donderdag 30 april 2015

Daniel Levitin

Een opgeruimde geest : omgaan met de stortvloed aan informatie die dagelijks op je afkomt
Business Contact 2015, 524 pagina's - € 29,99

Oorspronkelijke titel: The organized mind : thinking straight in the age of information overload (2014)

Wikipedia: Daniel Joseph Levitin (1957)

Korte beschrijving
Goed georganiseerd zijn is door de overvloed aan informatie belangrijker dan ooit, stelt de auteur. Ordening in de materiële wereld is nodig om chaos in je hoofd tegen te gaan. Leren hoe je beter gebruik kunt maken van je ingenieuze brein leidt tot meer effectiviteit, grotere productiviteit en meer creativiteit. Hij propageert dagdromen of dutjes om te ‘resetten’, een regelmatig dag-en-nachtritme en vooral geen multitasking, dat hij een contraproductieve bezigheid noemt. Gaandeweg maakt hij duidelijk hoe we dingen onthouden, kwijtraken en terug kunnen vinden. Hij toont zich kritisch ten aanzien van conclusies verbonden aan statistische gegevens, wijst op onze vooroordelen en op vaak onjuiste informatie via internet. Vooral zelf dingen onderzoeken, gedegen nadenken en dan pas conclusies trekken is de boodschap, die ook voor de volgende generatie van groot belang is. Kruistabellen kunnen daarbij helpen, hij legt de werkwijze uit. Op luchtige en verfrissende wijze gebracht, maar niet altijd gemakkelijke kost. Soms verdwaal je in de veelheid aan publicaties en onderzoeken. Verhelderend boek over de werking van het brein in relatie tot de dagelijkse stroom aan informatie. Gericht op persoonlijke effectiviteit, met uitleg en tips.

Fragment uit 3. Je huis organiseren
Maar er is een minpuntje. We denken wel dat we verschillende dingen tegelijk doen, dat we multitasken, maar dat blijkt een sterke, duivelse illusie te zijn. Earl Miller, neurowetenschapper aan MIT en wereldwijd een van de grootste experts op het gebied van verdeelde aandacht, zegt dat onze hersenen 'niet gemaakt zijn om te multitasken [...] Als mensen denken dat ze multitasken, switchen ze in feite heel snel tussen de ene taak en de andere. En iedere keer als ze dat doen gaat dat ten koste van hun cognitieve energie.' We houden dus niet verschillende ballen in de lucht, als echte jongleurs, maar zijn eerder amateuristische bordjesdraaiers, die als gekken van de ene taak naar de andere rennen, en daarbij de taak negeren die op dat moment niet onze aandacht heeft. Ondertussen hebben we het gevoel dat de hele boel ieder moment kan instorten. Hoewel we denken dat we veel gedaan krijgen, maakt multitasking ons ironisch genoeg aantoonbaar minder efficiënt.
  Multitasking blijkt de aanmaak van het stresshormoon cortisol en het vechten-of-vluchtenhormoon adrenaline te bevorderen; hierdoor kunnen je hersenen overprikkeld raken en dat kan een situatie van mentale mist of hasstig denkwerk veroorzaken. Multitasking zorgt voor een dopamineverslaving-feedbacklus, die de hersenen in feite beloont voor verlies aan focus en voortdurend op zoek gaan naar externe stimulatie. Om het nog erger te maken heeft de prefrontale cortex een hang naar nieuwe input, wat betekent dat je aandacht gemakkleijk gekaapt kan worden door iets nieuws - de spreekwoordelijke blinkende voorwerpen die we gebruiken om de aandacht te trekken van baby's, puppy's en kittens. Voor wie zich probeert te concentreren te midden van allerlei concurrerende bezigheden is de ironie duidelijk: het hersengebied waar we bij uitstek op moeten kunnen vertrouwen om ons op een taak te richten is gemakkelijk afgeleid. We nemen de telefoon op, zoeken iets op op internet, checken onze e-mail, versturen een appje en al deze dingen prikkelen de centra in onze hersenen die op zoek zijn naar alles wat nieuw is en naar beloning, die een uitbarsting van endogene opioïden veroorzaken (geen wonder dat het zo goed voelt!); dit gaat allemaal ten koste van ons vermogen om geconcentreerd met onze taak bezig te blijven. Het is het ultieme snoepgoed voor onze hersenen. In plaats van de beloning af te wachten die het gevolg is van langdurige geconcentreerde inspanningen, kiezen we voor de snelle rush van talloze kleine klusjes. (pagina 118-119)

Youtube - Daniel Levitin: "The Organized Mind: Thinking Straight in an Age of Information Overload" (53:23)



Terug naar Overzicht alle titels

José Ortega y Gasset

De opstand van de massamens
Lemniscaat 2015, 274 pagina's - € 34,95

Klik hier voor een pdf-versie van de vertaling uit 1933 (door J. Brouwer)

Oorspronkelijke titel: La rebelión de las masas (1929)

Wikipedia: José Ortega y Gasset (1883-1955)

Korte beschrijving
De schrijver en Nobelprijswinnaar Albert Camus vond de filosoof José Ortega y Gasset (1883-1955) de beste Europese schrijver sinds Nietzsche. De lezer mag zelf oordelen of Camus gelijk heeft. Feit is dat deze nieuwe vertaling van het integrale hoofdwerk van de beroemde Spaanse filosoof – de tweede Nederlandse vertaling sinds die van Brouwer uit 1933 – een must is voor elke serieuze (cultuur)filosofie- of essayliefhebber. Oorspronkelijk verschenen als feuilleton in een Spaanse krant rond 1930, wordt beklemmend geanalyseerd hoe de Westerse beschaving is overgenomen door 'de massamens', dat is 'iedereen die zichzelf geen enkele specifiek goede of slechte waarde toekent, maar het gevoel heeft dat hij is "als ieder ander" en zich daar niet druk over maakt' (p. 70). Het is een griezelig herkenbare beschrijving van de huidige samenleving vol hoogopgeleide mensen, amorele grijze muizen die liefst niet willen uitblinken. Een vloeiende vertaling met een verhelderende inleiding en eindnoten, en met als bonus nog een aantal aanvullende, verdiepende teksten over onder andere democratie en pacifisme.

Tekst op website uitgever
Met inleiding van Mario Vargas Llosa / Vertaald door Diederik Boomsma.

Soms worden er literaire meesterwerken herontdekt zoals Stoner. Soms worden er baanbrekende denkers herontdekt zoals Tocqueville. Soms worden er filosofen herontdekt die ronduit visionair zijn.
Zo iemand is José Ortega y Gasset. Opgegroeid in een Spanje van uitersten, tussen reactionairen en revolutionairen. Van beiden moet hij weinig hebben. Een dwars denker, een geëngageerd filosoof en vooral een democraat die de grenzen van de democratie durft te verkennen. Boeiend, intrigerend, confronterend. In zijn hoofdwerk De opstand van de massamens (1930) doordenkt Ortega in welke richting onze democratische maatschappij zich zou kunnen ontwikkelen:

- een groeiende rol van de massacultuur
- een overwaardering van de rol van de overheid
- een bevolking die vooral tevreden is met zichzelf
- een falende elite

Ortega's analyse laat zich lezen alsof zij gisteren geschreven is. Hij is zich ervan bewust dat de rol van de negentiende-eeuwse elite is uitgespeeld. Maar wat is de elite van de toekomst? Dat is een elite van mensen, van welke rang of stand ook, die zich werkelijk willen ontwikkelen en hun activiteiten in dienst stellen van een groter ideaal. Niet denkend in rechten, maar in plichten.

Een eerdere editie, met een andere titel
Fragment uit hoofdstuk 7. Edel leven en vulgair leven, of inspanning en gezapigheid
  En dus hebben we nu te maken met een massamens die machtiger is dan ooit tevoren, maar die zich onderscheidt van de vroegere massamens doordat hij in zichzelf is gekeerd. Hij kent geen bescheidenheid of dienstbaarheid, omdat hij daar de noodzaak niet van inziet. Hij is in één woord: opstandig. Als deze ontwikkeling zich voortzet, dan zullen we eraan moeten wennen dat de massa's in heel Europa, en daardoor ook in de rest van de wereld, zich op geen enkele manier meer laat sturen.
  Het is mogelijk dat de massa's, in de donkere dagen die ons continent wachten, straks ten prooi vallen aan twijfel en dan alsnog de bereidheid tonen om zich in de meest urgente kwesties te laten leiden door superieure minderheden. Maar ook die bereidheid zal ijdel blijken. Want de mentaliteit van de massa's is in diepste zin gesloten en zelfgenoegzaam. Zo heeft hun geest zich gevormd. Ze hebben geen aandacht en zorg voor wat buiten ze ligt. Van kindsbeen af staan ze afwijzend tegenover personen of zaken die boven ze staan. Ze zullen dan weliswaar iemand willen volgen, maar het niet kunnen. Ze zullen willen luisteren, maar ontdekken dat ze doof zijn.
  Aan de andere kant is het ook een illusie om te denken dat de huidige massamens - hoezeer het algemene levenspeil vergeleken met vroeger ook is gestegen - in staat zijn om zelf de voortgang van onze beschaving in goede banen te leiden. Let wel: ik heb het over voortgang, niet over vooruitgang. Het handhaven van ons huidige beschavingspeil is al een uiterst complexe opgave, die een immense mate van nuance en subtiliteit vergt. De huidige massamens is daar slecht op voorbereid. Hij heeft geleerd om de middelen van de moderne samenleving te gebruiken, maar niet om de principes die ten grondslag liggen aan onze beschaving wezenlijk te doorgronden.
  Ik herhaal voor de lezer die mij tot hier geduldig heeft gevolgd, dat hij aan dit alles niet in de eerste plaatse een politieke betekenis moet geven. Integendeel. Politieke activiteiten zijn de meest duidelijke en zichtbare manifestaties van het openbare leven, maar ze zijn secundair; ze zijn het eindproduct van andere, minder tastbare en meer verborgen sociale processen. Zo zou deze opstandigheid in de politieke sfeer niet zo problematisch zijn, als ze niet voort zou komen uit een diepere en fundamentelere opstandigheid op het intellectuele en morele vlak. Zolang we dat laatste niet hebben onderzocht, kan de centrale stelling van dit essay niet aan het licht komen. (pagina 109-110)

Meer lezen?
José Ortega y Gasset en de 'massamens' (2011)
Chris van der Heijden. De massamens zijn wij (De Groene Amsterdammer 2010)
Paul Scheffer. José Ortega y Gasset: De opstand der horden, 1933 (recensie 1997)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 29 april 2015

Paul Verhaeghe 4

Autoriteit
De Bezige bij 2015, 272 pagina's - € 19,90

Wikipedia: Paul Verhaeghe (1955)

Korte beschrijving
Autoriteit is niet hetzelfde als macht. Autoriteit is moreel gezag en is gebaseerd op gedeelde normen en waarden. De bron van iemands autoriteit ligt buiten de persoon zelf. Macht duidt op het recht van de sterkste of de rijkste. De bron van macht ligt bij de persoon zelf, die de ander zijn wil kan opleggen. Macht is in feite uitgesteld geweld. Traditionele gezagsdragers – ouders, leerkrachten, politici – hebben het moeilijk in een tijd waarin elk gezag betwist wordt. Terugkeer naar ouderwetse gezagsuitoefening is niet de remedie, een nieuwe vorm van gezag is nog niet gevonden. Oplossingen kunnen gezocht worden in de vorming van collectieven – groepen ouders bijvoorbeeld – die 'waakzame zorg' uitoefenen. De auteur, psychoanalyticus en hoogleraar aan de Universiteit van Gent, grijpt voor zijn inzichten terug op denkers als Kant, Freud en Arendt. Hij heeft na zijn boek over 'Identiteit' (2012)* wederom een prikkelend boek geschreven, dat tot discussie uitnodigt. Met een literatuuroverzicht, eindnoten en een register.

Tekst uit aanbiedingsfolder uitgever
Met autoriteit loopt er vandaag de dag heel wat verkeerd. Politiek en religie zijn hun geloofwaardigheid kwijt en ouders hebben geen controle over het gedrag van hun kinderen. In dit boek bevraagt Paul Verhaeghe de manier waarop autoriteit functioneert, waarom er tegenwoordig zo weinig waarde aan autoriteit wordt gehecht en wat daarvoor een alternatief kan zijn.

Autoriteit functioneert altijd op grond van een bron buiten haarzelf. Eeuwenlang was die bron het patriarchaat. Vandaag is het geloof daarin verdwenen, met als gevolg dat autoriteit afglijdt naar pure macht. De geschiedenis leert dat dit geen goed idee is.

Verhaeghe zoekt en vindt een nieuwe invulling in de groep, die een individu of instelling autoriteit verleent - van ouderverenigingen, burgergroepen tot aandeelhoudersvergaderingen. Deze verschuiving is volop bezig in opvoeding en onderwijs, politiek en economie en leidt tot mooie resultaten. Herstelpogingen van de vroegere autoriteit daarentegen zijn tot mislukken gedoemd en worden pure machtsuitoefeningen. Als maatschappij staan we op een wissel: richting macht of richting nieuwe autoriteit.

Fragment uit 1. Identiteit en autoriteit
De toenmalige veranderingen (jaren 60 HvD) op deze uiteenlopende terreinen hebben een zeer ingrijpend effect gehad op wie we nu zijn. De essentie ervan ligt besloten in één eis die al die protestbewegingen gemeenschappelijk hebben: een verlangen naar autonomie, weg van het 'vader weet het beter-model'. Het bedwingende karakter van het patriarchaat zorgde voor een verregaande conformiteit, tot in de stijl van verzet toe. Zo ging ik als student, samen met honderden anderen, betogen tegen het verplicht in de pas moeten lopen. Bijna allemaal in een identieke bruine parka en dezelfde blauwe jeans, betoogden wij voor het recht op verschil en schreeuwden we slogans naar een groep leeftijdgenoten die ook al een uniform droeg, zij het een officieel (en wij hadden geen wapenstokken).
  Zoals wel vaker voorkomt bij maatschappelijke omwentelingen, kwam er een overcorrectie. In het Nederlands, en zeker in Nederland, gaf de uitdrukking 'moet kunnen' heel mooi de paradox weer van 'de bevrijding'.  Móét kunnen. Alles wat voorheen verboden was, werd nu verplicht. Tegenwoordig zien we een omgekeerde beweging. Voor veel overtredingen bestaat er een nultolerantie, er heerst een verstikkende politieke correctheid en veel universiteitsstudenten durven nog nauwelijks hun mond open te doen - ze zijn bang, zonder goed te weten waarvoor. En ze hebben geen idee bij wie ze met hun angst te rade kunnen gaan.

Dit is de uitdaging waar we voor staan: maatschappelijk en individueel hebben we een reusachtig probleem met autoriteit. Voor veel mensen ligt de oplossing in de terugkeer naar een strenge figuur die iedereen op zijn gerechtigde plaats zet, ene kruising tussen Diryt Harry, Robocop en Gandalf.
  Die oplossing werkt niet. Als remedie is ze zelfs erger dan de kwaal en houdt ze ene terugkeer in naar een zelfverkozen onmondigheid. Kant zou zich omdraaien in zijn graf. Willen we een wezenlijke oplossing, dan moeten we eerst het probleem begrijpen.  (pagina 32-33)

En een zinnetje uit het Dankwoord
Christien Brinkgreve ging me ook nu weer vooraf met haar studie over de terugkeer van het gezag. (pagina 231)

Meer informatie
Artikel over een lezing van Paul Verhaeghe in Nijmegen (februari 2015): een nieuwe autoriteit zal worden, het collectief   en De herontdekking van het collectief is een heel belangrijke evolutie in onze huidige zoektocht naar zingeving  en  Haal al die mensen weg en ik ben niemand meer (augustus 2015) & Elke autoriteit was een omver te werpen tiran: priester, onderwijzer, agent, directeur (augustus 2015)

De Correspondent - Interview: Volgens Paul Verhaeghe wordt alles beter als we autoriteit niet langer als vies woord zien (28 juli 2015)

Youtube - Oikos Feestcongres 31/01/2015: Paul Verhaeghe (februari 2015) (15:33)



Lees (vooral) ook
Paul Verhaeghe. Liefde in tijden van eenzaamheid : over drift en verlangen (2009), Het einde van de psychotherapie  (2011) en Identiteit (2012)

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 28 april 2015

Moisés Naím

Het einde van macht : hoe macht verschuift van directe kamers naar start-ups, van paleizen naar pleinen en van West naar Oost
Carrera 2015, 399 pagina's - € 22,50

Oorspronkelijke titel: The end of power : from boardrooms to battlefields and churches to states, why being in charge isn't what it used to be (2013)

Wikipedia: Moisés Naïm (1952) en zijn website


Korte beschrijving (op website uitgever)
Het eerste boek in de leesclub A Year of Books van Facebookoprichter Mark Zuckerberg

We merken allemaal dat de macht aan het verschuiven is. Van west naar oost, van paleizen naar pleinen, van grote kantoren naar start-ups, van mannen naar vrouwen. De macht is niet alleen aan het verschuiven maar is ook in verval. Zij die aan de macht zijn, zijn beperkter in wat ze kunnen doen en lopen meer risico’s om grote verliezen te lijden dan ooit tevoren. Op een revolutionaire manier beschrijft Moisés Naím hoe economische, demografische en technologische trends ervoor zorgen dat machtsstructuren de komende jaren wereldwijd zullen afbrokkelen.

Een artikel over de 'boekclub' van Mark Zuckerberg: Een nieuwe boekenclub (januari 2015)

Fragment uit 1. Het verval van macht
Dit boek gaat over macht.
  Iets specifieker gaat het over hoe macht het vermogen anderen iets te laten doen of hen te laten ophouden iets te doen momenteel een historische verandering ondergaat die de hele wereld transformeert.
  Macht is zich aan het verspreiden, waardoor de grote gevestigde grote spelers zich uitgedaagd zien door nieuwe, kleinere spelers. Mensen met macht zien zich in toenemende mate beperkt in de manieren waarop ze die macht kunnen uitoefenen.
  Ik denk dat we de reikwijdte, de aard en de gevolgen van deze transformatie vaak verkeerd begrijpen of zelfs over het hoofd zien. Het is verleidelijk om ons uitsluitend te richten op de impact van internet en andere nieuwe technologieën, op de overdracht van macht van de ene speler naar de ander, of op de vraag of de 'harde' macht van legers vervangen wordt door de 'zachte' macht van cultuur. Maar die perspectieven geven slechts een gedeeltelijk beeld en kunnen zelf soms begrip veranderen waarop macht wordt verkregen, gebruikt, behouden en verloren.
  We weten dat macht zich verplaatst van spierballen naar hersencellen, van het noorden naar het zuiden, van oude bedrijfsgiganten naar wendbare start-ups, van logge dictators naar mensen op dorpspleinen en in cyberspace. Maar we gaan niet ver genoeg als we signaleren dat macht zich verplaatst van het ene continent naar het andere of dat hij over grote groepen nieuwe spelers wordt verdeeld. Macht is onderhevig aan een veel fundamentelere verandering, die nog niet voldoende wordt onderkend of begrepen. Terwijl rivaliserende naties, bedrijven, politieke partijen, sociale bewegingen en instellingen of individuele leiders elkaar nog altijd de macht betwisten zoals ze dat al eeuwen doen, ontglipte hen doodleuk het object dat ze allemaal zo graag willen behouden: de macht zelf.
  Macht is in verval.
  Eenvoudig gezegd: je bereikt met macht veel minder dan vroeger. In de eenentwintigste eeuw is macht gemakkelijker te verkrijgen, moeilijker te gebruiken en gemakkelijker te verspelen. (pagina 13-14)

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 14 april 2015

Ronald Tinnevelt & Thomas Mertens

Mondiale rechtvaardigheid
Boom 2013, 256 pagina's - € 25,--

Rechtsfilosoof Ronald Tinnevelt (1971) & theoloog Thomas Mertens (1955)

Korte beschrijving
De rijkdom in de wereld is ongelijk verdeeld: naast (grondstof)rijke landen treffen we diepe armoede aan. Zijn de schrijnende tegenstellingen onrechtvaardig en bestaat er een individuele en/of collectieve verantwoordelijkheid om de rijkdom in de wereld rechtvaardiger te verdelen? Maar bestaat die verantwoordelijkheid (morele plicht) wel en zo ja, hoe ver reikt die: mag bijvoorbeeld militair worden ingegrepen om onrechtvaardige verhoudingen (armoede, mensenrechtenschendingen) aan te pakken? In dit boek, geschreven door twee rechtsfilosofen, wordt het filosofische en ethische debat rond vragen van rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid in armoedebestrijding op een uiterst heldere en toegankelijke wijze in kaart gebracht. Aan de hand van dagelijkse voorbeelden ontleend aan de leefwereld van de primaire doelgroep – studenten in het hoger onderwijs – worden ongemakkelijke vragen en dilemma's geformuleerd. Zowel in de tekst als in de uitgebreide bijlage – tekstfragmenten van klassieke en hedendaagse filosofen en ethici – wordt het debat over armoedebestrijding in perspectief geplaatst.

Fragment uit hoofdstuk 4. Het is toch niet mijn verantwoordelijkheid?
Bestaat er een plicht om mensen te helpen die in extreme armoede leven? Als de premissen van Singer's 'persoonlijke ethiek' kloppen, dan is het antwoord bevestigend. Wie kan helpen, moet helpen. Bijvoorbeeld door voedsel, water, medicijnen of tenten te geven. De combinatie van het voorbeeld van het kind in de vijver en de eerste stelling van Singer - dat lijden en dood als gevolg van een tekort aan primaire basisvoorzieningen slecht zijn - maakt echter wel dat de nadruk in eerste instantie op noodhulp komt te liggen. Bij dit soort hulpverlening staan situaties van directe, urgente en extreme nood centraal. Denk aan de overstromingen in Sri Lanka van 2011 of de langdurige droogte in Oost-Afrika. Maar naast noodhulp bestaat er ook nog ontwikkelingshulp. Ontwikkelingshulp lenigt geen onmiddellijke nood, maar wil structurele en langdurige armoede aanpakken. Centraal staat de sociaaleconomische en politieke ontwikkeling van arme landen, onder andere door het verbeteren van de watervoorziening, het vernieuwen van het wegennet of het ondersteunen van initiatieven tot democratisering. Bij ontwikkelingshulp gaat het om het aanbrengen of het versterken van instituties die armoede moeten tegengaan. Dit is een belangrijk onderscheid. Veel sterker dan noodhulp laat ontwikkelingshulp zien dat armoede een complex probleem is. (pagina 73)

Maand van de Filosofie 2015
In april 2015 was het thema ongelijkheid. Ronald Tinnevelt sprak op 9 april in de Bibliotheek Oss over ongelijkheid. Op woensdag 22 april spreekt politiek filosoof Marcel Wissenburg over gelijkheid. Socioloog/filosoof Bart Petersen is op beide avonden gespreksleider. Klik hier voor meer informatie over deze avonden.

Verwante titels
Daron Acemoglu & James Robinson. Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm (2012)
Floris van den Berg. Filosofie voor een betere wereld (2009)
Kishore Mahbubani. Naar één wereld : een nieuwe mondiale werkelijkheid (2013)

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 4 april 2015

Kees Boele

Onderwijsheid : terug naar waar het echt om gaat
Klement - Pelckmans 2015, 184 pagina's - € 19,95

Website HAN, met informatie over Kees Boele (195?)

Korte beschrijvingHistorisch-filosofische beschouwing over de waarden en de essentie van het leraarschap. De auteur verbindt dit thema met de autoriteit van de leraar en met de soms kwetsbare positie van de lerende, of het nu gaat om primair, voortgezet of hoger onderwijs. De leerling of student heeft in de 21ste eeuw te maken met een overdaad aan data en informatie en een tekort aan inspiratie, wat kan leiden tot desinteresse en een negatieve leerhouding. De onderwijsgevende is opgesloten binnen een onderwijssysteem waar sprake is van informeel gedrag en normatieve beoordelingen. Onderzoek met weinig vrijheid en een (te) bedrijfsmatige structuur van het onderwijsinstituut zijn extra belemmeringen om de leraar in werkelijk contact te brengen met lerenden. Het vijfde hoofdstuk is een appèl op de leidinggevende ruimte te maken voor echte kwaliteit in het leraarschap. Met uitgebreide literatuuropgave en noten. Een boek over een specialistisch onderwerp dat toch, door het brede maatschappelijke belang, interessant is voor de vele onderwijsbetrokkenen in Nederland en Vlaanderen.

'Goed onderwijs geeft antwoorden die Google niet heeft’

Collegevoorzitter Kees Boele van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen heeft geen hoge pet op van afvinklijstjes in het hoger onderwijs: “Strikt genomen heeft geen enkele prestatieafspraak iets te maken met het doel van onderwijs.”

“Tegenwoordig heeft een gemiddeld kind van vijftien jaar oud meer kennis van de wereld dan Socrates ooit heeft gehad”, schrijft Boele. Informatie is nog geen wijsheid, wil hij maar zeggen. En wijsheid vergaren, dat zou de kern moeten zijn van het onderwijs. “Heel kort gezegd: we moeten het onder-wijzen weer letterlijk gaan nemen”, schrijft hij in zijn boek ‘Onderwijsheid’, dat hij vandaag aanbiedt aan minister Jet Bussemaker van Onderwijs.

“Voor mij bestaat wijsheid uit een aantal componenten”, licht Boele toe. “Het is het vermogen om scherp en onafhankelijk te kunnen nadenken en het besef van de morele en ethische dimensie in het leven. Ten derde is wijsheid meer dan het IQ. Je moet als mens zo breed mogelijk gevormd worden. Dat betekent dat je ook in contact komt met kunst en cultuur en dat je onder meer fysiek en sociaal-emotioneel gevormd bent. Dat zijn de drie klassieke elementen die maken dat je over het algemeen een wijzer mens wordt.”’

Om die wijsheid te ontwikkelen, moeten docenten richting geven en perspectief bieden, schrijft u. Hoe kijkt u naar de roep om meer flexibel onderwijs?

“Dat bijt elkaar niet. Ik denk dat die twee gedachtes prima samen kunnen gaan. Wat mij steevast opvalt in gesprekken met studenten is dat zij aan de ene kant enthousiast zijn over de mogelijkheden van ict, ‘blended learning’ en flexibele leerroutes, maar dat ze ook allemaal pleiten voor intensief contact met een docent. Ze willen alles wat ze tot zich hebben genomen kunnen bespreken met iemand die door schade en schande wijs is geworden en een surplus aan kennis heeft.”

U waarschuwt in uw boek ook voor een te sterke focus op onderzoek in het hbo.

“Ik ben erg voor onderzoek. Maar ik zie een risico, ook op mijn eigen hogeschool, dat dit te veel los komt te staan van het onderwijs. We moeten straks niet hebben van: het echte boeiende werk wordt gedaan bij het lectoraat, of bij de kenniscentra.”

Universiteiten krijgen de kritiek dat het onderwijs ten koste is gegaan van het onderzoek.

“Die kant moeten we dus niet op. Negentig procent van wat wij doen is onderwijs geven in de bachelor. Dat zijn vrijwel allemaal mbo’ers en havisten en voor hen moeten we het doen. Dat is het belangrijkste, echt boeiende werk.”

Boele spreekt zijn medebestuurders al jaren aan op hun verantwoordelijkheid. Die moeten zich meer richten op de verbetering van de onderwijskwaliteit, in plaats van op het afvinken van indicatoren. Uit het boek: “Het fenomeen ‘prestatieafspraak’ in het hoger onderwijs (een overeenkomst tussen de minister en de instelling over te le­veren prestaties) geeft in dit opzicht te denken. Het betreft hier ‘prestaties’ als de hoeveelheid contacttijd en het percen­tage ‘overhead’. Om het eens wat uitdagend te zeggen: strikt genomen heeft geen enkele van deze prestatieafspraken iets te maken met het doel van onderwijs.”

Hoe neemt u die verantwoordelijkheid als collegevoorzitter?

“Een eenvoudig praktisch voorbeeld. Als een opleiding is goedgekeurd, ga ik daar bijvoorbeeld langs om te feliciteren. Maar ik ga niet alleen om een taartje te brengen. Ik lees de rapporten en de onderliggende stukken en dan bespreek ik wat mij opvalt. Als een opleiding bijvoorbeeld complimenten krijgt voor het onderwijsprogramma en ik weet dat een andere opleiding daar nog mee worstelt, dan breng ik die twee in contact.”

Hij wil maar zeggen: “Prestatieafspraken ontslaan bestuurders niet van hun eigen verantwoordelijkheid. Als je vastzit aan te ambitieuze doelen is dat ten eerste je eigen fout, en ten tweede: je kunt nog steeds heel veel doen aan de sfeer en de focus op de inhoud binnen de hogeschool.”

Dat klinkt zo logisch.

“Ja. Dat zou het moeten zijn. Het gaat om contact maken, de tijd nemen om te luisteren. Dat waarderen mensen. Ik loop bijvoorbeeld veel door de gangen van de hogeschool. Een praktisch voorbeeld, maar het werkt wel goed.”

Had het bestuur van de UvA dat wellicht meer moeten doen? Is dit misschien de reden dat studenten in het Maagdenhuis zich niet gehoord voelen?

“Ik ben niet in het Maagdenhuis geweest, ik ken die situatie niet, dus ik weet daar waarschijnlijk net zo veel vanaf als u.”

“Wat ik wél doe, is duiding geven van een breder gedeelde onvrede in het onderwijs. We hebben van onze instituties – de kerk, het gezin, de rechtsstaat, het onderwijs – te veel organisaties gemaakt. Het zou kunnen dat wat er nu in Amsterdam gebeurt een uiting is van dat probleem. Hogescholen moeten gemeenschappen zijn: een leeromgeving, dat ben je met elkaar. Dat betekent dat studenten actief betrokken moeten zijn in de vormgeving van het onderwijs en de uitvoering daarvan. Als studenten en docenten dat niet voelen, dan is een roep om meer medezeggenschap een procedurele uitlaatklep van die onvrede. Eigenlijk is het symptoombestrijding.”

Boele benijdt ze niet, de studenten van nu. “Ik denk dat het best een ingewikkelde tijd is voor veel jonge mensen. Heel veel structuren of traditionele patronen zijn weggevallen. Dat geeft dan wel een gevoel van vrijheid, maar leidt ook tot keuzestress en verwarring. De problematiek van veel jonge mensen heeft te maken met die trend. Dat is wat ik op mijn hart heb, waarom ik dit boek heb geschreven: laat studenten leidend zijn in alles wat je doet. Studenten voelen onmiddellijk of een leidinggevende zo is ingesteld of niet.”

Fragment uit 1. Het probleem: infobesitas
De enorme hoeveelheid informatie en de snelheid waarmee deze zich vermenigvuldigt en verspreidt leidt tot infobesitas, een gevoel van vol te zitten met informatie en deze niet goed meer te kunnen verwerken. Daardoor verlies je het zicht op hoofd- en bijzaken (vandaar desoriëntatie), je hebt voortdurend het idee van alles in de gaten te moeten houden (vandaar gedeeltelijke aandacht) en je bent nooit meer klaar met het verwerken van alle beschikbare informatie (vandaar mentaal moeheid). Volgens de Spaanse filosoof F. Savater gaat het bij een niet aflatende stroom van digitale prikkels in feite om ‘een verandering in de menselijke geest die ingrijpender is dan ze lijkt, want alles wat in het leven echt belangrijk is, vereist aandacht, geduld en toewijding’. Dat geldt voor kennis, liefde, vaardigheden, alsook voor maatschappelijke en politieke veranderingen. Daarom leidt de verslaving aan digitale prikkels volgens hem tot de paradox van téchnische vooruitgang ménselijke vooruitgang in de weg zit. Infobesitas is dus een vrij ernstig probleem. (pagina 17-18)

We moeten nog een stap verder zetten. De infobesitas heeft zelf ook een oorzaak, een dieper liggende, en wel deze: onwijsheid. We hebben een gebrek aan ‘wijsheid’. Jongeren zijn mijns inziens niet onzeker en gedesoriënteerd omdat ze de vaardigheid zouden missen om de grote hoeveelheden informatie te kunnen hanteren (dat kunnen ze beter dan de meeste ouderen), maar vooral omdat het hun (en vele ouderen trouwens ook) ontbreekt aan selectie- en onderscheidingsvermogen, een informatiefilter. Bij veel studenten is het een chaos op de harde schijf tussen hun oren, zoals professor A.C. Zijderveld eens aardig opmerkte. Wij ontberen een informatiefilter. Dat filter heeft een naam: wijsheid. Zonder wijsheid zal men nooit genezen van ‘infobesitas’, maar wordt het alsmaar erger. Je laat van alles binnenkomen in je hoofd en hart en je ziet door de ontelbare bomen het bos niet meer. Daarom moet er in het onderwijs scherpte komen. We moeten terug naar waar het echt om gaat. Heel kort gezegd: wij moeten het woord ‘onder-wijzen’ weer letterlijk gaan nemen. In het onderwijs zouden leerlingen en studenten ‘onder wijzen’ moeten zijn. Goed onderwijs geeft antwoord op die vragen waar Google géén antwoord op geeft. (pagina 18)

Meer lezen? (goed voor de infobesitas!)
Tobias Reijngoud. Volgers & vormers : spraakmakende opinieleiders over de toekomst van het onderwijs (2013)
Gerard van Stralen & René Gude (redactie). ... En denken : Bildung voor leraren (2012)
Paul Verhaeghe. Identiteit (2012)
Benjamin R. Barber. De infantiele consument : hoe de markt kinderen bederft, volwassenen klein houdt en burgers vertrapt (2007)
hristien Brinkgreve. Het verlangen naar gezag : over vrijheid, gelijkheid en verlies van houvast (2012)
Nicholas Carr. Het ondiepe : hoe onze hersenen omgaan met internet (2011)
Nick Davies. Gebakken lucht (2010)
Ap Dijksterhuis. Het slimme onbewuste : denken met gevoel (2007)
Richard Layard. Waarom zijn we niet gelukkig? (2005)
Martha Nussbaum. Niet voor de winst : waarom de democratie de geestes- wetenschappen nodig heeft (2011)
Jan Rotmans. Verandering van tijdperk : Nederland kantelt  (2014)
Fernando Savater. Ethiek nu! : een filosofie voor het moderne leven (2013)
Peter Sloterdijk. Je moet je leven veranderen : over antropotechniek (2011)
Manfred Spitzer. Digitale dementie : hoe wij ons verstand kapotmaken (2013)
Jos Verveen. Bullsh!t management : terug naar de essentie van organisaties (2011)
Frans de Waal. De bonobo en de tien geboden : moraal is ouder dan de mens (2013)

 Wij ontberen een informatiefilter. Dat filter heeft een naam: wijsheid. (april 2015) - artikel waarin dit boek wordt 'verbonden' met 'De ontdekking van de Leeszaal' en de 'filter bubble' van Eli Pariser.

Terug naar Overzicht alle titels