dinsdag 10 mei 2016

Michael Puett & Christine Gross-Loh

De weg : wat Chinese filosofen ons over het goede leven leren
Ten Have 2016, 304 pagina's  - € 19,99

Oorspronkelijke titel: The path : what Chinese philosophers can teach us about the good life (2015)

Michael Puett (1964) en Christine Gross-Loh (?)

Korte beschrijving
Introductie in de Chinese filosofie door de populaire Amerikaanse Harvard hoogleraar Chinese geschiedenis Huett (1964) en journaliste Gross-Loh. Aan de hand van ideeën van vijf Chinese filosofen uit de periode 600-200 v. Chr. (Confucius, Mencius, Lao Zi, Zhuang Zi en Xun Zi) leggen de auteurs op toegankelijke en praktische wijze uit hoe de moderne mens een goede leefwijze kan ontwikkelen. Het gaat niet om doctrines maar om eenvoudige gedragingen in het dagelijkse leven op het gebied van relaties, carrière en opvoeding. Het gaat om de problemen die we tegenkomen op De Weg die we gaan. De kern is niet zelfverwerkelijking in afzondering, maar een beter mens worden in relatie tot anderen en de omgeving. Riten leren ons beter te reageren en geest en hart een te laten worden. Praktische en concrete ethische filosofie. Een inspirerende kennismaking met de Chinese filosofie, die gezien de populariteit in Amerika ook in Nederland en België een groot publiek zal aanspreken..

Korte beschrijving op website uitgever
De weg biedt een geheel nieuwe kijk op het dagelijks leven. Michael Puett, Harvards populairste docent, laat zien hoe Chinese denkers ons inspireren tot grote en kleine veranderingen.

 In De weg put hij hiervoor uit het werk van zes grote Chinese filosofen zoals Confucius en Lao Tze. Mede door de waarde die zij aan kleine gebaren, rituelen en goede gewoontes hechten, bieden zij een totaal ander wereldbeeld dan westerse denkers of boeddhistische leraren.

De weg daagt ons uit onze diepgewortelde overtuigingen te herzien. Volgens Puett betekent ‘het goede leven’ niet een groots programma of doel uitvoeren, maar een weg bewandelen.

Aan de hand van voorbeelden uit het alledaagse leven, legt Puett de denkbeelden van de oude Chinese filosofen uit. Hij inspireert tot kleine, haalbare veranderingen in onze manier van werken, opvoeden, politiek bedrijven en relaties aangaan, met mogelijk verstrekkende gevolgen voor onszelf en de wereld.

Fragment uit 1. het tijdperk van zelfgenoegzaamheid
Mythe: wie we werkelijke zijn, ligt in onszelf verborgen
() Deze filosofen zouden ons aansporen te erkennen dat we allemaal complexe wezens zijn, die voortdurend veranderen. Een ieder van ons heeft vele verschillende en vaak tegenstrijdige emotionele neigingen, verlangens en manieren om op de wereld te reageren. We ontwikkelen onze emotionele neigingen door naar buiten te kijken in plaats van naar binnen. We zullen ze niet kunnen bijschaven door ons terug te trekken uit de wereld om te mediteren of door op vakantie te gaan. In werkelijkheid worden ze gevormd door de dingen die we in het dagelijks leven doen: door de manieren waarop we met anderen omgaan en de activiteiten die we ondernemen. Met andere woorden, we zijn niet gewoon wie we zijn: we kunnen er voortdurend actief voor zorgen dat we betere mensen worden.
  Dit is natuurlijk geen eenvoudige opgave. We moeten eerst anders leren denken over hoe we de dingen doen en hoe werkelijke verandering plaatsvindt. Het is ook niet iets wat van de ene op de andere dag gebeurt: veranderen doen we geleidelijk, door vol te houden. Verandering vindt plaats wanneer we ons erin oefenen onze blik te verruimen, zodat we een beeld krijgen van de wirwar aan factoren waardoor elke situatie wordt bepaald (de relaties die we onderhouden, de mensen met wie we omgaan, het werk dat we doen en andere levensomstandigheden), waarna we geleidelijk onze interactie met alles om ons heen kunnen aanpassen. Door onze bredere kijk op de dingen kunnen we ons leren gedragen op een manier die langzaam maar zeker voor echte verandering zal zorgen. (pagina 29-30)

Interview: ‘Er bestaat niet zoiets als het ware ik’ (NRC 6 mei 2016)
Vraag: Wat moet je dan wel doen?
„Er is een derde weg. Je kunt proberen om je emoties in te zetten om alle nuances van een situatie te doorgronden. In allerlei situaties kun je je emotionele vermogens bijschaven, zodat ze in de pas gaan lopen met je verstand en je beslissingen kunt nemen die de toekomst openleggen. Als je geliefde met de gedachte speelt om de relatie te verbreken en jij in paniek reageert en het meteen wilt uitpraten, in plaats van alles even te laten betijen, forceer je een uitkomst die te vermijden was. Omdat we vaak een onveranderlijke kijk op onszelf hebben, beperken we ons tot rollen die we in het verleden speelden. Maar in een veranderende wereld moet je leren beslissingen te nemen rekening houdend met een complex zelf.”

Vraag: Lijkt dat op mindfulness?
„Nee, totaal niet. Mindfulness is gebaseerd op de boeddhistische gedachte dat je moet onthechten en geen oordeel moet vellen, opdat je innerlijke vrede vindt. Maar je ontwikkelt je niet door je terug te trekken uit de wereld en te mediteren. Het vredige gevoel dat je dan eventjes hebt, verdwijnt toch weer zodra je met de buitenwereld in aanraking komt. Door juist naar buiten te kijken en de interactie met jezelf en de ander te verbeteren, kun je als mens verbeteren.”

Vraag: Waarom hebben we in het Westen nog steeds zo’n vertrouwen in het rationele keuzemodel? En waarom hebben we niet meer aandacht voor Chinese denkers?

„In de negentiende eeuw, met de komst van het Europese imperialisme, ontwikkelde zich een sterke ideologie vanuit het Westen: de nieuwe Europeaan was modern. Als rationeel individu kon hij zelf de nieuwe wereld inrichten. De rest van de wereld was traditioneel en moest worden bevrijd. Men zag China als een traditionele samenleving waar mensen in een soort harmonieuze kosmos geloofden die voorschreef welke maatschappelijke rol ze dienden te vervullen. Dat Chinese filosofen heel anders tegen de wereld aankeken, daar had men geen oog voor. Die imperialistische blik ten aanzien van China is nog steeds dominant.”

Youtube - Mindful Self-Acceptance? Bad Idea According to Ancient Chinese Philosophers (april 2016) (5:57)



Terug naar Overzicht alle titels

Paul Scheffer

De vrijheid van de grens
De Maand van de Filosofie 2016, 126 pagina's - € 5,--

Wikipedia: Paul Scheffer (1954) en website Maand van de Filosofie 

Korte beschrijving
Politiek/filosofische verhandelingen van de bekende publicist en hoogleraar Europese Studies Scheffer (1954), die vooral bekend is van 'Het multiculturele drama' (2000) en 'Het land van aankomst' (2007). De interdisciplinaire uitgave is gebaseerd op artikelen in NRC Handelsblad en lezingen en verschijnt als Essay van de Maand van de Filosofie 2016. Scheffer onderzoekt in zeven essays de betekenis van grenzen in een open, democratische samenleving. Door de vluchtelingencrisis zijn grenzen erg actueel: moeten wij onze samenleving afbakenen voor anderen en onze vrijheid beschermen? Wat blijft er over van ons westerse vooruitgangsideaal? Hoe moet de EU omgaan met de binnengrenzen en het humanitaire drama aan de buitengrenzen? Daarbij komen politieke en filosofische thema's aan de orde: globalisering, nationalisme, populisme, jihad, kalifaat, moslimterrorisme en islam. Zeer actueel werk, wetenschappelijk van vorm en inhoud en daardoor niet gemakkelijk leesbaar. Voor iedereen die inzicht wil krijgen in de chaos van de hedendaagse Europese samenleving is dit een must..

Korte beschrijving
In april 2016 denken we na Over de grens. Paul Scheffer neemt hierin, als verkozen essayist, het voortouw. Wat is de vrijheid van de grens?

Het overschrijden van grenzen wordt vaak gezien als de enige weg naar vooruitgang. We leven het leven als een immer wijkende horizon, als een vrijheid die zich steeds verder heeft losgezongen van een vorm – met een wereld zonder grenzen als het hoogste ideaal. Want wie zijn wij, wereldburgers, om anderen toegang tot ons grondgebied te ontzeggen?

Dit heeft alles te maken met een overschatting van de mobiliteit: de minderheid van mensen die in beweging zijn wordt overal bestudeerd, maar dat de overgrote meerderheid aan een plaats gebonden is lijkt geen onderwerp van onderzoek. We gaan gemakshalve voorbij aan het gegeven dat driekwart van de Fransen woont in de regio waar ze zijn geboren, en dat is elders in Europa niet veel anders. Die blinde vlek belemmert niet alleen ons zicht op de werkelijkheid, het leidt ook tot een verachting van alles wat plaatsgebonden is.

In het essay van de Maand van de Filosofie onderzoekt Paul Scheffer dan ook niet de grenzen van de vrijheid, maar de vrijheid van de grens. Met de nodige filosofische distantie stelt hij de vraag of een open samenleving niet pas ontstaat door een ruimtelijke afbakening. Anders gezegd: om hoeveel begrenzing vraagt de beschaving? En wat is tegen die achtergrond een eigentijds vooruitgangsideaal?

Fragment uit VII - Een dwang tot grote politiek
Het morele misverstand rond grenzen weegt denk ik zwaarder dan de praktische mogelijkheden ervan, die zoals iedereen zal begrijpen aan beperkingen onderhevig zijn. Niemand wil een totalitaire staat, die alle wetsovertreding met draconische middelen uitbant, en niemand wil een staat met waterdichte grenzen. Dus er zullen altijd mensen zijn die zonder toestemming de grens oversteken. Maar illegaliteit is nog nooit een argument geweest om legaliteit af te schaffen. Het gegeven dat mensen inbreuk maken op wetten, maakt die wetten nog niet achterhaald. De kern is dat we niet voldoende onderscheid maken tussen afsluiten en reguleren. Grenzen zijn 'filters', zoals de eerdergenoemde filosoof Régis Debray, het formuleerde. Een grens sluit niet het menselijk verkeer af, maar reguleert de stroom van mensen.
 Je kunt het ook anders zeggen: het succes van Europa als vrijheidsgemeenschap maakt de stap naar een veiligheidsgemeenschap nodig. Dat is mijn tweede conclusie: het economische Europa schiet tekort en een meer machtspolitieke rol van Europa is onvermijdelijk. Velen zouden zich willen vastklampen aan de status quo: we hoeven niet nog mer invloed en beseffen dat we sinds de Tweede Wereldoorlog een gouden tijd hebben beleefd. Maar de geschiedenis leert dat stilstand meestal resulteert in achteruitgang. Macht baart macht, en dat cumulatieve effect is zichtbaar geweest in de Europese geschiedenis vanaf de vijftiende eeuw. Er is geen reden om aan te nemen dat de wereld die voor ons ligt de koestering van afzijdigheid zal belonen.
  Volgens Sloterdijk heeft Europa een eigen geestesmerk. Dat is de terugkerende gedachte van een herleving van het Romeinse Keizerrijk. Voorbeelden daarvan zijn het Karolingische Rijk, het Heilige Roomse Rijk, het Napoleontische Keizerrijk, het Russische Imperium en het Derde Rijk. Sloterdijk: 'Europa is het toneel van gedaantewisselingen van het Imperium. De leidende politieke voorstelling bestaat uit een soort zielsverhuizing van het Romeinse Imperium.'Aan Europese eenwording denken zonder een voorstelling van Europa als wereldmacht, dat is volgens hem onmogelijk. Zeker is in ieder geval dat de interne markt nooit zou zijn gerealiseerd zonder de wil om de Europese Unie tot economische wereldmacht te laten uitgroeien. (pagina 108-109)

Terug naar Overzicht alle titels