zich zorgen over wat er gaat gebeuren met mensen die niet mee zouden willen doen met zo'n uitbreiding van de necortex. De extra intelligentie bevindt zich voornamelijk in de cloud (het exponentieel groeiende netwerk van computers waarmee we ons verbinden via online communicatie), waar zich nu het grootste gedeelte van onze machine-intelligentie bevindt. (pagina 117)

Authors at Google - Ray Kurzweil "How to Create a Mind" (1:19:04) (69.104 views op 31/20-2013)


Terug naar Overzicht alle titels

Michael Foley 2

Lang leve het gewone : de lessen van het alledaagse leven
Atlas Contact 2013, 320 pagina's - € 24,95

Oorspronkelijke titel: Embracing the ordinary : lessons from the champions of evryday life (2013)

Korte beschrijving
De auteur houdt een pleidooi voor niet-utilitair (op nut gericht), aandachtig genieten van het dagelijks leven, het hier en nu nemen zoals het is. Foley, dichter en romancier, geeft hiermee antwoord op een in een eerdere publicatie, 'Absurde overvloed' (2012)*, gestelde vraag: hoe het komt dat we dit genieten niet of nauwelijks nastreven. Hij doet dit aan de hand van onder meer de spiritualiteit van William James, romans zonder plot van Marcel Proust en James Joyce en het denken van Henri Bergson. Als hij zich daartoe had beperkt, was zijn pleidooi voor het genieten van alledag kernachtiger overgekomen. Nu is er sprake van een omgevallen boekenkast, een zekere willekeur en ongenuanceerdheid. De thematiek is vooral interessant voor de middenklasse. Wie dieper in wil gaan op het denken van William James, kan beter terecht bij Charles Taylor ('Wat betekent religie vandaag?', 2003) en wat Proust betreft bij Alain de Botton ('Hoe Proust je leven kan veranderen', 1997)

Fragment uit 6. De opera van het alledaagse spraakgebruik
Toen ik veertig jaar geleden met lesgeven begon, was de meest angstaanjagende onthulling voor mij niet de onwetendheid van de leerlingen, maar de leegte in de hoofden van de leraren, waarvan ik me bewust werd door de onophoudelijke, verbijsterende nietszeggendheid van de gesprekken in de lerarenkamer. Hoe konden fatsoenlijk opgeleide mensen, van wie menigeen zich vanwege een vermeende superioriteit omwille van die opleiding ook behoorlijk uit de hoogte gedroeg, dag in dag uit zoveel flauwekul uitslaan? Ik was destijds ook een zelfingenomen eikeltje en dus hield ik, om besmetting te voorkomen, mijn oren stijf dicht. Maar wat zou ik nu graag nog eens luisteren naar de ruwe, ongeredigeerde versie van zo'n eindeloos praatje over dat Saintbury's niet meer is wat het geweest is omdat het personeel er nooit meer tijd voor je heeft en omdat het wc-papier en de eieren op maandag altijd op zijn. Ik begrijp inmiddels dat het merendeel van alle gesprekken geen communicatie betreft, maar betekenisloos geluid. Het zijn auditieve dekentjes, bedoeld om gerust te stellen, te troosten en te verzachten - en juist het feit dat dit geluid geen betekenis heeft moet als een bron van vreugde worden gezien. De truc met gesprekken over koetjes en kalfjes is dat je van de koetjes en kalfjes moet genieten.
  Volgens de antropoloog Robin Dunbar is nietszeggend geklets een verbindend ritueel, voortgekomen uit het wederzijdse mooi maken bij apenstammen, een wat verfijndere vorm van het 'vocale mooi maken', een soort versieren op afstand (dit verband tussen mooi maken en kletsen verklaart waarom kappers zo babbelziek zijn). De boodschap bestaat uit het contact zelf, de inhoud doet er niet toe. Dat wil zeggen dat twee derde van al het praten geen praktische of intellectuele functie heeft en bestaat uit opscheppen, herinneringen ophalen, roddelen, klagen, onwaarschijnlijk gedetailleerde beschrijvingen van persoonlijke voor- of afkeuren, gebabbel over gezondheid, de televisie van gisteren, de activiteiten van familieleden, en bovenal letterlijke verslagen van vorige ontmoetingen ('Dus ik zeg ... en toen zei hij', of voor de jongere praters: 'Die gast deed van ... en toen had ik iets van ...'). Zelfs klagen, dat een uiting van ontevredenheid een afwijzing lijkt te zijn, is in wezen een bevestiging van solidariteit. (pagina 121-122)

Tekst op website uitgever
In Absurde overvloed stelde Michael Foley de vraag: hoe komt het dat we zelden nastreven waar we gelukkig van worden? Ruimte, tijd, stilte: daarbij vaart de mens wel, maar we zoeken de drukte op en hebben altijd haast.

In Lang leve het gewone formuleert hij een antwoord. In het voetspoor van kunstenaars, filosofen en psychologen beschrijft hij wat de moeite waard kan zijn in ons gewone leven. 'Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg', wordt er wel eens gezegd. Foley laat zien dat dit een zeer inspirerende aanmoediging kan zijn.

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 29 oktober 2013

Peter Giesen

De weg van de meeste weerstand : pleidooi voor de betrokken burger
Cossee 2013, 96 pagina's - € 12,90

Peter Giesen (1959)

Korte beschrijving
Hoe komt het dat Nederlanders zo pessimistisch zijn over hun land als de cijfers een gunstig beeld laten zien? Die vraagt stelt journalist Peter Giesen (1959) zich in dit essay. Giesen is historicus en werkt ruim twintig jaar voor de Volkskrant. Sinds 2013 is hij correspondent in Parijs. Eerder publiceerde hij 'Laat me feesten' (1999) over vermeende en daadwerkelijke problemen van jongeren en 'Land van lafaards?' (200&) waarin hij de geschiedenis van de angst in Nederland bespreekt. Het antwoord op de vraag die Giesen in 'De weg van de meeste weerstand' opwerpt, staat haaks op het vandaag de dag populaire neoliberalisme. Met veel aandacht voor historische context doet Giesen een pleidooi voor een relativering van het 'ik'. Hij betoogt dat de 'bv ik' niet kan zonder de 'bv wij', die ervoor zorgt dat het individu meer controle op de wereld heeft, waardoor optimisme ontstaat. Giesen besluit zijn essay met een 'bescheiden optimistische agenda', die de onderlinge verbondenheid van burgers moet versterken en hen meer greep geeft op de wereld. Kleine druk.


Korte beschrijving (van website uitgever)
Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht. Zo kijken de meeste Nederlanders tegen hun land aan. Groot optimisme over het persoonlijk leven gaat gepaard met diep pessimisme over de samenleving. Peter Giesen betoogt dat ons persoonlijk optimisme zichzelf in de staart begint te bijten. Mensen hebben hoge verwachtingen van hun leven en voelen zichzelf verantwoordelijk voor succes of falen. Steeds meer mensen bezwijken onder die druk, met een toename van allerlei psychische kwalen als gevolg.
Terwijl we ons persoonlijk optimisme moeten temperen, zouden we het maatschappelijk optimisme juist moeten vergroten. Maar ons maatschappelijk pessimisme is diep geworteld.
  Om greep te krijgen op grote, onpersoonlijke krachten als 'globalisering', 'Europa' of 'de markt' is een nieuw optimisme nodig. Peter Giesen laat zien hoe dat tot stand kan komen door een versterking van het collectief: hoe we de doodlopende weg van de zeurcultuur in het openbare debat kunnen vermijden.

Fragment uit recensie in Trouw (26 oktober 2013)
Als het mistig is, kun je zeggen: wat een pest die mist. Maar de reactie kan ook zijn: klaart wel op die mist! Het woordgrapje laat zien dat er een groot verschil is tussen pessimisten en optimisten. En de suggestie is dat je maar beter tot die laatsten kunt behoren.
In zijn vlot geschreven essay gaat Peter Giesen, journalist bij De Volkskrant, uitgebreid in op het onderscheid tussen pessimisten en optimisten. Hij noemt zichzelf een 'rationele optimist'. "Ik ben op zoek naar een optimisme dat ik kan onderbouwen, niet naar een optimisme dat zich louter baseert op de wil, een feel good-optimisme dat gelukkig maakt, ook al berust het op zelfbedrog."
Giesen is vooral op zoek naar een antwoord op de vraag hoe het toch kan dat uit alle onderzoeken blijkt dat mensen gelukkig zijn met hun eigen leven, maar ongelukkig met wat er om hen heen gebeurt.
() Het essay beslaat nog geen honderd pagina's, maar de auteur haalt daarin veel overhoop.

Fragment uit Een kleine geschiedenis van het optimisme
Nederland is rijker dan ooit. De staatsschuld is lager dan in Engeland, Frankrijk en Duitsland. Ons overschot op de betalingsbalans is groter dan dat van exportkampioen Duitsland. Onze pensioenpot is de best gevulde ter wereld. Natuurlijk moet de komende jaren blijken hoeveel rijkdom op de pof verworven is, maar we kunnen een stootje hebben. Zoals Rutger Bregman in de Volkskrant schreef: 'Een hedendaagse zwerver met een daklozenuitkering is rijker dan Jan Modaal in 1955.'
  Je kunt natuurlijk tegenwerpen dat inkomen een wel heel platte maat is om vooruitgang te meten. Dat is ook zo, maar niemand zal terug willen naar een wereld van kleine, vochtige huizen waarin tienerkinderen met zijn drieën in één bed sliepen, moeder druk bezig was met het uitwringen van de was en het wecken van de groente, en vader dolgelukkig was als hij zich een bromfiets en leren jas kon veroorloven.
  DE vooruitgang is echter niet beperkt gebleven tot het materiële vlak. We zijn vrijer dan ooit. De mythische wereld van 'vroeger' was hiërarchisch: gelovigen stonden boven niet-gelovigen, mannen boven vrouwen, hetero's boven homo's. (pagina 43-44)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 23 oktober 2013

Maarten van Buuren & Joep Dohmen

Van oude en nieuwe deugden : levenskunst van Aristoteles tot Nussbaum
Ambo 2013, 288 pagina's - € 24,95

Maarten van Buuren (1948) en Joep Dohmen (1949)

Korte beschrijving
Een boek over ethiek en wel een speciaal type. De meeste ethische theorieën gaan uit van regels of principes (deontologie) dan wel van uitkomsten of gevolgen (teleologie). Daarover gaat dit boek niet. Het gaat om een derde type, de deugdethiek, die nadenkt over de kunst van het leven. Deugdethiek begint niet met de vraag die de beide andere typen stellen: wat moet ik doen? Deugdethiek begint met: hoe moet ik leven? In tien hoofdstukken behandelen de auteurs, beiden hoogleraar te Utrecht, evenzovele vertegenwoordigers van de deugdethiek, daarbij 25 eeuwen omspannend. Natuurlijk is het een moeilijk boek, maar toegankelijker en sprekender dan hier kan er moeilijk over worden geschreven. De beide auteurs hebben hun eigen stijl en opvattingen. Dat stoort niet, integendeel, het zou storen als het anders was. Het is een aanstekelijk boek. Het schrijft niet voor, het nodigt uit. En ondertussen wordt de lezer er ook nog wijzer van. Elk hoofdstuk besluit met een lijst van primaire en secundaire literatuur..

Tekst op website uitgever
Levenskunst is een manier om de zoektocht naar het goede leven vorm te geven. De westerse mens heeft de vrijheid veroverd om te kiezen wie hij wil zijn. Maar hoe die vrijheid in te vullen? En hoe kan een maatschappij vol vrije individuen goed functioneren? Daarvoor is een nieuwe moraal nodig die niet dogmatisch is, maar positief. Een moraal die persoonlijke vrijheid definieert ten opzichte van de ander, in een maatschappelijk verband.

Maarten van Buuren en Joep Dohmen betogen dat deugden de mens in staat stellen te onderscheiden wat het goede is. Ze moeten in de praktijk met wijsheid worden ingezet, afhankelijk van de situatie en de mores. Gebeurt dat niet dan verkeren ze in hun tegendeel en worden ondeugden.


In Van oude en nieuwe deugden gaan Van Buuren en Dohmen te rade bij tien denkers die in de loop van 2500 jaar verschillende visies op het goede leven hebben geformuleerd, van Laozi tot Machiavelli, van Friedrich Nietzsche tot Richard Rorty, van Aristoteles tot Martha Nussbaum.

Fragment uit 10. Martha Nussbaum: tragiek en mededogen
Het zou echter zeer eenzijdig zijn om alleen op het verstand en de intellectuele vaardigheid in te werken. Mensen zijn niet alleen redelijke wezens, maar ook wezens met morele emoties. Het tweede aspect dat Nussbaum naast de ontwikkeling van autonomie nodig acht voor een humanistische vorming is mededogen. Persoonlijke vorming is van groot belang voor het ontwikkelen van een bloeiend gelukkig leven. Maar zij is ook van belang voor het voorkomen van mislukte levens en het tegengaan van een cultuur van haat. Daarom moeten we bovendien nagaan en proberen te ontdekken waarom mensen heel vaak niet in staat blijken tot mededogen. Vooral mensen die niet geleerd hebben om van zichzelf te houden, zullen zich vastbijten in haat jegens anderen.
  Waarom hebben mensen vaak geen mededogen? Nussbaum laat zien hoe jonge mensen moeten leren hun primaire narcisme, hun schaamte over hun lichamelijkheid en hun onmacht te overwinnen. Opvoeding betekent: jonge mensen niet alleen leren inzien, maar ook leren aanvaarden dat ze als mens kwetsbaar zijn en altijd afhankelijk van anderen. Alleen wie daarin slaagt, is zelf beter in staat om open te staan voor anderen en anderen te helpen. Wie er echter niet in slaagt zijn onmacht te verdragen, zal zijn angst, walging en schaamte over zichzelf al gauw op anderen projecteren. Die ander, die vreemdeling, die allochtoon deugt niet; hij stinkt, is een rat, tuig. (pagina 301-302)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 17 oktober 2013

Bas Kast

Kies je gelukkig! : waarom kiezen zo moeilijk is en hoe we gelukkig kunnen worden
Wereldbibliotheek 2013, 256 pagina's - € 18,90

Oorspronkelijke titel: Ich weiß nicht, was ich wollen soll : warum wir uns so schwer entscheiden können und wo das Glck zu finden ist (2012)

Wikipedia: Bas Kast (1973) (NL) of (Duits)

Tekst op website Wereldbibliotheek
Hét boek voor Generatie Keuzestress!  (woensdag 25 september 2013)
Noem het Generatie Keuzestress. Noem het 'Generatie Alles', zoals De Groene Amsterdammer in juni, of 'Generation Y', zoals in Amerika - de huidige generatie twintigers en dertigers heeft last van keuzestress. In Kies je gelukkig!, dat op 6 oktober verschijnt, maakt Bas Kast aan de hand van het meest recente onderzoek in onder meer de psychologie, neurologie en antropologie duidelijk waarom zo veel vrijheid juist verlammend werkt en tot stress leidt. En legt hij uit hoe je keuzestress kunt voorkomen door op de juiste manier te kiezen.

Bas Kast (1973) studeerde biologie en psychologie. Eerder verschenen van hem De liefde en waar de hartstocht vandaan komt en Hoe de buik het hoofd helpt denken. Voor zijn werk ontving hij de Axel Springerprijs voor jonge journalisten en de Europese Science Writers Award. In Kies je gelukkig! legt hij met praktische tips uit hoe we ons het beste staande kunnen houden in een maatschappij waarin grenzeloosheid de norm lijkt te zijn.

Fragment uit 1. Voorwoord bij de Nederlandse uitgave
In dit boek wil ik niet pleiten dat we onze moeizaam verworven vrijheden en onze met grote inspanning veroverde welvaart zouden moeten opgeven (iemand die wijst op de gevaren van overgewicht voor de gezondheid wil meestal niet alle supermarkten afbreken, en ziet ook niet reikhalzend uit naar hongersnood).
We zouden eerder allemaal middelen en strategieën moeten vinden om met de huidige moderne samenleving in het reine te komen en daarin gelukkig te worden. De maatschappij waarin we leven en waarvan we de voordelen terecht aan onze buitenaardse vrienden hebben uitgelegd, lijkt me in velerlei opzicht nagenoeg ideaal. Ze biedt ons zo veel kansen op een geslaagd en gelukkig leven ... Met dit boek wil ik ertoe bijdragen dat de valstrikken en afgronden die óók in de samenleving schuilgaan en die hecht met de voordelen ervan verweven zijn, worden erkend, zodat uiteindelijk, naar ik hoop, iedereen daarin wat beter zijn weg kan vinden. (pagina 16)

Terug naar Overzicht alle titels