maandag 26 september 2016

Gilbert De Swert

De mens, de robot, de arbeid
EPO 2016, 229 pagina's - € 19,90

Wikipedia: Gilbert De Swert (195?)

Korte beschrijving
Automatisering van minstens de helft van de huidige banen is zo goed als onvermijdelijk. Keynes voorzag meer dan tachtig jaar geleden dat we tegen 2018 nog maar vijftien uur per week zouden moeten werken. In elk gezond economisch systeem zou dit goed nieuws zijn: niet langer vastzitten in saai, repetitief en vaak vernederend werk gedurende een heel volwassen leven. Een universeel basisinkomen is een simpele en doeltreffende oplossing. Echter: de moraal van het kapitalisme – iedereen hoort te werken voor zijn geld – staat deze voor de hand liggende oplossing in de weg. Maar hoe zou het zijn als ons leven niet in beslag genomen zou worden door werk? Welke toekomst willen we? Welk leven? Welk werk? De auteur – voormalig hoofd van het Belgische Algemeen Christelijk Vakverbond en opiniemaker – neemt de lezer mee op verkenning naar de toekomstige arbeidswereld. Het resultaat is een ietwat ongestructureerd maar erudiet, bloemrijk en bevlogen betoog. Interessant en inspirerend voor sociale wetenschappers, politici en beleidsmakers.

Fragment uit Verleiding
Ideologie is het probleem. We hebben een moreel universum geschapen waarin mensen die niet werken beschouwd worden als minder dan mensen. Van geen belang of je een alleenstaande ouder bent, een werkloze veteraan of een onbetaalde stagiair - de logica van het eigentijds kapitalisme gunt je geen recht op leven tenzij je geld opbrengt voor iemand anders. Als ons systeem menselijke waardigheid definieert als de capaciteit om saai werk te verrichten voor iemand anders profijt, dan is de kwestie die sciencefictionschrijvers al een eeuw beroert bij dezen opgelost: dan zijn robots niet enkel menselijk, binnenkort kunnen ze ook menselijker zijn dan wij.
  De automatiseringscrisis moet helemaal geen crisis zijn, maar de beste en simpelste oplossingen zijn te radicaal om gesuggereerd te worden door iemand anders dan een Silicon Valley-enterpreneur (tegenwoordig een jobtitel met de morele autoriteit van de paus in de Kerk van de Moderne Economie). Als bijvoorbeeld Martin Ford zegt (in The Rise of the Robots, beste economieboek van 2015 voor de Financial Times) dat om ons allemaal te redden van legerscharen robotonderkruipers 'een fundamentele herstructurering van onze economische regelen vereist zal zijn', dan zullen machtige lieden misschien luisteren.

  Opvallend veel boek- en rapportschrijvers komen trouwens met dezelfde oplossing: een universeel basisinkomen. Om een reden die de elite ook zal weten te smaken: omdat het de enige manier kan zijn om het kapitalisme van zichzelf te redden. De logica is solide: als niemand zich nog de goederen en diensten kan veroorloven die als die robots produceren, dan stuiken de wereldmarkten ineen. Het wereldkapitalisme kan niet in stand gehouden worden met luxegoederen alleen. De enige manier om het systeem overeind te houden is dan: weelderige en weldadige herverdeling van rijkdom.
  Het klinkt als socialisme, maar Martin Ford be(z)weert van niet: het is gewoon gezond verstand - en iedereen weet dat socialisme dat nooit in petto heeft (gehad). Het is allicht ook de reden waarom al die bevlogen rapporteurs nooit verdergaan dan enkele beleidsmaatregelen. Zonder zich te verbeelden hoe zo'n toekomst - een wereld waarin iedereen van inkomen verzekerd is en werk kan kiezen - er werkelijk zou kunnen uitzien.
  Dat is nochthans de sensationele belofte van een geautomatiseerde toekomst. Wat zouden we kunnen worden, als soort, als de meeste van onze jaren niet in beslag genomen worden door werk, zoeken naar werk, huiswerk en zorgabeid?
  De beroemde economist John Maynard Keynes voorzag meer dan 80 jaar geleden dat we tegen 2028 nog maar 15 uur per week zouden moeten werken. Dromen androïden ook van ene 3 dagenweek?
  Welke toekomst willen we? Welk leven? Welk werk?
  Op verkenning. (pagina 8-10)

Klik hier voor andere titels over technologie, wetenschap

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 25 september 2016

Dick Swaab 2

Ons creatieve brein : hoe mens en wereld elkaar maken
Atlas Contact 2016, pagina's - € 29,99

Wikipedia: Dick Swaab (1944)

Korte beschrijving
De opvolger van de neurohit 'Wij zijn ons brein' (2010)*. In dit rijk geïllustreerde werk reikt Swaab naar de interactie van onze hersenen met onze fysieke, sociale en mentale omgeving. Helaas is juist het gedeelte over kunst en muziek ronduit saai; een eindeloze opsomming van hersenstructuren in de trant van 'subtiele droefheid (...) activeert de rechteramygdala', die zonder context weinig betekenis hebben en slecht leesbaar zijn voor de leek. Een andere zwakte is het ego van de auteur. Zijn mening over kunststromingen, de regering, filosofie en prinsessejurkjes is niet relevant, niet onderbouwd en verzwakt zijn positie als objectief wetenschapper. Zonde, Swaab is een zeer ervaren onderzoeker die op zijn best is als hij de lezer duiding verschaft van de harde feiten in de neurologie. Het laatste deel, over maatschappelijke consequenties, is dan ook het interessantste: wat betekenen neurodeterminisme en afwezigheid van vrije wil voor ons als mens en maatschappij? In die discussie kan de enorme vakkennis van de auteur werkelijk verschil maken. Met literatuuroverzicht en register.

Korte tekst op website uitgever
Het is niet bijzonder om uniek te zijn, dat zijn we allemaal. In Ons creatieve brein toont Dick Swaab wat ons tot mensen maakt: de interactie van de hersenen met onze omgeving. De omgeving draagt niet alleen bij aan de unieke ontwikkeling van ieder brein, maar ook aan het ontstaan van hersenziekten en aan de genezing hiervan. Muziek en beeldende kunst zijn niet alleen creatieve vormen van communicatie, maar blijken ook van therapeutische waarde te kunnen zijn bij hersenziekten. De manier waarop onze hersenen zich ontwikkelen, beïnvloedt onze beroepskeuze en ons beroep heeft ook een effect op de structuur en functie van onze hersenen. Vele maatschappelijke consequenties van het hersenonderzoek, zoals voor partnerkeuze, filosofie en strafrecht, worden besproken.

In Wij zijn ons brein vertelde Dick Swaab hoe de hersenen die we bij onze geboorte meekrijgen ons leven bepalen. In Ons creatieve brein worden vragen besproken als: Hoe wordt ieder brein anders? Wat is creativiteit en hoe kunnen we het stimuleren? Hoe wordt het werk van kunstenaars beïnvloed door hun hersenziekten? Waarom vinden sommige mensen atonale muziek mooi? Hoe kan de omgeving als medicijn werken? Hoe kun je de ziekte van Alzheimer uitstellen? Hoe komen we van het stigma af dat een hersenziekte aankleeft? Dick Swaab bewijst opnieuw zijn ongeëvenaarde talent om moeilijke materie op een toegankelijke, spannende en onderhoudende manier over het voetlicht te brengen. Swaab lezen is als kijken naar een röntgenfoto van je geest. Een onmisbaar boek. 

Fragment uit IV Onze sociale ontwikkeling
1. Sociale factoren: individuele variaties in sociaal gedrag
Onze geestelijke gezondheid is afhankelijk van onze genetische achtergrond die onze kwetsbaarheid bepaalt, en vervolgens van onze ontwikkelingsgeschiedenis. Sociale factoren, zoals verwaarlozing, mishandeling of misbruik van het kind, vergrote de kans op psychiatrische zieketen later, zoals depressie, schizofrenie en borderline-persoonlijkheidsstoornis. De stress van urbanisatie, discriminatie en emigratie verdubbelt de kans op schizofrenie. Epigenetische mechanismen spelen hierbij een rol. Sociale factoren kunnen ook de trigger zijn voor suïcide, maar omgekeerd zijn ze ook van cruciaal belang bij het herstel van psychiatrische problemen.

Een viertal netwerken van hersencellen blijkt centraal te staan in relatie tot sociale interacties:
i) een sociaal waarnemingsnetwerk rond de amygdala, vooral betrokken bij emoties en sociale pijn;

ii) een mentalizing-netwerk, vooral betrokken bij het denken over anderen en over jezelf. Dit netwerk overlapt sterk met het defaultnetwerk ();
iii) een netwerk voor empathie;

iv) een netwerk voor spiegelneuronen. De laatste twee zijn sterk verwant. (pagina 74-75)

Lees ook: van Dick Swaab zijn Wij zijn ons brein : van baarmoeder tot Alzheimer (uit 2010)


Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 21 september 2016

Dijk Bijl

Alles wordt anders : hoe robots, 3D-printers, kunstmatige intelligentie en nog vier technologieën ons leven zullen veranderen
Haystack 2016, 239 pagina's - € 20,--

Uitgeverij Haystack: Dik Bijl

Korte beschrijving
Humanoïde robots, zelfrijdende auto's, kunstmatige intelligentie, 3D-printing, synthetische biologie, nanotechnologie en genomische geneeskunde ontwikkelen zich allemaal razendsnel. In het eerste deel van dit boek staat heldere uitleg over de afzonderlijke technieken en over de dynamiek waarmee ze steeds meer impact krijgen. De auteur laat overtuigend zien dat deze technieken ons leven zullen veranderen, net als de ontwikkeling van de auto, van elektriciteit en van internet dat hebben gedaan. In het tweede deel gaat het over de maatschappelijke gevolgen. De mogelijkheden zijn groot, zoals meer op de persoon afgestemde productie, minder milieuproblemen en een betere gezondheid. Gevaren zijn er bijvoorbeeld op het terrein van werkgelegenheid. In prettige stijl bespreekt de auteur hoe je ervoor kunt zorgen dat de toekomst meer op het bloeiende Athene zal lijken dan op het mistroostige Oude Pekela. Dit boek is een helder overzicht van de technieken en van de mogelijke gevolgen.

Tekst op website uitgever
Een golf van nieuwe technologieën staat op het punt onze maatschappij te overspoelen. Ons werk en leven zullen ingrijpend veranderen. Robots en kunstmatige intelligentie nemen een groot deel van de bestaande banen over. Dankzij genetische technologie leven we langer en gezonder. Bent u er klaar voor?

In Alles wordt anders beschrijft Dik Bijl zeven van de belangrijkste technologische ontwikkelingen van dit moment: robots, zelfrijdende auto's, kunstmatige intelligentie, 3D-printen, synthetische biologie, nanotechnologie en genomische geneeskunde. Ontwikkelingen die even spectaculair zijn als onafwendbaar.

De gevolgen voor onze maatschappij, ons werk en ons leven zullen enorm zijn. Krijgen de optimisten gelijk en scheppen we een duurzaam Athene met een overvloed aan middelen, zinvolle bezigheden en een lang en gelukkig leven? Of wordt onze wereld een Oude Pekela met lethargie, uitzichtloosheid, armoede, criminaliteit en (virtuele) drugs? Volgens Bijl hebben we maar een optie: accepteer de nieuwe technologie en pas je aan zodat je maximaal profiteert van de voordelen.

Dik Bijl is arbeids- en organisatiepsycholoog en onderzoekt hoe mensen nu en in de toekomst werken en leven. Hij is een van de grondleggers van Het Nieuwe Werken. Hij adviseert bedrijven en geeft presentaties over de manier waarop individuen en organisaties kunnen inspelen op nieuwe technologische ontwikkelingen.

Fragment uit het Voorwoord
Alles wordt anders. Echt waar. De maatschappij waarin we leven, ziet er over tien tot twintig jaar heel anders uit; en daarna nog weer anders. Een golf van technologische vernieuwingen staat op het punt ons te overspoelen en daarbij onze maatschappij, ons leven en ons werken ingrijpend te veranderen. Dat is niet zweverig en ook niet uit de lucht gegrepen. Als je jezelf even iets minder in beslag laat nemen door het nieuws van alledag, kun je het zien gebeuren. Dagelijks horen, lezen en zien we van alles over het vluchtelingenprobleem, het moslimterrorisme, aversie tegen buitenlanders, bankschandalen, graaiende bestuurders, politici die ons voorliegen en democratisch gekozen autocraten die vervolgens  de democratie stap voor stap om zeep helpen. Allemaal belangrijke zaken waar we ons zeker zorgen over mogen maken. Maar ik denk dat er nog belangrijkere zaken zijn waaraan we aandacht moeten besteden en waarvan de impact op termijn veel groter zal zijn. Ik bedoel de komst van robots en zelfrijdende auto's of de spectaculaire vooruitgang in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, 3D-printen en medische genetica. En daarover gaat dit boek: over de technologie en de gevolgen daarvan voor ons allemaal. (pagina 9-10)

Interview: Wake-up call voor tech tsunami (Intermediair, week 36, 2016)

Lees ook: Het tweede machinetijdperk van Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee (2014), De opkomst van robots van Martin Ford (2015), De singulariteit is nabij van Ray Kurzweil (2005/2011), Superintelligentie van Nick Bostrom (2015), Makers van Chris Anderson (2012/2013) en klik hier voor een artikel over honderden andere titels.

Het boek The inevitable : understanding the 12 technological forces that will shape our future (2016) van Kevin Kelly sluit hier (natuurlijk) ook bij aan. Evenals zijn De wil van technologie (uit 2010/2012)

Terug naar Overzicht alle titels

Brainwash

Brainwash : de belangrijkste vragen van nu
Met essays van o.a. Michael Sandel, Slavoy Zizek, Marli Huijer, Joep Dohmen, Joke J. Hermsen, Ad Verbrugge, Stine Jensen, Haroon Sheikh en David Vann. Een initiatief van Laurens Knoop en de School of Life Amsterdam
Nijgh & Van Ditmar 2016, 168 pagina's - € 9,99

Korte beschrijving
In oktober 2015 organiseerde The School of Life samen met omroep Human voor de tweede keer een Brainwash Festival, een bijeenkomst waar nationale en internationale denkers van naam hun publiek op prikkelende wijze aan het denken zetten. Dit boekje is van dat festival een spin-off. Het bevat 27 mini-essays over actuele onderwerpen, van vooroordelen tot wereldburgerschap, van het grote geld tot de steeds kleinere wereld van de Alzheimer-patiënt. Helder, verrassend, kritisch en uitermate leesbaar.




Fragment uit 'De bedreigingen voor leren' door Haroon Sheikh

Leren lukt niet zonder autoriteit. Je kunt tennis in abstracte instructies vatten, maar dat is niet genoeg en kan zelfs verlammend werken. Om iets goed te leren, moet de leraar het voordoen. Zo moet je de bal slaan. Zo lees je een tekst.
  Leren betekent herhaling. Na de aanvankelijke spanning is een nieuwe kunde vaak saai voor de leerling, ook omdat hij niet overziet waarvoor de ogenschijnlijke irrelevante oefeningen dienen. Maar alleen via herhaling kunnen we een vakgebied, een sport- of een muziekstuk van binnenuit leren kennen. Als ik West-Afrikaanse muziek hoor, klinkt het als een wirwar van indrukken die ik niet kan bijhouden. Voor een geoefend oor gaat de tijd langzamer. Dat oor hoort patronen,  kan kleine dingen waarderen en anticiperen op wat komen gaat. Zoals ook de vaardige schaker automatisch over de huidige zet heen kijkt naar de toekomstige patronen.
  Training is de basis voor creativiteit. Pas als een kunde 'tweede natuur' is geworden, als vanzelf gaat, kun je gaan spelen met de vaardigheid en je eigen stijl ontwikkelen. Dat geldt evengoed voor een Bach als voor een Lionel Messi of een Armin van Buuren.
  We moeten weer leren leren. Daarvoor hebben we 'psychotechnieken' nodig om aandacht, concentratie, toewijding en presentie in het moment te leren. De behoefte hieraan is al zichtbaar bij veel jonge werkende mensen en studenten die Bildung zoeken. We kijken naar televisieprogramma's waar we leren hoe je een goede danser of banketbakker wordt. Dat is een goed teken, maar daarmee komen we niet per se in actie. De ironie is dat iemand de chef-koks op televisie kan bewonderen terwijl hij met ene diepvriespizza op de bank zit.
  Om toch in actie te komen, zoeken veel mensen daarom de leraren van het leren op: yoga, bootcamp, ambachtelijk eten bereiden en mindfullness zijn allemaal manieren om aandacht, concentratie en presentie te leren. Maar dit is niet voor iedereen weggelegd, omdat deze activiteiten vaak duur en tijdrovend zijn.
  Hte kan ook anders, want mensen hebben een bijzondere vaardigheid. Wij kunnen eenzijdig tweezijdige relaties opzetten: de acteur of popster bijvoorbeeld, die in onze fantasie direct tot ons spreekt. Ik heb me tijdens mijn studie vaak afgevraagd wat Nietzsche ergens van zou vinden. Onze helden helpen ons in moeilijke situaties. Die relaties maken we zelf, maar in ons hoofd voeren we een dialoog.
  Wat nu als de nieuwe media niet alleen tot verstrooiing hoeven te leiden, maar ook een middel kunnen zijn om psychotechnieken te integreren in het dagelijks leven? Verspreid over Youtube bestaan al allerlei lerende gemeenschappen waarin mensen hun voorbeelden volgen.

We kunnen daarmee veel verder gaan en ons richten tot de juiste leraren. Niet een acteur, maar een Dafne Schippers die ons boven onszelf uit tilt, doordat we van haar dagelijkse activiteiten leren. Er zijn overal goede voorbeelden: topatleten, goede muzikanten, artsen en filosofen. We hebben nu de middelen om hen massaal als persoonlijke leraar te volgen.
  Ik zeg het nog een keer: in plaats van eenmalige colleges of  instructies hebben we herhaling nodig. Trainingsprogramma's met tips, ervaringen en lessen die we in de alledaagse praktijk kunnen toepassen en steeds verder personaliseren.
  Laten we dus onze leraren opzoeken en de platformen bouwen waarop we van ze kunnen leven. We mogen het niet toestaan dat authentiek leren wordt weggedrukt tussen werk en vermaak, terwijl we de mogelijkheid hebben om 'lerend te leven'. (pagina 143-145)

Terug naar Overzicht alle titels

Dirk Holemans

Vrijheid en zekerheid : naar een sociaal-ecologische samenleving
Oikos 2016, 374 pagina's - € 24,90

Wikipedia: Dirk Holemans (1965) en zijn blog

Korte beschrijving
Samenlevingen veranderen door de tijd heen. De auteur beschrijft de wording van de nieuwste fase: het ecologisme. De verzorgingsstaat wordt afgebouwd en markt en staat schieten tekort. Burgers komen in actie om zelf en samen te zorgen voor energie, voedsel, veiligheid, duurzame mobiliteit en andere levensbehoeften. Deze sociaal-ecologische samenleving pakt de paradox van onze tijd aan. Want vrijheid en zekerheid hebben nog weinig te maken met het behoud van onze huidige wereld. Het accent verschuift van het geld naar de mens. Na zijn analyses gaat de auteur in op de veranderingsstrategie en de inhoud van het nieuwe (linkse) toekomstverhaal: een goed leven voor iedereen. En een zorgzaam beheer van de natuurlijke en culturele rijkdommen die we aan onze kinderen willen overdragen. Het boek is daarmee expliciet normatief en uitdagend. Het vraagt mensen bestaande zekerheden los te laten en deel uit te gaan maken van het nieuwe verhaal. Het betoog wordt ondersteund met (per hoofdstuk) een groot aantal verwijzingen en bronnen.

Korte beschrijving op website uitgever
Samenlevingen veranderen doorheen de tijd. Zo zorgde de welvaartsstaat vanaf de jaren 1950 dat burgers van toenemende vrijheid genoten terwijl de overheid voor zekerheid zorgde. Vanaf de jaren 1980 maakte de neoliberale markt van vrijheid en zekerheid dan weer individuele projecten.Volgens Dirk Holemans ontwikkelt zich nog eens ruim dertig jaar later een derde tijdperk: de sociaal-ecologisch samenleving. Die samenleving pakt de paradox van onze tijd aan. Want vrijheid en zekerheid hebben nog weinig te maken met het behoud van onze huidige wereld.
Hoe we ons morgen verplaatsen, voedsel produceren of energie opwekken: alles zal anders zijn.Naïef, zegt u? Nochtans nemen steeds meer burgers concrete initiatieven in samenwerking met progressieve besturen. Denk aan lokale voedselsystemen, energiecoöperaties, duurzame mobiliteit, enzovoort.In dit uitdagende boek toont Holemans aan hoe zo'n samenleving van de 21ste eeuw eruit kan zien en hoe we daar geraken."Over wat soort ideeën en werkwijzen beschikken we voor de transitie naar een duurzame maatschappij?
Weinige Belgische auteurs hebben hierover zo'n alomvattend perspectief als Dirk Holemans. Hij ontwikkelt een visie over de radicale evolutie naar een duurzame maatschappij die vrijheid en zekerheid in evenwicht kan houden. Voor eenieder die wil meewerken aan de transitie naar een sociaal-ecologisch maatschappijmodel is dit boek een must."
- Michel Bauwens, cyberfilosoof en oprichter van de p2p foundation


Fragment uit 1. Vrijheid en zekerheid in schokkende tijden
Met de neoliberale periode heeft de natiestaat zijn macht en zingevend vermogen verloren, de natiestaat is nu vooral de dienstmaagd van de eisen van de multinationals en internationale instellingen. En ook het gezin is niet langer ene stabiele plek. De omgang met existentiële onzekerheid wordt - net als zoveel in de samenleving - geprivatiseerd. Het is een persoonlijke kwestie. Een gevolg, volgens Baumann, is de obsessieve focus op het lichaam. We fitnessen ons te pletter, welnessen dat het een lieve lust is en zijn elke dag bezig met gezond eten. Zekerheidsverwerving wordt niet langer gedeeld in een gemeenschappelijk doel. De groei van de individuele vrijheid valt nu samen met de stijging van collectieve onmacht, want als burgers ontbreekt het ons aan publieke ruimtes om individuele bezorgdheid tot een collectieve zaak te maken. Hoeveel mensen verzuchten niet: 'We kunnen we toch niets aan veranderen.' Die mensen focussen vooral op de privésfeer, het beste nastreven voor het eigen gezin. Dat is begrijpelijk. Maar individuele vrijheid kan enkel een product zijn van samenwerking. Ze kan enkel overeind blijven als we haar samen overeind houden. We zijn onmachtig geworden in dat collectieve.
  Wat overblijft zijn tijdelijke uitbarstingen van zogenaamde samenhorigheid. Zo vroeg men zich tijdens het wereldkampioenschap voetbal in 2014 keer op keer af waarom Vlamingen zo sterk meeleefden met de Belgische ploeg nadat ze het Belgische project eerder hadden weggestemd door massaal voor de Vlaams-nationalistische en separatistische partij N-VA te stemmen? Volgens Baumann zijn mensen op zoek naar gemeenschappelijke acties die een uitlaatklep bieden voor lang opgebouwde angst. Dat kan een vreugdevolle uiting zijn, maar evenzeer een negatieve. De wijze waarop populistische politici in Groot-Brittannië de brexit verdedigden, maakt dit duidelijk. Ook de Pegidabeweging speelt hier op in, deze beweging is 'tegen de islamisering van het Avondland', voor democratie en vrijheid
Baumann noemt dit de 'kapstokgemeenschap': mensen zoeken een kapstok waaraan ze samen hun angsten kunnen ophangen. Zo zijn solitairen op zoek naar een substituut voor de verloren solidariteit.
  Hieruit volgt meteen al een deel van de agenda voor een hoopvol toekomstproject. De opdracht is niet louter technische oplossingen voor milieuproblemen te formuleren, maar in de eerste plaats het opnieuw verbinden van mensen, het collectief debat herstellen in nieuwe of hervonden publieke ruimtes. (pagina 19-20)

Artikel: TINA - maar feiten zullen niemand veranderen die niet veranderd wil worden. (mei 2017)

Terug naar Overzicht alle titels

Joseph E. Stiglitz

De euro : hoe de gemeenschappelijke munt de toekomst van Europa bedreigt
Atheneaum-Polak & Van Gennep 2016, 472 pagina's - € 22,50

Oorspronkelijke titel: The euro : How a Common Currency Threathes (2016)

Wikipedia: Joseph E. Stiglitz (1943)

Korte beschrijving
In 1992 is door de Europese Unie het besluit genomen een gemeenschappelijke munt, de euro, in te voeren. In 2002 is de euro daadwerkelijk ingevoerd, hoewel een aantal landen zijn eigen munt behield. Kort na de invoering volgde de bankencrisis, de Griekenland-crisis en uiteindelijk de Brexit. De auteur laat zien dat de Europese gemeenschap weinig adequaat reageerde op deze vraagstukken. Deels is dat een gevolg van het feit dat de euro is ingevoerd door landen met zeer verschillende politieke, sociale en economische stelsels. Deels een gevolg van het gevoerde inflatiebeleid van de Europese Centrale Bank. Sinds de invoering van de euro is de welvaart afgenomen en de werkloosheid toegenomen. In de studie worden drie scenario's geschetst, waaronder ook een afscheid van de euro. De scenario's geven een oplossingsrichting aan. De geschiedenis van de afgelopen twintig jaar wordt heel goed beschreven evenals de resultaten en de mislukkingen. Nu in Europa de discussie op gang komt over het vervolg van de euro, is dit een onmisbaar werk voor ieder die zich in de discussie wil mengen of wil oordelen over de gebruikte argumenten. Met uitgebreide eindnoten en een register.

Korte beschrijving op website uitgever
De euro had de landen van Europa dichter bij elkaar moeten brengen en voorspoed moeten brengen. Het tegenovergestelde is gebeurd. De crisis van 2008 bracht de feilen van de gezamenlijke munt aan het licht. De stilstand van Europa en haar slechte vooruitzichten zijn het resultaat van de fundamentele tekortkomingen van de eu: economische integratie zonder politieke eenwording, en een Europese structuur die de verschillen vergroot in plaats van verkleint. De vraag is dan ook: kan de euro worden gered?
Joseph E. Stiglitz laat zien hoe ondoordacht het is dat de Europese Centrale Bank zich voornamelijk bezighoudt met het bestrijden van de inflatie en hij toont hoe bezuinigingen Europa hebben veroordeeld tot economische stilstand.
Stiglitz schetst drie mogelijke toekomstscenario’s. Het eerste behelst fundamentele veranderingen in de organisatie van de eurozone en in de maatregelen die de landen die het meest te lijden hebben krijgen opgelegd. Het tweede gaat uit van een doordacht uitgevoerde opheffing van de
eu en het derde bestaat uit een totaal nieuw systeem dat uitgaat van een flexibele euro.

Fragment uit Voorwoord - Gevaarlijke economen (door Robert Went, als econoom werkzaam voor  de WRR en een verdienstelijk/interessante Twitteraar)
Viersprong
We katapulteren onszelf nu voorwaarts in de tijd en belanden in 2016. We weten dat de euro geen succes is geworden en niet heeft gebracht wat de voorstanders ervan hadden verwacht. We zijn met de gemeenschappelijke munt zo ver van de beoogde en beloofde doelen afgeraakt dat Joseph Stiglitz in het boek dat u nu in handen hebt, schrijft dat het, om het Europese project te redden, misschien wel nodig is de euro in zijn huidige vorm af te schaffen. Eerder heeft u dan al van hem gelezen dat de euro niet het hart is van dat project. Dat het niet het einde van de wereld is als de huidige euro niet overleeft. En dat er alternatieven zijn. Dat zijn zinnige woorden.
  We staan volgens Stiglitz met de euro op een viersprong. Hij wil zelf het liefst een verder geïntegreerd Europa. Maar Stiglitz betwijfelt of er draagvlak is voor nog meer Europa en voor nog verdergaande integratie. Ik ben dat hartgrondig met hem eens. Daarom moeten we serieus gaan nadenken over het splitsen van de euro, een flexibele euro, of het ontbinden van de euro. Dat hoeft geen drama te zijn als we ons niet door ego's en prestige laten leiden. Verder doormodderen is ook een variant en helemaal geen onwaarschijnlijke. Maar het is volgens Stiglitz de slechtste optie. Hij laat overtuigend zien dat de euro de economische instabiliteit in de eurozone heeft vergroot, en de economische verschillen binnen de eurozone niet kleiner maar groter heeft gemaakt. Met de huidige koers en instituties wordt dat niet gecorrigeerd, maar gaat van kwaad tot erger. De munt wordt nu al duurbetaald in vooral de zuidelijke landen van Europa. Maar als we niet oppassen wordt de prijs nog hoger. De euro dreigt een splijtzwam te worden bij elke vorm van samenwerking tussen landen. En dat terwijl migratie, klimaat, economisch beleid en mondiale publieke goederen (om er een paar te noemen) juist om mee grensoverschrijdende samenwerking schreeuwen.
  Joseph Stiglitz kreeg niet voor niets een Nobelprijs. Hij staat wetenschappelijk zijn mannetje en kan boeken en wetenschappelijke papers schrijven waar ook ik, als gepromoveerd econoom, moeite voor moet doen om ze te volgen. Maar hij verstaat ook als geen ander de kunst om helder en zeer toegankelijk te spreken en te schrijven. Hij is (ik herken dat met vreugde) een vos die overal materiaal vandaan haalt dat hij kan gebruiken. In dit boek verwerkt hij een benijdenswaardige hoeveelheid analyses, gegevens en inzichten tot een uiterst leesbaar en relevant werk. Ik heb de afgelopen twintig jaar heel wat afgelezen over de euro, maar dit is wat mij betreft een van de beste onderwerpen over het onderwerp. (pagina 10-11)

Klik hier voor het volledige voorwoord van Robert Went op de site Follow the money (een aanrader, die website/dat onderzoeksplatform-instituut)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 18 september 2016

Thomas Decreus & Christophe Callewaert

Dit is morgen 
EPO 2016, 269 pagina's - € 19,90

Thomas Decreus (Twitter) & Christophe Callewaert (Twitter)

Korte beschrijving
Thomas Decreux, historicus en doctor in de wijsbegeerte, en Christophe Callewaert, filosoof, werken beiden als journalist voor De Wereld/Morgen.be. In dit boek constateren deze beide Vlaamse schrijvers veel mankementen in de huidige wereld. In het verleden zijn reeds pogingen gedaan om een betere wereld tot stand te brengen; echter met weinig resultaat. Het vertrekpunt van de schrijvers is het gemeenschapsdenken. Zo prijzen zij de vroegere commons (gemeenschappelijke gronden in Engeland) aan. Daarnaast willen zij de arbeid minder centraal stellen en het aantal werkuren verminderen. Een geleidelijke mentaliteitsverandering is gewenst om daadwerkelijke verbeteringen te verwezenlijken. Decreux en Callewaert sluiten zich aan bij het klassieke linkse gedachtegoed, hoewel zij dit, gezien de vroegere ervaringen, ook enigszins relativeren. Het boek, voorzien van een notenapparaat, vereist enige voorkennis, maar is toch zeer leesbaar voor een breed publiek van politiek en economisch geïnteresseerden in de huidige vraagstukken.

Tekst op website uitgever
Ergens zijn we het vermogen kwijtgeraakt om te dromen. Niet eens zolang geleden was de blik op de toekomst gericht en dachten we met zijn allen na hoe het beter kon. Denk aan de 30-urenweek, progressieve belastingen die de rijkdom herverdelen, een basisinkomen of de uitbreiding van de commons. Dat zijn geen wereldvreemde utopieën maar concrete maatregelen die ooit op verschillende plaatsen in de wereld succesvol werden ingevoerd of op het allerhoogste niveau op tafel lagen. Thomas Decreus en Christophe Callewaert bespreken de hedendaagse recepten om onze samenleving uit de impasse te halen. Hun conclusie is verrassend. Verandering blijkt niet eens zo moeilijk. Koppig vasthouden aan het beleid van de afgelopen dertig jaar en hopen dat het nu plots wel de economische, sociale en klimaatcrisis oplost, dat is pas onrealistisch.

'In dit bruisende boek zetten Decreus en Callewaert de ramen van het denken open. Wie zoekt naar nieuwe ideeën die het waard zijn om voor te vechten, die kan Dit is morgen niet laten liggen.' – Rutger Bregman, schrijver

‘De mogelijkheden die voorgesteld worden zijn een wezenlijk tegengewicht in een wereld die dreigt weg te zinken in angst, zelfgenoegzaamheid, ledigheid en cynisme. Onafgebroken creatief blijven trachten naar een betere wereld is niets minder dan de zin van het menselijk bestaan.’ – Dirk De Wachter, psychiater-psychotherapeut en schrijver

Artikel uit de Belgische krant De Morgen (!): 'Dit is morgen': concreet utopisch, hoopvol en inspirerend (april 2016)

Enkele fragment uit het hoofdstuk (over) Eigendom (over de commons)
Het privatiseren van de commons is dus een proces dat nog steeds bezig is. Niet alleen land, maar ook immateriële producten tot en met het leven zelf worden letterlijk en figuurlijk omheind en onttrokken aan de gemeenschap. (p. 55)

Het voorbije decennium werd wereldwijd meer dan 320.000 vierkante kilometer grond opgekocht door investeerders. Dat is ongeveer de oppervlakte van Portugal. Vaak gebeurde dat zonder de volledige instemming van de plaatselijke gemeenschappen die de grond benutten. De gewassen die verbouwd worden op de opgekochte grond zijn in meer dan de helft van de gevallen bestemd voor de export.
() Het is opvallend hoe weinig de hedendaagse landroof verschilt van d elandroof ten tijde van het kolonialisme. Buitenlandse mogendheden hebben de vorm aangenomen van multinationale bedrijven en de Afrikaanse overheden keren zich af van de lokale bevolking in ruil voor zelfverrijking. (p. 50)
De toenemende privatisering van land zorgt er niet enkel voor dat de lokale gemeenschappen steeds minder voedselzekerheid hebben, ze richt ook ecologische catastrofes aan. Regenwouden worden in een recordtempo gekapt om plaats te maken voor monoculturen. (p. 51)

En dat is niet alles. () Veel van wat oorspronkelijk gemeenschappelijk goed was, wordt vandaag in toenemende mate geprivatiseerd. Denk aan culturele producties. Veel culturele producties zijn eigenlijk gemeengoed. Ze ontstaan vanuit de gemeenschap en behoren toe aan de gemeenschap, net zoals gemeenschappelijke gronden van plattelandsbewoners ooit gemeenschappelijk eigendom waren. (p. 52)

Neem deze tekst. De taal waarin hij geschreven werd, kwam op collectieve wijze tot stand en behoort tegelijk niemand en iedereen toe. Taal is altijd een common: taal kan slechts tot stand komen door de interactie tussen mensen en ze versterkt en reproduceert die interactie op zijn beurt. Maar ook de informatie die de geschreven taal in deze tekst overbrengt is niet afkomstig van ons – de auteurs. Om ons verhaal te vertellen, maken we gebruik van vele wetenschappelijke onderzoeken, journalistieke bronnen en getuigenissen. Dat doet iedere tekst. Een tekst is steeds een verder bouwen op andere teksten, het samenbrengen van flarden informatie die elders circuleren en die opnieuw compileren. Een auteur is altijd een compilator die voortbouwt op het werk dat eerder door anderen verricht werd. Eigenlijk is het dus vreemd om een boek of een tekst te beschouwen als de verdienste van één auteur. (p. 53)

Ook menselijke communicatie – een common bij uitstek – wordt in toenemende mate geprivatiseerd en gecontroleerd door private bedrijven. () Alle gegevens die via sociale netwerken worden verstuurd, worden eigendom van het bedrijf dat die netwerken beheert. (p. 54)

Sterker nog. Vandaag azen grote multinationals op de patenten van groenten (p. 54)

Het kapitalisme heeft dus een paradoxale relatie met de commons. De commons maken het kapitalisme mogelijk, maar het kapitalisme maakt de commons onmogelijk. Het is wat je zou kunnen noemen de ‘paradox van de vampiers’.  Vampiers voeden zich met menselijk bloed door ze te bijten in de hals. Maar wie gebeten wordt, verandert zelf in een vampier. Hoe succesvoller de vampiers, hoe minder mensen en hoe sneller de vampiers van hun voedselbron worden afgesneden. Vandaar dat een vampierenwereld onmogelijk is, want als de vampiers winnen, verliezen ze. Zo is het ook met de commons en het kapitalisme. De dag dat alles geprivatiseerd is, wordt het kapitalisme onmogelijk. (p. 58)

Lees ook Een paradijs waait uit de storm : over markt, democratie en verzet van Thomas decreus (2013)

Kik hier voor een artikel over de commons (Gesamtkunstwerk - Teeny, tiny Tony, the world's smallest pony) (september 2015)

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 17 september 2016

René Gude

Het agoramodel : de wereld is eenvoudiger dan je denkt
ISVW Uitgevers 2016, 125 pagina's - € 12,50

Wikipedia: René Gude (1957-2015)

Korte beschrijving
Toen de ‘Filosoof des Vaderlands’ René Gude in 2015 overleed, werkte hij nog altijd aan wat zijn hoofdwerk had moeten worden: 'Het agoramodel'. Aangezien hij uiteindelijk zelf niet meer in staat was om het te voltooien, hebben Florian Jacobs, Erno Eskens en Peter Henk Steenhuis de taak op zich genomen om Gudes model verder uit te werken op basis van bestaande teksten en vooral op basis van gesprekken met Gude zelf. Het agoramodel biedt niet alleen een eenvoudig overzicht van ons sociale bestaan, maar bovenal een visie op de samenleving. Gude deelt ons sociale leven in een aantal ‘levenssferen’ in: privé, privaat, publiek en politiek, welke min of meer corresponderen met ‘trainingssferen’: religie, sport, kunst en filosofie. Dit boek laat op informele wijze, door middel van een gespreksvorm, Gude zelf aan het woord over zijn model, dat het collectief nieuw elan wil geven boven individualisme en dat zingeving en Bildung (met name in het onderwijs) opnieuw op de agenda wil zetten. Publieksfilosofie op zijn best: leesbaar en tot (zelf)reflectie aanzettend. En boeiend tot de laatste letter.

Tekst op website uitgever
De wereld is complex, maar zit toch eenvoudiger in elkaar dan je denkt. Want welke weg je ook neemt in het leven, je belandt toch altijd weer in dezelfde soorten gebouwen. We leven in privéhuizen, werken in private gebouwen, organiseren onszelf rond publieke gebouwen en besturen de samenleving vanuit politieke gebouwen. Om het leven in deze vier levenssferen goed te laten verlopen, trainen we ons in vier trainingsgebouwen: de tempel, de sportschool, het museum en de academie.


Fragment uit 1.; Hoe het leven ingewikkeld werd
Vraag: Als individu zijn we te beperkt om de problemen op te lossen, zeg je. Maar meerdere individuen samen lukt het wel.
Gude: Ja, dat denk ik. Het probleem is namelijk dat we de vier trainingsprogramma's die we hebben - religie, sport, kunst en filosofie - te individualistisch inzetten. Dat leidt tot de Wet van Schnabel: met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht. In plaats van deze programma's of technieken te gebruiken voor het permanent revitaliseren van de collectieven die we vormen - onze gezinnen, bedrijven, verenigingen en politieke eenheden - hebben we ze gereduceerd tot individuele fitnessprogramma's. Daarmee doen we deze trainingsprogramma's tekort.
  We hebben halverwege de vorige eeuw radicaal gebroken met het fenomeen 'collectiefvorming'. De ontsporing van rechtse en linkse totalitaire collectieven heeft ertoe geleid dat we collectiefvorming tot nader orde hebben opgeschort. In de tweede helft van de 20e eeuw is de aandacht geleidelijk van 'solidair' naar 'solitair' opgeschoven. Vanaf 1980 kwamen vrijheid en individuele ontplooiing in plaats van de idealen gelijkheid en broederschap. Sindsdien zijn zingeving aan collectieven en collectief zingeven van de baan.
  In onze cultuur draait het inmiddels al dertig jaar om competitieve individuen die 'er zin in moeten hebben'. De heersende opvatting is dat een goede samenleving niet meer is dan een samenklontering van zoveel mogelijk excellerende individuen. Het probleem daarmee is, dat bij een zo individualistisch mensbeeld iedereen de taal voor gemeenschappelijke doelen, belangen en verantwoordelijkheden verleert. Problemen worden dan gereduceerd tot particuliere doelen, belangen en verantwoordelijkheden.

Vraag: Dus dat individualisme moeten we afzwakken?
Gude: Wat we nodig hebben is wat de Duitsers een Lagebesprechung noemen. Dat is een fundamenteel gesprek over wat het betekent om mens te zijn. Zo'n gesprek is een beetje theoretisch. Het moet gevolgd worden door een Arbeitsgespräch, waarin het gaat over de vraag wat we in de praktijk gaan doen. Individualisme zal dan een zeer minimalistische strategie blijken om een maatschappij te vormen. We moeten ook aan de slag met de samenstellende delen.
  Tegelijk moeten we het individu ook niet direct bij het vuilnis zetten. Laten we in onze gesprekken eerst kijken wat we al hebben, wat de moeite waard is, wat we willen behouden. Daar gaat het mij om. We hoeven niet alles opnieuw te bedenken. Ludwig Wittgenstein heeft dat mooi gezegd: 'Niets nieuws, alleen herordening van wat allang bekend is'. (pagina 32-34)

Fragment uit 2. Over de quadruplexiteit van ons bestaan

Vraag: Wat is vooruitgang in dit geval?
Gude: Vooruitgang is het vervangen van een gewoonte door een betere. (pagina 44)

Lees ook: .... En denken : Bildung voor leraren (uit 2012) (samengesteld door Gerard van Stralen en René Gude)

Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 16 september 2016

Bruno Delepierre

Happonomy : roadmap naar Utopia
Politeia 2016, 288 pagina's - € 29,95

Wikipedia: Bruno Delepierre (19) en website Happonomy

Korte beschrijving op website Happonomy
Dit is een boek over geld en werk en geluk, maar niet zoals u dat misschien gewoon bent. Bruno Delepierre werpt met u een blik op onze economie en biedt u een antwoord op een breed palet aan intrigerende vragen zoals:

Waarom werkt u?
Zijn rijke mensen écht minder sociaal?
Hoe wordt ons geld ‘gemaakt’ en door wie?
Wat doet een hypotheeklening met uw gezondheid?
Krijgt u binnenkort effectief een robot als collega?
U mag zich naast een messcherpe economische analyse verwachten aan een brede waaier aan prikkelende oplossingen voor de problemen die we vandaag kennen.

Op een heldere en wetenschappelijk onderbouwde manier toont de auteur u hoe we het onmogelijke kunnen realiseren: wakker worden in een maatschappij waar bedrijven en ons economisch systeem ten dienste staan van onze levenskwaliteit en geluk.

Kiest u daarbij vooral zelf het woord dat hierbij het beste past: gelukseconomie, postkapitalisme of “happonomy”.

Fragment uit Hoe dit boek te lezen
Ik zie u denken: 'een boek met een handleiding, dat kan weinig goeds voorspellen'.  Dit is een boek over geld, werk en geluk, vaak met een redelijk technische inslag: macro-economie, monetaire economie en arbeidsmarktrevoluties.

De geeuw die u slaakte, hij is u vergeven.

Laat u bij het lezen van dit werk geen zand in de ogen strooien, de ietwat lichte toon waarin dit boek geschreven is, doet geen enkele afbreuk ana de sérieux of juistheid van de inhoud.

In tegenstelling tot andere zuteurs met economisch DNA heb ik ervoor gekozen om mijn bevindingen zo neer te schrijven dat iemand met milde interesse en dito kennis de essentie begrijpt.

Dit boek staat bol van de referenties maar u zult tevergeeft achteraan zoeken naar een referentietabel. Die tabel, die vindt u online op http://www.happonomy.org/nl/boekreferenties
op die manier kunt u zelf verder en dieper thema's uitbenen.
U zult doorheen dit boek ook regelmatig dit videosignaal tegen komen, samen met een nummer. Het nummer verwijst naar een specifieke video die u kunt terugvinden op de referentiepagina  http://happonomy.org/nl/video-overzicht

Deze video's dienen in eerste instantie om de ogen te openen en de 'ja, dat zal wel'-reflex te temperen die u mogelijks af en toe zult voelen opborrelen.  (pagina 17)

Youtube - Happonomy: hét kookboek voor een beter leven (1:31)



Terug naar Overzicht alle titels

George van Houts


Door de bank genomen : ons geld- en bankenstelsel, een verbijsterend drama over schulden, woekerwinsten, groeiende ongelijkheid en politieke onwil
Uitgeverij Q 2016, 204 pagina's - € 18,50

Wikipedia: George van Houts (1958) en website De Verleiders

Korte beschrijving
De auteur is acteur en heeft gespeeld in enkele toneelstukken die de financiële crisis en de rol van de banken daarbij op een ludieke en luchtige manier aan de kaak stelden. Tijdens deze voorstellingen viel het op dat het publiek onwetend was over vele facetten van het monetair stelsel. Dit boek geeft een inkijk in de wereld van de banken. In simpel taalgebruik krijgt de lezer een beeld voorgeschoteld van diverse financieel gerelateerde onderwerpen en termen die veelal onderbelicht zijn gebleven. Hoe wordt geld gecreëerd en beheerd? Welke rol speelt de BIS hierin? En welke monetaire hervormingen zijn er nodig om niet opnieuw af te stevenen op een veel grotere financiële ramp die de vorige crisis in alles doet verbleken? Deze en vele andere vragen worden geanalyseerd aan de hand van praktijkvoorbeelden, geldtheorieën en gefingeerde komische dialogen tussen (bestaande) bankiers en klanten. Dit boek is een eye-opener voor iedereen en draagt bij aan het transparanter maken van het monetair systeem.

Korte tekst op website uitgever
George van Houts is geen econoom, maar een theatermaker die zelf alles uitzocht over ons geldsysteem. Dit boek is een verslag van de theatrale zoektocht van een ‘muppet’ (een klant in bankterminologie) naar de knap verhulde waarheid over hoe ons geld werkt, wie er de baas is, wie de lasten dragen en wie er schathemeltjerijk van worden. De volgende vragen komen aan bod:
Kunnen we ons geld niet zelf maken?
Wat is toch de bedoeling van ‘rente’?
Waarom zijn banken Too Big To Fail en Too Big To Jail?
Waarom doet de politiek niets aan de misstanden?
Waarom zweeft er een nog altijd groeiende sprinkhanenwolk van 5000 miljard euro per dag over de aardbol op zoek naar rendement terwijl wij krom liggen onder bezuinigingen?

Fragment uit 1. Hoe werkt ons geldsysteem
  
Even een kleine vergelijking: gewone bedrijven hebben gemiddeld een eigen vermogen van 44 procent, verzekeraars van 14 procent, maar banken werken met maar 3 procent eigen vermogen. Ze lenen met 3 euro inleg dus 97 euro uit. Met 3 euro scheppen ze 97 euro nieuw geld, via leningen die ze gemiddeld anderhalf keer terugbetaald krijgen. Ze werken nu met een kapitaalratio - zo heet dat - van 3 procent. Dat hebben banken vastgelegd in hun bankenclub de Bank for International Settlements (BIS), gevestigd te Bazel Zwitserland. Daarover in hoofdstuk 7 meer.
  Die 3 procent is waanzin. Dat weten ze zelf ook. Daarom hoeft er maar íéts te gebeuren of ze vertrouwen elkaar niet meer. Dat gebeurde er nou eind 2007 en dat was een van de redenen dat ze in 2008 gered moesten worden. Door u, door ons. Minister Dijsselbloem wil nu, anno 2016, dat ze de kapitaalratio verhogen naar 4 procent. Noga altijd onverantwoord laag. Toch krijsen de banken moord en brand dat ze daarmee niet kunnen werken. Vooraanstaande economen stellen dat een gezonde kapitaalratio voor commerciële banken minstens 10 procent zou moeten zijn. Enkele topdenkers stellen dat het gewoon terug moet naar 1900: 30 procent. Of nog beter: een paar eeuwen terug baar Full Reserve Banking. (pagina 18-19)


Lees o.a. ook: Dit kan niet waar zijn : onder bankiers van Joris Luyendijk (2015), @nder soort geld : helpt economie, milieu en euro van Helen Toxopeus & Henk van Arkel (2014) of  Waardenloos : banking on ethics van George (!) Moller (2012)

Terug naar Overzicht alle titels

Michael J. Sandel 2

Politiek en moraal : filosofie voor het publieke debat
Ten Have, 384 pagina's - € 29,99

Oorspronkelijke titel:

Wikipedia: Michael Sandel (1953)

Korte beschrijving
Michael Sandel (geboren in 1953) is hoogleraar politieke filosofie aan Harvard University. In deze uitgave, die bestaat uit 26 essays, onderverdeeld in drie delen, zet hij zijn denkbeelden uiteen. Hij benadrukt hierin de rol van de moraal in de politiek. Tevens meent hij dat het marktmechanisme niet op alle terreinen van het leven toegepast kan worden. Met name in deel III komen enkele bezwaren tegen het politieke liberalisme naar voren. Vooral de visie van de politieke filosoof John Rawls (1921-2002) onderwerpt Sandel aan kritiek. Te veel aspecten van het menselijk bestaan, zoals morele overwegingen en het streven naar het goede leven, houden de liberalen buiten beschouwing. Politieke filosofie is nodig om richting te geven aan het politieke handelen en dit te doordenken. Deze uitgave, afgesloten met een notenapparaat en literatuuropgave, voorziet hierin, maar is door haar abstracte karakter slechts toegankelijk voor lezers met een uitgebreide voorkennis

Korte beschrijving op website uitgever
‘Politiek en moraal’van Harvard filosoof Michael Sandel (bekend van o.a. optreden met Joris Luyendijk en Bas Heijne) behandelt de vraag of politiek, wetgeving en rechtspraak waardevrij kunnen zijn. Het bevat nooit eerder vertaalde artikelen over o.a. burgerschap, economie, liberalisme en positieve discriminatie. Het eerste essay is de hartstochtelijke toespraak ‘De verleerde kunst van het democratisch debat’, die Sandel hield in 2014 toen de Universiteit Utrecht hem een eredoctoraat verleende.

Uit een recensie in Trouw (14-9-2016): Sandel doordenkt de paradoxen van het liberalisme
Reden om dit boek wel te lezen
Voor wie Sandels werk nog niet kent, is 'Politiek en moraal' een uitstekende kennismaking. Met name in het derde deel doordenkt Sandel de inherente contradicties van het liberalisme zeer grondig. Zijn eigen pleidooi voor een 'moreel reveil' in het debat heeft natuurlijk ook zijn valkuilen. Het opnieuw betrekken van morele en religieuze overtuigingen bij het debat heeft als risico dat intolerante stemmen vaker aan bod komen, geeft Sandel toe. Maar het voordeel is dat we zo ook een kans krijgen om de liberale tolerantie in moreel opzicht te verstevigen.
David Hume schreef ooit dat het voortduren van een discussie voldoende bewijs is dat de deelnemers langs elkaar heen praten. Bij veel heikele kwesties zoekt Sandel naar een derde weg. Het debat over de rechtvaardige distributie van vermogen en inkomen wordt steevast gevoerd door enerzijds libertariërs (handen af van mijn centen) en egalitaristen (eerlijk zullen we alles delen). Sandel meent echter dat niet ongelijkheid het meest ondermijnend is voor een gemeenschap, maar het vermarkten van zaken die je daar niet aan bloot mag stellen.
Hij wil uitgaan van de morele vraag: wat mag er wel en niet met geld te koop zijn? Eén van de voorbeelden die hij noemt is het kopen van politieke invloed. Dat veel burgers het met Sandel eens zijn, blijkt volgens de filosoof uit het onverwachte succes van presidentskandidaten als Bernie Sanders en Donald Trump.

Fragment uit We zijn de kunst van het debatteren verleerd
Ik heb mijn belangstelling voor actuele openbare debatten altijd behouden, maar ik heb ook altijd de filosofie met de wereld willen verbinden. Ik denk dat de wereld van vandaag, misschien wel meer dan ooit, de filosofie nodig heeft. De afgelopen jaren heb ik de kans en het voorrecht gehad om over de hele wereld te reizen - naar Europa, Azië en Noord- en Zuid-Amerika - overal heb ik van gedachten gewisseld, vooral met jonge mensen aan universiteiten, over vraagstukken uit de politieke filosofie en hedendaagse problemen. En overal waar ik naartoe ga, valt me de frustratie over de politiek op. Een diepe en wijdverbreide frustratie over politieke partijen en over politici. Dit lijkt me een begrijpelijke frustratie en een legitieme reactie op een bepaalde vermoeidheid in de politiek. De oude ideologieën zijn hun vermogen tot inspireren kwijtgeraakt; in plaats daarvan hebben we een publiek debat dat grotendeels niet gaat over grote zaken, maar over kleine, bestuurlijke en technocratische problemen. En als we al een debat zien, bestaat het meestal uit zeer partijdige scheldkanonnades: mensen die langs elkaar heen schreeuwen. Ik denk dat dit de reden is dat zoveel mensen - en niet alleen jongeren - gefrustreerd zijn geraakt over de hedendaagse politiek. Er heerst een soort leegte - een holheid - in de kern van ons publieke debat. Mensen willen dat de politiek en het debat over grote dingen gaan, en toch zijn we de gewoonte en het vermogen kwijtgeraakt om deel te nemen aan het publieke debat over grote zaken - en vooral over zaken die te maken hebben met waarden: rechtvaardigheid, het algemeen belang, wat het betekent om burger te zijn. We zijn niet erg goed in het debatteren over deze vraagstukken in de politiek. (pagina 18)

Lees ookPleidooi tegen volmaaktheid : een ethiek voor gentechnologie (2012) en Niet alles is te koop : de morele grenzen van markt werking (ook 2012). Of: Identiteit van Paul Verhaeghe uit 2012)

Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 9 september 2016

Stefan van der Stigchel

Zo werkt aandacht : opvallen, kijken en zoeken in een wereld vol afleiding
Maven 2016, 224 pagina's - € 18,50

Internet: Stefan van der Stigchel (19?) en het AttentionLab

Korte beschrijving
In dit populair-wetenschappelijke boek laat cognitief psycholoog Stefan van der Stigchel zien hoe we informatie verwerken, waarom we zoveel meer zien dan we denken en welke gevolgen dat heeft voor ons dagelijks leven. Anders gezegd: de auteur behandelt alle facetten van 'aandacht'. Hij beschrijft onder meer de verschillende technieken waarmee je aandacht kunt sturen. Interessant is te zien hoe reclamemakers die technieken inzetten in ons voor- én nadeel. Het boek geeft op heldere wijze inzicht in de werking van het menselijk brein én hoe je de aandacht van anderen kunt beïnvloeden. En dat gebeurt ons dus vaker dan we ons realiseren! Eenvoudige uitvoering zonder opsmuk, geen kleurendruk, vrijwel geen illustraties, onopvallende typografie/lay-out. Door de vakbroeders goed ontvangen boek, onderhoudend en diepgravend tegelijk, vol aansprekende praktijkvoorbeelden. Vlot geschreven, ook voor de leek goed te begrijpen. Voor velen vermoedelijk een eye-opener, goed voor een redelijke lezerskring.

Korte tekst op website uitgever
Zo werkt aandacht
Opvallen, kijken en zoeken in een wereld vol afleiding

Advertenties, verkeerslichten, banners, etalages en pushberichten: de strijd om onze aandacht wordt steeds heftiger. Soms staat er weinig op het spel, soms is het een zaak van leven of dood. Maar hoe werkt aandacht eigenlijk? Waarom vallen sommige dingen meteen op en andere helemaal niet?

Cognitief psycholoog Stefan van der Stigchel, laat zien hoe we informatie verwerken, waarom we zoveel meer zien dan we denken en welke gevolgen dat heeft voor ons dagelijks leven. Hij beschrijft verschillende technieken waarmee je aandacht kunt sturen en waarmee aandachtsarchitecten (zoals reclamemakers, ontwerpers van vliegvelden en websitebouwers) die inzetten in ons voor- én nadeel.

Zo werkt aandacht is een must-read voor iedereen die wil weten hoe je kijkt, zoekt, én hoe je de aandacht van anderen kunt beïnvloeden. Het geeft inzicht in de werking van het brein en opent je de ogen voor een belangrijk aspect van ons bestaan: aandacht bepaalt immers wat je van de wereld om je heen meekrijgt.

Fragment uit het Nawoord
Over veel van de zaken in dit boek is dan misschien consensus, maar zeker niet over alles. Toen ik besloot een boek te schrijven voor een breder publiek dan alleen wetenschappers, wilde ik geen nauwkeurige weergave geven van de staat van het wetenschappelijk debat, maar uitleggen wat kennis over aandacht ons kan vertellen over ons dagelijks leven. Niet elke uitspraak zal me dan ook in dank worden afgenomen door mijn vakgenoten, maar ik hoop wel de lezer enthousiast te hebben gemaakt over de vragen waar we ons mee bezighouden en de schoonheid van slimme experimenten. Want dat is uiteindelijk het mooiste aan mijn vak: experimenten verzinnen om een gedeelte van ons gedrag beter te begrijpen. Studies bij patiënten met hersenschade zijn hier een prachtige aanvulling op; ze zorgen ervoor dat we kunnen begrijpen wat er mis gaat als het systeem is beschadigd.
  Het is je misschien opgevallen dat veel van de studies in dit boek uit Nederland komen. Dat is geen toeval. (pagina 195)

Youtube - Aandachtsexpert Stefan van der Stigchel legt uit hoe je kunt opvallen (2:14) (334 views op 8-9-2016)


Terug naar Overzicht alle titels

Bas Heijne 2

Onbehagen : nieuw licht op de beschaafde mens
Ambo Anthos 2016, 93 pagina's - € 10,--

Wikipedia: Bas Heijne (1960)

Korte beschrijving
De filosofen Frank Meester en Coen Simon hebben het plan opgevat een filosofische pamfletreeks te starten, waarin actuele problemen gecombineerd worden met klassiek filosofische teksten. In het voorliggende eerste deel is aan Bas Heijne gevraagd het huidige maatschappelijke onbehagen te beschouwen met behulp van Freuds opstel 'Het onbehagen in de cultuur' (1930). Een belangrijk fragment van dit opstel is in vertaling bijgevoegd. Bas Heijne (1960) is schrijver en werkt soms voor de VPRO. In dit essay vraagt hij zich af waar het huidige maatschappelijke onbehagen vandaan komt. Hij laat zien dat de moderne mens in cultuurvormende spanning tussen het lustprincipe en het realiteitsprincipe, het laatste principe negeert. Het gevolg is een egocentrische, consumerende mens. Maar ook een burger die weliswaar steeds autonomer wordt, maar die autonomie als een zware last ervaart. Dit wekt woede en vernietigingsdrang in hem op. Opvallend is dat Heijne in zijn beschouwing weliswaar Freud gebruikt, maar vooral het werk van Crawford ('De wereld buiten je hoofd', 2015) met instemming aanhaalt.

Korte tekst op website uitgever
Bas Heijne (schrijver, essayist, columnist voor NRC Handelsblad en voormalig presentator van Zomergasten) legt in 'Onbehagen' onze beschaving op de sofa en werpt, met Sigmund Freud in het achterhoofd, een ontluisterend nieuw licht op de huishouding van onze lusten. Freud benoemde het evenwicht tussen het lustprincipe en het realiteitsprincipe: directe behoeftebevrediging versus remmende culturele mores. Alleen: de cultuur in onze tijd lijkt juist vooral gericht op onmiddellijke individuele behoeftebevrediging. Zijn we daarmee onze realiteitszin verloren?

Fragment uit 18
De omgeving doet ter zake - we zijn niet ons brein, zoals een bankbiljet meer voor ons is dan een stukje papier. En we zijn vooral geen autonome, rationele wezens die mens en wereld stapje voor stapje vooruithelpen naar een lichtende eindstreep. De tendens om een mens steeds meer los te zien van zijn omgeving, hem niet langer als een burger maar als een klant te zien, als object voor commerciële en politieke manipulatie, als louter optelsom van statistieken en tabellen, maakt de verbondenheid met zijn omgeving zwakker en versterkt het onbehagen. Het roept het verlangen op naar een radicaal herstel van autonomie, de fantasie van een gesloten gemeenschap, die zich niets van de buitenwereld meer hoeft aan te trekken. Al het onbehagen in de cultuur richt zich daar op.
  Cultuur wordt dan niet langer opgevat als een beschermende laag die het mensen mogelijk maakt samen te leven, maar als iets dat agressief verdedigd moet worden tegen vijanden die jou en de jouwen dreigen weg te vagen. Juist het verlies van identiteit als iets dat je in staat stelt je in de buitenwereld staande te houden, roept het verlangen op naar identiteit als weermiddel in een vijandig geachte buitenwereld. Die buitenwereld wordt dan nog louter als hinderlijk, beledigend en bedreigend gezien - als iets dat niet zuiver, niet rechtvaardig, niet koesterend is.
  Wie Freuds realiteitsprincipe erkent, zal die wereld willen hervormen. Wie het realiteitsprincipe ontkent, zal haar willen vernietigen. (pagina 68-69)

Lees ook uit de reeks Nieuw licht
Ewald Engelen. De mythe van de gemaakte vrouw : nieuw licht op het feminisme (2016)
Myrthe Hilkens. Kapitaalvernietiging : nieuw licht op eigenbelang (2016)
Pieter van den Blink. The medium kills the message : nieuw licht op journalistiek, media en kijkcijfers (2016)
Eva Rovers. Ik kom in opstand, dus wij zijn : nieuw licht op verzet (2017)

Lees ook: Kleine filosofie van de volmaakte mens (2015) of van Svend Brinkmann. Standvastig : onder alle omstandigheden jezelf blijven (2016)

Terug naar Overzicht alle titels