maandag 28 november 2016

Martha Nussbaum 4

Woede en vergeving : wrok, ruimhartigheid, gerechtigheid
Ambo/Anthos 2016, 359 pagina's - € 29,99

Oorspronkelijke titel: Anger and Forgiveness : Resentment, Generosity, Justice (2016)

Wikipedia: Martha Nussbaum (1947)

Fragment op website uitgever
Woede en wraak waren ooit nuttige zaken. Maar, betoogt filosofe Martha Nussbaum in haar nieuwe boek, de invoering van het rechtssysteem heeft het juist mogelijk gemaakt om ons door liefde en zorg te laten leiden. Want óf een voorval is zo  misdadig dat we haar aan het recht overlaten, of zij is triviaal - en waarom zouden we in dat geval boos blijven en op wraak zinnen?
Nussbaum ontleedt ook het begrip vergeving kritisch en vindt een vergevende houding in de kern egoïstisch en weinig behulpzaam. De verongelijkte manoeuvreert zich immers in een moreel superieure positie, waarbij hij niet langer onder zijn woedegevoel lijdend, zichzelf de macht heeft toegekend om al dan niet gratie te verlenen en zo triomfeert.

Met behulp van een scala aan bronnen verkent Nussbaum op doordringende wijze de thema's woede en vergeving in zowel de persoonlijke, publieke als politieke sfeer. Ze houdt een hartstochtelijke pleidooi voor grootmoedigheid, rechtvaardigheid en waarheid als alternatief.

Fragment uit 8. Conclusie - De ogen van de wereld
Hier volgen drie aannemelijke redenen. Ten eerste zijn Amerikanen er wellicht van overtuigd dat de neiging tot woede nu eenmaal diep met de menselijke aard verweven is. Dit boek heeft voor een groot deel laten zien dat deze overtuiging overdreven is. Woede heeft wellicht wortels in de evolutie, maar dat het zo'n centrale plaats binnen de samenleving inneemt is veel meer bepaald door culturele normen en persoonlijke ontwikkeling of het gebrek daaraan. Laten we aannemen dat er enige waarheid zit in het geloof in de overgeërfde wortels: dan is wat er overgeërfd is nog steeds een neiging en geen onvermijdelijke manier van handelen. We werken er hard aan om veel neigingen of hebbelijkheden te corrigeren die in onze menselijke aard verankerd zitten, van bijziendheid tot vergeetachtigheid. Net als bij gezond eten en lichaamsbeweging hoeven we niet te geloven dat we onszelf uiteindelijk zullen bevrijden van alle slechte verlangens om aan een proces van zelfcultivering te kunnen beginnen. Wie weet waar dat toe kan leiden? Misschien zal ons leven zoveel beter worden door woedeloosheid dat we de dagen vol conflicten uit het verleden niet eens zullen missen, niet meer dan dat we soms weer zin in frites en donuts krijgen. En zelfs als we woede blijven ervaren, hoeven we geen openbaar beleid te maken gebaseerd op de misleidende normatieve impulsen ervan.
  Een tweede reden voor onze culturele terughoudendheid om naar woedeloosheid te streven is wellicht dat we denken dat het om een onmenselijke, extreme en niet-liefdevolle soort afstandelijkheid vraagt. Gandhi's voorbeeld is zonder meer niet geruststellend, wat dat betreft, evenmin als dat van de stoïcijnen. Mara ik heb duidelijk uitgelegd dat dit onaantrekkelijke doel gene noodzakelijk onderdeel uitmaakt van het nastreven van woedeloosheid.
  We kunnen gewoon diepe liefdes, vriendschappen en andere relaties blijven onderhouden (bijvoorbeeld met bepaalde zaken en projecten waarvoor we ons inzetten), met de daarmee samenhangende kwetsbaarheid voor verdriet en angst. We hoeven onszelf ook niet hard, maar die hardheid maakte, zoals ik al betoogde, geen onderdeel uit van de woedeloosheid; het was feitelijk een soort zelfwoede, hoewel hij dat kennelijk niet herkende.
  De belangrijkste reden waarom we, persoonlijk en maatschappelijk, doorgaans niet woedeloosheid streven is dat veel mensen in de moderne Amerikaanse maatschappij blijven denken dat woede goed, krachtig en mannelijk is, ondanks het feit dat moderne culturen hierover diep verdeeld zijn. Ze moedigen het aan in hun kinderen (vooral in jongens), en staan het toe bij zichzelf en anderen. Ze moedigen juridisch beleid aan dat gebaseerd is op de zogenaamde goedheid van woede. De Grieken en Romeinen daarentegen moedigden de woede niet aan. Hoewel ze nog steeds vaak kwaad werden, en hoewel ze verschillend aankeken tegen de vraag of woede volledig moest verdwijnen of alleen ernstig ingedamd moest wordne, beschouwden de meesten van hen woede als een ziekte en een zwakheid. Een kwaad persoon was in hun ogen infantiel (of, in hun termen, vrouwelijk) in plaats van krachtig (en, in hun termen, mannelijk). Wie dat inzicht heeft bereikt, heeft de strijd als half gewonnen. Zelfcultivering is moeilijk, maar het is pas onmogelijk als je er nooit aan begint.
  Als ik met dit boek ook maar iets bereik, is het hopelijk in ieder geval een heroriëntering als eerste stap: dat de lezers duidelijk gaan zien hoe irrationeel en dwaas woede is. Of lezers daarna de tweede stap zetten is aan hen. (pagina 287-288)

Lees ook van Martha Nussbaum
Niet voor de winst : waarom de democratie de geestes- wetenschappen nodig heeft (2011)
Politieke emoties : waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan (2014)
Mogelijkheden scheppen : een nieuwe benadering van de menselijke ontwikkeling (2012)

En van Susan Neiman: Waarom zou je volwassen worden? (2014)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen